De Britse muzikant Steven Wilson hoopt met zijn nieuwste album het contrast tussen het kleine leven en de kosmische oneindigheid zichtbaar te maken, maar in zijn vrije tijd legt hij het liefst schier onmogelijke puzzels.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
‘Eigenlijk is het belachelijk’, zegt de Britse muzikant Steven Wilson. ‘Er is al zo veel muziek, waarom blijf ik maar platen maken? Ik maak het mensen zoals ik alleen maar moeilijker. Van die mannen in vale jassen en met linnen tasjes die niets liever doen dan in platenwinkels struinen, op zoek naar nieuwe muziek of albums die ze al drie keer in de kast hebben staan, alleen nog niet in zo’n puntgave hoes. Ja, ik ben er ook zo een, hoor.’ Alleen nog erger, vindt Wilson (57). ‘Want ik maak zelf dus ook muziek, al meer dan dertig jaar. Ik heb met mijn bands en solo al tientallen platen uitgebracht die veel worden verzameld. Door dat soort mannen dus.’
Maar hij kan niet anders. Goed, de band Porcupine Tree die hij in 1987 met een schoolvriend oprichtte, begon nog als grap. ‘We wilden symfonische rock of progrock uit de jaren zeventig persifleren, maar gingen steeds meer zelf in onze pastiche geloven.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Dat krijg je wanneer je, zoals Wilson, het vermoeden hebt dat je als kind in een pot met Pink Floyd-olie bent gevallen. Het blijft aan je kleven, stelt hij vast. ‘En mocht ik het gedroomd hebben, dan was er in ieder geval dat album van Pink Floyd, The Dark Side of the Moon dat ik mijn hele jeugd dagelijks thuis hoorde en dat ik nog altijd niet los kan laten. Maar ik loop op de zaken vooruit. Waar was ik gebleven? O ja, bij mijn nieuwe, zoveelste album. The Overview. Kijk, het is geen routine of zo. Ik maak geen platen omdat dit nu eenmaal van een muzikant wordt verwacht. Ik ga pas de studio in als ik echt zeker weet dat ik een concept heb bedacht dat nieuw is. In elk geval voor mij.’
Steven Wilson praat graag over wat zowel zijn werk als zijn passie is. Hij wordt in eigen land een beetje gekscherend de ‘progfather’ genoemd. ‘De peetvader van de progrock, ja. Daar kan ik best mee leven hoor, want al mijn muziek kent elementen die je eronder kunt scharen.’
Veel wisselingen in tempo en dynamiek naast lange instrumentale passages met ingewikkelde akkoordenschema’s? ‘Ja, dat werk.’ En The Overview, zijn achtste soloalbum, is misschien wel meer progrock dan zijn recente werk. Wat alles te maken heeft met het concept erachter. ‘Ik raakte in gesprek met Alexander Milas, hij leidt Space Rocks, een organisatie die de wereld van de astronomie en wetenschap wil combineren met die van muziek en kunst. Iemand als Queen-gitarist en sterrenkundige Brian May voelt zich daar ook erg thuis.’
Niet dat Wilson ook maar een fractie van diens intellectuele bagage bezit, haast hij zich te zeggen. ‘Maar Milas en ik hadden het over het verschil in ervaringen die astronauten hebben als ze voor het eerst in de ruimte naar de aarde kijken. De een vindt het prachtig en ziet er een paradijs in, de ander ziet het negatief en associeert die enorme oneindigheid met de dood.’
Dat gegeven leek Wilson een mooi thema voor zijn nieuwe album. Daar hoorde vooral muziek bij die hij leerde kennen toen hij een jaar of 15 was en zelf gefascineerd was door alles wat met ruimte en sciencefiction te maken had. ‘Elpees van mijn favoriete bands toen, zoals Pink Floyd en Yes, hadden nummers die soms wel een plaatkant duurden. Dat wilde ik op The Overview ook.’
Het album kent twee lange stukken van een minuut of twintig, waarvan het componeren Wilson weinig moeite kostte. Maar voor de teksten zocht hij iemand die excelleert in het beschrijven van kleine Britse stadjes of gemeenschappen. ‘Het contrast tussen het kleine van ons leven met de immense kosmische oneindigheid van een heelal vol sterrenstelsels en zwarte gaten wilde ik op The Overview zichtbaar maken.’
Zo kwam hij uit bij Andy Partridge, ooit zanger/gitarist in de popgroep XTC. ‘Naast Ray Davies van The Kinks is hij toch de Britse songschrijver die het beste over onze kleine dorpjes kan schrijven.’ Maar hij had Davies’ nummer niet, en met Partridge werkte hij al eerder samen. Dus de keuze was snel gemaakt. ‘Andy houdt zich al decennia afzijdig van de popwereld. Hij is een van mijn absolute muzikale helden. Ik zou hem graag in mijn lijstje met culturele favorieten willen zetten. Maar dat doe je niet met vrienden, toch?’
