Home

Opgroeien in een écht badhuis: 'Op zondag kon ik twee uur lang douchen' - Omroep West

DEN HAAG - Jij hebt vanochtend waarschijnlijk gewoon even thuis onder de douche gestaan, maar er was een tijd dat de meeste mensen in Den Haag één keer per week naar het badhuis gingen om zich goed te boenen en te wassen. Stel je voor dat je opgroeit in zo'n badhuis. Albert Paul weet er alles van. Zijn vader was de badmeester van het badhuis aan de Nieuwe-Havendwarsstraat 8 in Den Haag. Het badhuis zelf is inmiddels afgebroken, maar de herinneringen blijven levendig.

Tot in de jaren tachtig had Den Haag badhuizen, plekken waar zelfs hele schoolklassen wekelijks naartoe gingen om te douchen. Albert Paul is letterlijk in het badhuis geboren, in de dienstwoning boven het gebouw. 'Ik ben enorm verwend wat dat betreft,' vertelt hij. 'Het badhuis was voor mij één grote zee van ruimte, een kasteel zelfs.'

Het badhuis was een essentieel onderdeel van het leven in het Haagse Spuikwartier, destijds een dichtbevolkte volksbuurt. Bijna niemand had thuis een douche. 'Iedere week kwamen er tussen de 1200 en 1400 mensen bij ons over de vloer om zich te wassen. Het was niet alleen een wasbeurt, het was ook een sociaal gebeuren.'

Je kwam het badhuis binnen via de grote groene deuren en dan waren er drie grote wachtkamers. Vanuit daar liep je door naar de centrale ruimte: de badzaal zelf. 'Die was cirkelvormig met een hoog, achtkantig koepeldak. Er zat een lichtstraat in, waardoor het daglicht prachtig naar binnen viel', herinnert Albert zich. Boven op de wachtkamers was de dienstwoning gebouwd, met daarboven nog een enorme zolder.

'Mensen kochten een kaartje en moesten soms wel een half uur of langer wachten. Sommigen gingen nog even boodschappen doen, anderen maakten een praatje. Iedereen kende elkaar in de buurt, en het badhuis was een ontmoetingsplek.'

Als het zover was, riep Alberts vader de mensen om de beurt naar binnen. 'Hij stond centraal in de koepelruimte, riep de nummers om en wees mensen hun douchehokje aan. Op de deur hing een klokje. Zodra je naar binnen ging, schoof hij het kaartje twintig minuten verder. Zo lang had je om uit te kleden, te wassen, aan te kleden en weer naar buiten te gaan.'

Wat als je langer bleef? 'Dan gaf mijn vader eerst een flinke klap op de deur. 'Opschieten!' riep hij. Duurde het nog langer, dan maakte pa de deur gewoon open. Dus je zorgde wel dat je op tijd klaar was.'

Je zou denken dat Albert zelf de luxe had om iedere dag beneden te douchen, maar niets was minder waar. 'Nee, dat zat er niet in. Als het badhuis open was, was het voor de badgasten, niet voor de familie. Dus als kind zat ik gewoon in een zinken teil.'

'Mijn oudste zus haalde beneden twee of drie emmers heet water, want boven hadden we dat nog niet. Ze gooide dat in die teil waarin al koud water zat en zo werd ik gewassen. Als jongste was ik natuurlijk de pineut, want ik was altijd als laatste aan de beurt. Of ik echt schoon werd, geen idee!'

Op latere leeftijd mocht Albert na sluitingstijd wél douchen. 'Dan koos ik altijd douchehokje 23. Waarom? Nou, bij die douche kwamen net iets meer waterstralen uit de douchekop. Ik verdenk mijn vader ervan dat hij die gaatjes expres iets groter had gemaakt!'

De dagen dat het badhuis gesloten was voor publiek, was het één groot speelparadijs voor Albert. 'We rolschaatsten in de gangen van het badhuis, we hebben er fantastische klassenfeestjes gehouden.' De kinderen Paul moesten pa ook helpen. Mijn zusje lapte de ramen, we hielpen met schoonmaken en kolen sjouwen.'

In de jaren tachtig veranderde alles. 'Vanaf de jaren vijftig kwamen er wekelijks nog 1400 à 1500 mensen. In de jaren tachtig waren dat er nog maar 45. Iedereen kreeg thuis een douche en het badhuis raakte in verval.'

Uiteindelijk sloot het badhuis definitief zijn deuren en werd gesloopt. De bijzondere achtkantige koepel bleef gespaard en is als monument in de Nieuwe-Havendwarsstraat geplaatst. 'Mijn vader heeft dat toen onthuld.'

Toch koestert Albert zijn herinneringen aan deze bijzondere plek. 'Het was meer dan alleen een plek om te wassen. Het was een gemeenschap, een ontmoetingsplek, en mijn thuis. Een plek waar verhalen ontstonden en waar mensen samenkwamen. En ik? Ik heb er mijn jeugd doorgebracht, in mijn eigen kasteel.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next