Home

Winnen met Wennemars, zonder berekening

In een oud filmpje, als Joep Wennemars een dagje schaatst in Thialf, vraagt de verslaggever of hij later goed wordt. Joep is mee met vader Erben, die afscheid neemt van het schaatsen. ‘Dat weet ik nog niet’, zegt het ventje. Erben noemt zijn zoon een echte Wennemars.

De wereldtitel van Joep op de 1.000 meter, bijna vijftien jaar later, is ook een zaak van DNA, van de lust en soms de last van zo’n fanatieke vader, van moeder Renate natuurlijk, de balans in het gezin van vier. Vader verdronk zaterdag onder zijn Noorse muts in vreugde. Hij was zelf ook kampioen geweest, in een andere stijl overigens. Hij schaatste, zeker kort na het startschot, nogal schokkerig en onrustig, in de geest van zijn karakter met ADHD.

De titel kwam onverwacht, al had vader stiekem rekening gehouden met succes. Nee, ze vroegen bij de NOS nu even niet om de analyticus Erben, maar om de vader, die zinnen van puur geluk sprak, ogenschijnlijk rustiger dan normaal. Geen spraakwaterval, maar een meanderende stroom. Juist op de dag van de wedstrijd had hij niets gezegd tegen zijn zoon. Geen tips gegeven, niets, want op deze dag moest de zoon van Erben alleen Joep zijn.

Vader sprak over de mooie generatie schaatsers, met ook Jenning de Boo, Femke Kok, Joy Beune en anderen. Wat mij zo beviel is, hoe ze erin kleunden. Sport zonder berekening. Valse start De Boo. Niets mee te maken. Opnieuw starten en winnen van Jordan Stolz op de 500 meter. Vroege start Wennemars. Gewoon vol rijden, en dan zien of iemand nog aan die tijd kon komen. Niemand dus.

Natuurlijk, ook schaatsen is een toverdoos van data, maar op de dag zelf is het rammen. Dat irriteerde me zo aan die kansloze nederlaag van Ajax in Frankfurt, met dat B-team. Weet je, ze moeten het vooral zelf weten bij Ajax. De krant betaalde het ticket van de verslaggever voor de trein, het uitzicht op het veld en de worst met curry waren fantastisch, en de Duitse supporters bleken een geweldig koor te vormen, tot ver na afloop.

Drieduizend aanhangers van Ajax voelden zich nauwelijks bekocht, want ze wonen in een nieuw narratief: kijk waar ‘we’ vandaan komen en zie hoe onverwacht goed het gaat. Het is mooi om supporters van Ajax zo tevreden te zien. Vaak verkering gehad met het mooiste meisje van de klas en nu blij met een overblijvertje, die misschien veel liever is. Dat wel.

Ik snap trainer Francesco Farioli overigens best en geef hem nog deels gelijk ook, want hij is een dataman bij uitstek en zijn selectie is hoe je het ook wendt of keert toch een beetje houtje-touwtje. Ik zie het plan, de Grote, Onverwachte Aanval op de landstitel. Het is mogelijk een geniaal plan, het zij gezegd, maar dan kan het soms nog wel vreselijk irritant zijn. Zo irritant dat je een bozig stuk tikt, de volgende dag de trein naar huis neemt en de tv aanzet. De ene schaatser (De Boo) zet dan na zijn zege een heel rare, op het ijs gegooide theemuts op zijn hoofd. De ander valt in de armen van zijn snikkende vader. Prachtig.

Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next