‘Sorry, maar deze moet echt even. Als ik dit album niet noem, gelooft niemand me. Ik heb al vaker verteld hoe mijn ouders elkaar met kerst elpees cadeau gaven. Mijn moeder kreeg een plaat van Donna Summer en mijn vader deze van Pink Floyd. Ik was een jaar of 8 en dit was de eerste elpee die ik echt helemaal van buiten leerde kennen. Het is voor mij nog altijd het beste voorbeeld van succesvolle conceptuele, intellectuele rockmuziek.
Ik kan me een leven zonder dit album of zelfs zonder Pink Floyd nauwelijks voorstellen. Mijn muzikale DNA heeft hun muziek als belangrijkste component. Dat heeft alles te maken met wat je als eerste hoort. Mijn ouders hadden geen platen van The Beatles, die hoorde ik pas toen ik een jaar of 13 was. Iemand leende me die rode dubbelelpee (The Beatles 1962-1966, red.) met Love Me Do en She Loves You. Ik vond dat kleuterliedjes. Ik zette snel Animals van Pink Floyd weer op. Naar The Beatles heb ik echt moeten leren luisteren.’
‘Oudere muziekliefhebbers zoals ik komen op een gegeven moment bij jazz uit. Ik beleef de laatste jaren steeds meer plezier aan de klassiekers van Miles Davis en John Coltrane, maar ik doe ook ontdekkingen binnen de moeilijker behapbare freejazz.
Een recente fascinatie is Anthony Braxton, een multi-instrumentalist en componist waar ik jullie lezers niet mee zal lastigvallen. Ik hou van zijn even ambitieuze als pretentieuze albums, maar het is bepaald geen muziek voor iedereen. Liever tip ik een recent album dat je volgens mij onmogelijk niet mooi kunt vinden. Endlessness is een album met elegante, wat zweverige ambient-jazz. Het raakt aan zowel de Britse elektronische muziek als de nieuwe jazz daar, die het nu zo goed doet. De Londense saxofoniste Nubya Garcia speelt er ook op mee. Echt een aanrader voor wie iets nieuws wil horen. Een album dat grenzen overschrijdt en toch toegankelijk is.’
‘Ik lees niet zoveel meer als vroeger. Ik heb er domweg een te druk leven voor, helaas. Naarmate je ouder wordt, krijg je steeds meer het gevoel dat je haast moet maken met de dingen die je nog wilt doen.
In Orbit is een dun boekje en ideaal voor in de trein. Het won vorig jaar de Man Booker Prize, dus het is behalve heel recent ook nog eens goedgekeurd door mensen die ervoor doorgeleerd hebben.
Het was voor mij wel even schrikken toen ik het ter hand nam, want het gaat over precies hetzelfde als mijn nieuwe album The Overview. Ik dacht echt even: oh my god, hoe kan dit? Acht astronauten in een baan om de aarde. Het zijn vooral hun observaties en herinneringen die Harvey beschrijft. Geen echt verhaal dus, maar dat heeft The Overview ook niet.
Goed, als ik straks de trein terug naar Londen neem zal ik het uitlezen en weet ik beter wat de overeenkomsten zijn. Ik heb haar uitgever mijn album gestuurd, benieuwd wat ze ervan vindt.’
‘Ik heb vliegangst, dus ik probeer vliegtuigen te vermijden. Reizen doe ik het liefst per trein. Mijn fascinatie voor treinen komt voort uit mijn jeugd en wordt steeds groter. Ik heb goede herinneringen aan mijn tienerjaren, waarin ik van mijn woonplaats Hemel Hempstead in een half uur naar Euston spoorde om in Londen op boeken- en platenjacht te gaan.
Thuis in Hemel Hempstead hoorde ik ’s nachts treinen voorbijrazen, dat geluid geeft me nog altijd een prettig gevoel. Marcel Proust kon met koekjes zijn hele jeugd terughalen, ik kan dat met het geluid van een trein.’
‘Ik hou erg van het soort sciencefiction dat halverwege de vorige eeuw werd geschreven door Philip K. Dick, Arthur C. Clarke en Thomas M. Disch, van wie het verhaal Descending misschien wel het meest indruk maakte op mij als beginnend lezer. Mijn favoriete sciencefiction gaat niet zozeer over ruimteschepen, maar over mensen en hun houding ten opzichte van zaken als religie, adolescentie en onsterfelijkheid wanneer hun iets onvoorstelbaars overkomt.
