Zelden zie je zoveel militairen bij elkaar, het is een buitenkans. De hele week al steggelen politici in achterkamers over herbewapening, het is almaar oorlog op tv, en hier staan de mensen die weten hoe het is om ter plekke present te zijn, bijvoorbeeld aan ‘de oostflank’, samenwerkend met andere Europeanen. Een legertje van zo’n zevenhonderd man/vrouw, en iedereen is goed gekapt, goed gekleed, goed geluimd en welbespraakt.
Beetje dom om te denken dat ze zomaar zullen praten over hun werkzaamheden, het wereldtoneel en de omstandigheden thuis – het is niet des soldaats de politiek te beschouwen, dat doen de politici maar. Die laten hun kiezers inmiddels met eindeloos ‘coalitieoverleg’ weten dat steun aan Oekraïne niet vanzelfsprekend is – wat moet je daar ook van zeggen.
Beleefd, zonder afwerend te worden, verwijzen de militairen naar ‘communicatie’: ‘daar kan ik zelf helaas geen mening over hebben’. Ook het meegekomen thuisfront houdt de lippen op elkaar.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Gelukkig heeft luitenant/voorlichter Bram, zelf klaar voor zijn eerste zes maanden Litouwen, een militair geregeld die de pers te woord zal staan zodra de medailles zijn uitgereikt.
Iedereen die op missie is geweest, krijgt vandaag een onderscheiding, inclusief het thuisfront (broche met anjer) en de kinderen (rood-wit-blauwe medaille). Ook dat is een teken van de tijd. Een paar jaar terug mocht ik bij zo’n zelfde ceremonie zijn, maar dat waren andere omstandigheden. Het leger moest zichzelf bewijzen, onze jongens en meiden waren terug uit Afghanistan, en de vraag doemde op wat ze daar nu eigenlijk hadden bereikt. Geld voor oefenmunitie was er eigenlijk niet, waardoor ze gedwongen waren zelf ‘pang pang’ te roepen tijdens hun training in het veld.
De oorlog was ver weg. Nu is-ie zo dichtbij dat burgers worden opgeroepen zich klaar te maken. Ook in mijn gezin rijst de vraag wat die ‘dienstplicht’ eigenlijk inhoudt.
Destijds schreef ik: ‘De militair is de laatste jaren aardig opgeschoven in de richting van ontwikkelingswerker.’ Haha. Wat nog wel geldt: ‘Wij zijn een middel van de politiek.’
Rechte ruggen, discipline. Voor de ceremonie is een multifuctionele sporthal afgehuurd, en ingeklemd tussen wieler- en atletiekbaan staan de detachementen op de paradeplaats te wachten op het decoreren. Alles is duidelijk: de taal, de bewegingen, de hiërarchie, maar onderwijl voltrekt zich een voor buitenstaanders ondoorgrondelijke choreografie, een staaltje saamhorigheid in een maatschappij gevormd door individualisme.
Vlaggen en symbolen, baretten en epauletten, gestileerde baarden en glanzende oorbellen; de meeste militairen dragen een mooi rekje onderscheidingen op de borst, een vleug aftershave of parfum en een grote, aan plezier grenzende zelfverzekerdheid.
Geeft acht. Brengt groet. Ereroffel.
Irak, Bosnië, Litouwen.
Vooral dat laatste. Ze zijn net geweest of gaan ernaartoe: Enhanced Forward Presence is de naam van de missie die aan duidelijkheid niets te wensen laat. ‘Jullie beschermen wat ons allen dierbaar is’, spreekt de luitenant-generaal de troepen toe, ‘onze waarden en normen’, ‘onze manier van leven’, ‘onze vrijheid’, ‘onze democratie’.
Ja, ze staan pal voor de politici, ook al zijn er grootmeesters in onduidelijkheid bij die welbewust mistig doen over Oekraïne. Want ook dat is populisme: altijd je eigen land op één.
Het decoreren is belangrijk voor de militairen, belangrijker nog is het gespekje dat erop volgt met de commandant. ‘Dat is het waardevolste, daar nemen we de tijd voor’, zegt de spreekstalmeester. Daarna is de vloer aan de kinderen, die door hun vader/moeder een kindermedaille krijgen opgespeld – sommigen hadden er al een, of twee.
Na afloop is kapitein Fokko beschikbaar voor vragen van de pers: getraind haalt hij zijn achternaam van het uniformjasje vanwege de veiligheid. Twee keer was hij in Litouwen, het vergt wel wat om zes maanden van huis te zijn, ook voor het thuisfront, zo’n medaille voelt toch heel speciaal. ‘Zeker met de Russische agressie is het belangrijk af te schrikken.’ Maar wat die andere vragen betreft: ‘Dat is een politiek besluit, daar kan ik niets over zeggen.’
Als ik vraag wat zijn functie is, blijkt ook hij van communicatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns