Home

Krimp dwingt kabinet tot ingreep: het roer gaat om in de financiering van mbo en hoger onderwijs

Door krimpende studententaantallen dreigt verschraling van het studieaanbod in de regio. Het kabinet ziet zich daarom gedwongen tot een fundamentele ingreep in de geldstroom richting het mbo en het hoger onderwijs. De financiering per studentenaantal komt ter discussie te staan.

is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.

Studentenaantallen zijn sinds jaar en dag een dominante factor in de geldstroom het onderwijs: hoe meer studenten, hoe hoger de ‘rijksbekostiging’. Dat geldt voor alle richtingen (mbo, hbo en universiteiten) en leidde de afgelopen decennia tot scherpe concurrentie bij het lokken van nieuwe eerstejaarsstudenten. Het is ook een prikkel om vooral te mikken op populaire studies, waardoor andere opleidingen soms in de knel komen.

Vanwege die effecten is het stelsel niet onomstreden. Nu nadert volgens minister Bruins van Onderwijs het moment dat het onwerkbaar wordt. Daarvoor is één simpele reden: de vergrijzing, waardoor zich in veel regio’s steeds minder jongeren aandienen om aan een opleiding te beginnen.

Daling na decennia stijging

Na decennia van ononderbroken stijging neemt het aantal studenten in de komende jaren af. In het mbo is die trend al ingezet. Het totaal aantal mbo-studenten is afgenomen van de piek van 508 duizend studenten in 2020 tot 469 duizend in 2023. Het ministerie verwacht een verdere daling tot 432 mbo-duizend studenten in 2040.

In het hbo voorziet Bruins een gestage daling, van het hoogtepunt van 491 duizend studenten in 2021 naar 410 duizend in 2030. Voor de universiteiten is de prognose onzeker, omdat die mede afhankelijk is van het aantal inkomende buitenlandse studenten. In de praktijk echter is op veel universiteiten al een daling ingezet.

Zonder aanpassing van de financiering vreest Bruins dat het onderwijs een zeer onzeker tijdperk tegemoet gaat, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Hij waarschuwt voor verschraling van het onderwijsaanbod, zeker in de regio’s waar het aantal jongeren sterk afneemt.

De urgentie is het grootst in het mbo, waar de scholen hun rijksbijdrage volledig ontvangen op basis van het aantal studenten en de afgegeven diploma’s. Bruins voorziet dat het ingewikkeld wordt om in alle regio’s een ‘divers en relevant onderwijsaanbod’ in stand te houden.

Experiment: geldstroom niet meer afhankelijk van aantallen

In de komende jaren begint hij daarom experimenten waarin een deel van de geldstroom niet meer afhankelijk is van de studentenaantallen maar van het onderwijsaanbod. Instellingen die gericht investeren in opleidingen met een ‘maatschappelijk belang’, krijgen daarvoor extra subsidie. Bruins denkt aan opleidingen ‘die voor de leefbaarheid van de regio en de maatschappelijke opgaven van groot belang zijn, zoals opleidingen die nodig zijn voor de zorg, de weerbaarheid en veiligheid of de energietransitie’.

Vanaf 2027 wil hij ‘de hele bekostingssystematiek herzien’. Daarover gaat hij de komende tijd in gesprek met de instellingen. Daarbij waarschuwt hij dat het gaat om een herverdeling. Hij voorziet niet dat er gemiddeld meer geld per student beschikbaar komt. Sterker: het huidige kabinet bezuinigt fors op het onderwijs.

In het hbo en het wetenschappelijk onderwijs - waar de financiering per student iets minder dominant is - neemt Bruins wat meer tijd, maar geldt hetzelfde uitgangspunt: de studentenaantallen worden minder dominant. Hij verlangt bovendien dat de instellingen veel beter gaan samenwerken om te voorkomen dat in sommige regio’s opleidingen gaan wegvallen. In 2026 hoopt hij een plan voor een nieuw verdeelmodel klaar te hebben.

Alles over politiek vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next