In Descending moet een twintiger dringend op zoek naar een baan. Hij koopt en consumeert op krediet en verdoet zijn tijd in winkelcentra. Daar gaat hij op een dag van een roltrap af die maar niet stopt. Steeds dieper zakt hij af, de lezer volgt al zijn gedachten die steeds wanhopiger worden. Een angstaanjagend, dystopisch verhaal tegen de achtergrond van het begin jaren zestig toenemende consumentisme onder jongeren die dachten geen baan nodig te hebben. Het verhaal loopt slecht af en is een beetje een donkere reactie op het hippieleven in de sixties.’
‘Ik werd in mijn jeugd eind jaren zeventig behalve van muziek vooral blij van tv-series. We hadden De Wrekers, Star Trek en Dr. Who. Gek genoeg had ik helemaal niets met Star Wars, terwijl mijn klasgenootjes er zo enthousiast over waren. Ik begrijp de aantrekkingskracht nog altijd niet. Star Wars is een soort cowboy en indiaantje spelen, maar dan in de ruimte.
Star Trek en vooral Sapphire & Steel, met Joanna Lumley en David McCallum, vind ik veel interessanter. Zij spelen twee buitenaardse mensen die naar de aarde zijn gestuurd om bovennatuurlijke verschijnselen te onderzoeken. Een beetje sciencefiction vermengd met fantasy. Heel bizar maar precies leuk voor een jongen van 13.
Ik wil niet te boomerig klinken, maar die series waren eind jaren zeventig ook qua lengte best overzichtelijk. Ik krijg weleens tips van series op Netflix die al aan hun vijftiende seizoen bezig zijn. Laat maar, zeg ik dan. Ik zoek wel een oude Wrekers op.’
‘Ik kijk liever naar sport dan dat ik het zelf doe. Daarbij hou ik vooral van technische sporten. Dus niet wie het sterkst is of het grootste uithoudingsvermogen heeft, maar wie beheerst het spelletje het best? Ik kan erg genieten van snookerkampioen Ronnie O’Sullivan, de beste in zijn sport ooit. Maar de mooiste dag van mijn leven, na mijn huwelijksdag dan, had ik in 2013 toen Andy Murray Wimbledon won. Hoe was het mogelijk dat we er 77 jaar op moesten wachten voor een Britse man dit tennistoernooi eindelijk weer eens op z’n naam schreef? Hij won het drie jaar later nog een keer, maar dit was absoluut mijn favoriete sportmoment.’
‘Ik had eigenlijk als favoriete film 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick willen noemen, maar er zit al zoveel oude scifi in mijn voorkeuren dat ik bang ben dat de lezers afhaken. Wat ik over die film wel nog even kwijt wil is dat ik de muziekkeuze zo geweldig vind. Zo’n modernistisch, futuristisch verhaal en dan zulke oubollige klassieke muziek. Dat werkt extra ontregelend. Echt briljant.
Ook geweldig is de muziek van T. Rex die gebruikt wordt in mijn andere keuzefilm, Long Legs met de geweldige Nicolas Cage, geregisseerd door de zoon van Anthony Perkins, de man die me in Psycho de stuipen op het lijf joeg. Long Legs is van vorig jaar en Cage speelt in deze psychologische thriller als seriemoordenaar een van de beste rollen van zijn leven. De sfeer van de soms angstaanjagende film doet me denken aan die in Se7en uit 1995, een andere favoriet.’
‘Als ik thuis ben trek ik me graag terug op mijn puzzelkamer. Dan zet ik een plaatje op en kijk ik naar de tafel met daarop een bij voorkeur onmogelijke legpuzzel. Zo ben ik nu al vier weken bezig met een duizend stukjes tellende puzzel die Peanuts Impossible Puzzle heet. Je moet tweehonderd nauwelijks verschillende afbeeldingen van Snoopy aan elkaar leggen. Ik zit soms een half uur vergeefs met een puzzelstukje in mijn hand. Maar ik ben al op tweederde. Als ik klaar ben, dan roep ik mijn familie en laat ze trots het resultaat zien. Zo’n puzzel blijft dan drie dagen liggen en dan ruim ik ’m weer op. Zinloos, maar ik ben een nerd en dit is wat me gelukkig maakt. Platen luisteren, boeken lezen en puzzels leggen.’
3 november 1967 Geboren in Kingston Upon Thames, Engeland.
1982 Duo met schoolvriend Simon Vockings.
1987 Begint band Porcupine Tree naast soloproject No-Man.
1992 Debuutalbum Porcupine Tree: On the Sunday of Life…
2008 Eerste soloalbum Insurgentes.
2013 Maakt remix van album Nonsuch van XTC.
2015 Album Hand.Cannot.Erase.
2018 Album To the Bone.
2021 Album The Future Bites.
2021 Porcupine Tree komt na tien jaar weer bij elkaar voor tournee en maakt nieuw album Closer/Continuum.
2023 Album The Harmony Codex.
2025 Album The Overview.
2025 Maakt nieuwe geluidsmix bij heruitgave van concertfilm Live at Pompeii van Pink Floyd uit 1971.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant