is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Een leger zoekers in camouflagekleding struint elk voorjaar de weilanden af om het eerste kievitsei te vinden. Daar komen nu ook drones bij.
De teleurstelling droop van het bericht op de Friese regionale omroep: ‘Weer niet in Fryslân: eerste kievitsei van Nederland gevonden in Noord-Brabant.’ Het is nu potdomme zes jaar geleden dat het eerste kievitsei van Nederland in Friesland werd gevonden, jammerde de omroep nog even door over de teloorgang van een oeroude traditie: aaisykje.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Dat geeft te denken. Over de kievit. En over Friesland. Met beide is iets aan de hand.
Kievitseieren rapen is een relict uit andere tijden. In 2015 werd het rapen verboden, het verstoorde de vogels te veel. Dankzij acties van Fauna- en Vogelbescherming kan elke Friese burgemeester fluiten naar het eerste ei dat hem of haar traditiegetrouw werd aangeboden door een trotse vinder. Eieren mogen nog wel gezocht, maar niet meer meegenomen. Sinds 2017 mogen alleen nog erkende en geregistreerde ‘nazorgers’ eieren zoeken. Aaisykje werd in 2022 zelfs tot immaterieel erfgoed gedoopt.
De oude tijden zijn vervlogen. Net als de vogels, want in weerwil van de traditie is de kievit, net als veel andere weidevogels, steeds minder te vinden in Friesland. Weiden zijn er vervangen door strakke biljartlakens vol monotoon raaigras, dat volop wordt bemest, ontwaterd en vroeger gemaaid – allemaal funest voor de beschermde weidevogel.
Het eerste ei wordt door klimaatverandering trouwens steeds vroeger in het jaar gevonden, zo stelde het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) vast, maar dat is een ander verhaal.
‘Verwacht mag worden dat door de beperkingen van het zoeken naar eieren de waarneeminspanning afneemt, wat invloed zal hebben op de kans op het vinden van vroege legsels’, schreef het CLO, maar daar blijkt nog niets van. Jaarlijks gaan alleen in Friesland al (volgens de Bond Friese Vogelwachten) zo’n ‘honderd fanatieke eierzoekers’ de strijd aan om het eerste kievitsei. Cijfers over de rest van Nederland ontbreken.
Door hun inspanning worden nesten tijdig gevonden en gemarkeerd, zodat boeren daar omheen kunnen maaien. Maar intussen is het ook ‘een echte sport’, zo meldde dezelfde Omrop Fryslan in een handleiding voor de beginnende eierzoeker.
Achter het zoeken en het ‘verlies’ van Friesland schuilt een ware cultuurstrijd. Die is nu ontaard in een luchtoffensief. Fryslan boppe: de eierzoekers hebben, zo meldde de regionale omroep deze week, twee ton subsidie gekregen voor AI-drones die eieren kunnen zoeken. Met zo’n zeventigduizend foto’s zouden (ook goed verscholen) nesten makkelijker te vinden zijn.
De ‘sport’ mag daar niet door worden bedorven: ‘We hebben al in de reglementen opgenomen dat drones niet thuishoren in zo’n wedstrijd’, zei een eierzoeker tegen de omroep.
Aangestoken door het ‘succes’ van de afgelopen zes jaar buiten Friesland, verschijnen nu her en der tips voor eierzoekers om ‘volgend jaar de eerste te zijn’ (‘Draag camouflagekleding, bezoek verschillende weilanden, begin vroeg in het jaar’, aldus De Castricummer)
Dus vanaf de eerste dagen dat een kwieke kievit het uit pure levenslust in zijn kuifkop haalt een ei te leggen, struint er een leger zoekers door het gras om de vogel op heterdaad te betrappen. Boven die vogels komen nu ook zoemende drones te hangen. Voor de sport. En de ‘bescherming’. Of het immateriële erfgoed.
Deze nuchtere Randstedeling zegt: natuur is geen sport. Vier het voorjaar, koester de kievit – laat hem met rust.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant