Censuur! Het wordt zo makkelijk geroepen, met name op de radicaalrechtse flank. De ‘instituten’, de mainstreammedia, zelfs sociale media – ze doen er allemaal aan mee. In Amerika hebben deze aantijgingen inmiddels ertoe geleid dat Mark Zuckerbergs bedrijf Meta ‘ideëel’ van koers is gewijzigd en onder meer is gestopt met factchecken. Free Speech moet weer voorop staan, zo beweert hij.
Vrijheid van meningsuiting kent al lang zijn verdedigers. En als je ziet ten opzichte van wie die vrijheid volgens hen moet worden gewaarborgd, zijn er twee grote dreigingen te onderscheiden. Allereerst de staat. Artikel 7 van de grondwet – waarin de uitingsvrijheid staat – behelst voornamelijk een ‘onthoudingsplicht’ voor de overheid. Het belang daarvan is evident, want in elke totalitaire samenleving zie je hoe de staat met het beperken van de uitingsvrijheid een uitstekend wapen in handen heeft om de bevolking te onderdrukken.
Het tweede gevaar voor de vrijheid van meningsuiting, werd aangekaart door de filosoof John Stuart Mill. In zijn essay On Liberty sprak hij, in navolging van de Franse denker Alexis de Tocqueville, over het gevaar van de ‘tirannie van de meerderheid’. Niet alleen op politiek vlak, maar voornamelijk op maatschappelijk gebied. Het ging hem om het verstikkende juk van de publieke opinie en haar morele sancties, zoals sociale uitsluiting, als je een afwijkende mening hebt of er een eigenzinnige levensstijl op nahoudt. Niet de staat, maar de massa bedreigt hier de vrije meningsuiting.
De publieke opinie, zo meent Mill, kan de zoektocht naar waarheid in de weg zitten. Allereerst kan een mening die afwijkt van de publieke opinie namelijk waar zijn. Daarnaast kan zowel de publieke opinie als de afwijkende mening een gedeelte van de waarheid bevatten. Met de ‘strijd’ tussen conflicterende ideeën zou een groter deel van de waarheid boven kunnen komen drijven. Wat ook kan: de publieke opinie is waar, maar als men het idee niet meer hoeft te verdedigen, wordt het een dogma. Om een waarheid levend te houden, is blijvende discussie nodig.
Het bovenstaande is nogal abstract, maar waar Mill concreet op doelt is dat staat en samenleving briljante individuen die ons vooruit kunnen helpen, niet het zwijgen moeten opleggen. Een nieuwe Copernicus moet kunnen zeggen dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Dat is essentieel voor vooruitgang. Om deze reden moet de samenleving een – zoals dat later wel is gaan heten – marketplace of ideas kennen.
Op beide gevaren voor de vrijheid van meningsuiting wordt vandaag de dag nog actief gewezen, met name overigens in radicaalrechtse kringen. Zo ziet Ongehoord Nederland-presentator Raisa Blommestijn haar veroordeling voor groepsbelediging als een vorm van censuur door een overheid met steeds meer totalitaire trekjes.
Dat is natuurlijk onzin. De vrijheid van meningsuiting is ruim in Nederland, maar niet onbegrensd. Zaken als haatzaaien en discriminatie zijn niet toegestaan. Dat is – met een beroep op Mill – ook prima te verdedigen. Want dragen dergelijke uitingen bij aan waarheidsvinding?
Over de auteur
Alban Mik is rechtsfilosoof en schrijver van Tegen beter weten in. In de maand maart is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Daarnaast wordt ook het gevaar van de tirannie van de meerderheid in rechtse hoek om de haverklap ingeroepen. Hoe vaak horen we wel niet dat ‘je ‘tegenwoordig ook niks meer mag zeggen, anders word je gecanceld’? Opmerkelijk is overigens wel dat, waar Mill sprak over het gevaar van de tirannie van de meerderheid, de meeste (extreem)rechtse opiniemakers eerder spreken over een luidruchtige, activistische, linkse minderheid. Volgens hen is er dan ook eigenlijk sprake van een tirannie van de schijnmeerderheid, terwijl de échte (stille) meerderheid natuurlijk door henzelf zou worden vertegenwoordigd.
Het is verleidelijk om, kijkend naar de mensen die tegenwoordig voorwenden voorvechters van het vrije woord te zijn, de ideeën van Mill terzijde te schuiven. Daarmee zouden we hem echter tekortdoen. Het misbruik dat van zijn argumenten wordt gemaakt, is zijn schuld niet. Laten we die dus op hun eigen merites beoordelen.
Zijn markt der ideeën bijvoorbeeld, is dat het nastreven waard? Of is het eigenlijk te mooi om waar te zijn? Over het algemeen lijken mensen immers eerder geneigd zich aan te sluiten bij gelijkgestemden. Hoe vaak staat men nou werkelijk open voor andermans ideeën? En hoewel mensen als Elon Musk en Mark Zuckerberg ongetwijfeld het tegendeel zullen beweren (sterker nog, ze propageren voorvechters van het vrije woord te zijn), is dat met sociale media alleen maar erger geworden.
Want nog los van de dubieuze motieven van de eigenaren van X en Meta, zijn het bij uitstek bubbels van gelijkgestemden. Daarin stikt het bovendien van de desinformatie. Wat blijft er van Mills idee van waarheidsvinding over, als men het daar heeft over een platte aarde of dat we geregeerd worden door reptielen?
Al met al is het idee van Mill wel erg idealistisch. Maar dat de praktijk weerbarstig is, betekent natuurlijk niet dat je het ideaal daarom maar moet loslaten. Want als je kijkt naar het tegenovergestelde, de online echokamers vol desinformatie, dan is dat wel degelijk een nachtmerrie voor een goed functionerende democratische samenleving. Zo bezien blijft het de moeite om – hoe moeilijk het ook is – te streven naar een publieke ruimte waar een gezonde botsing der ideeën plaatsvindt. De grote vraag is alleen: hoe gaan we dat in deze door sociale media gedomineerde tijd tot stand brengen?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant