De Amerikaanse regering heft sinds vorige week extra tarieven op Chinese producten. De Europese Unie deed dat vorige week al met Chinese elektrische auto's. Moet de toch al kwakkelende Chinese economie vrezen voor de escalatie van een handelsconflict?
De economie van China zit al een tijdje in zwaar weer. De huizenmarkt is in crisis en de jeugdwerkloosheid is ongekend hoog. Maandag werd ook nog eens bekend dat er in China sprake is van deflatie, dus dalende prijzen. Dat is slecht nieuws: het is een teken dat Chinese consumenten en bedrijven uitgaven uitstellen. Die ontwikkeling remt de economische groei. Daar komen de Amerikaanse heffingen nog bovenop.
Toch zijn er volgens Sinoloog Rogier Creemers van de Universiteit Leiden ook positieve ontwikkelingen waar de Chinese regering mee uit de voeten kan. "De productie van elektrische voertuigen is op dit moment de grootste oorzaak van de economische groei van vorig jaar. Een aantal bedrijven maakt auto's van heel goede kwaliteit. En die Chinese auto's zijn goedkoper dan Europese of Amerikaanse alternatieven. Hun marktaandeel groeit."
Niet alleen Chinese autofabrikanten vinden dat volgens Creemers een prettig idee. "Het geeft de regering vertrouwen dat China niet van het buitenland afhankelijk hoeft te zijn in een technisch verfijnde sector. Daarnaast is DeepSeek (een AI-systeem, red.) een voorbeeld van een Chinees product uit de technologische sector dat het goed doet."
De twee voorbeelden staan volgens Creemers niet op zichzelf. "De regering zet loeihard in op het omtoveren van de productieketens. In Europa zijn we met hetzelfde vraagstuk bezig: de belangrijke sectoren beschermen voor invloed van buitenaf." De leiders van China zetten in op technologisch ingewikkelde producten. "Denk aan zonnepanelen, accu's of elektrische auto's. Maar ook in mensvormige robots wordt veel geïnvesteerd."
Volgens Creemers werkt het oude draaiboekje van China niet meer. "Tien jaar geleden kwam de economische groei voort uit het beleid om een hele hoop Chinezen aan het werk te zetten en zoveel mogelijk spulletjes te maken", zegt hij.
"Maar bij de productie van een paar sneakers of T-shirts blijft maar een heel klein bedrag in China. Dat is anders bij een elektrische auto: de waarde daarvan houden ze bijna helemaal zelf. Zo wordt het makkelijker om economisch onafhankelijk te worden van het buitenland en van tarieven."
Economische onafhankelijkheid is sinds het eerste kabinet van de Amerikaanse president Donald Trump (2017-2021) hoog op de agenda gekomen van de Chinese Communistische Partij. "De sancties van Trump hadden expliciet als doel om de ontwikkeling van China tegen te houden", zegt Dorien Emmers, econoom en sinoloog aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Sindsdien probeert China slimmer te werken. "Sinds het chipverbod van de VS heeft China veel meer geïnvesteerd in het ontwikkelen van chips. Die zijn niet zo goed als de beste Amerikaanse chips, maar Chinese fabrikanten kunnen de niet-geavanceerde chips heel efficiënt produceren. Als technologiebedrijven in China toegang tot Amerikaanse chips hadden, was er nooit zoveel geïnvesteerd in de eigen productie."
China investeert als voorbereiding op een handelsconflict overigens niet alleen in zichzelf. "De overheid probeert Chinezen te stimuleren meer Chinese producten te kopen. En de regering zoekt toenadering tot andere handelspartners, waaronder Europa", zegt Jue Wang, onderzoeker van de Chinese economie bij het LeidenAsiaCentre en de Universiteit Leiden.
"Daarnaast handelt China steeds meer met Aziatische buurlanden. Peking haalt de banden aan met die landen. Ook investeren ze in ontwikkelingslanden en opkomende economieën."
De Chinese overheid probeerde vorige week bij het jaarcongres veel zelfvertrouwen uit te stralen met een ambitieus groeiplan. Het doel voor 2025 is om 5 procent te groeien, kondigde het Volkscongres aan. Dat is net zo hard als in 2024, toen de angst voor Trumps tarieven de Chinese economie juist even vooruithielp.
Op de dag van die aankondiging traden Amerikaanse importtarieven op Chinese producten in werking. Maar heeft de Chinese economische groei dan echt niets te vrezen van de importheffingen?
"Er zijn verschillende geluiden", zegt Wang. "Sommige onderzoekers zeggen dat importtarieven de Chinese groei met 1 procent zullen afremmen. Volgens andere analyses zelfs tot 2,5 procent. Maar het is moeilijk te zeggen." Wel is het volgens haar zeker dat het impact heeft. "China is een grote producent en de VS is de grootste koper."
Dus lijkt het haar logisch dat China bereid zal zijn om te onderhandelen met Trump. "Misschien kunnen onderhandelingen de scherpe randjes er vanaf halen. Want dit doet pijn."
Emmers is stelliger over de vooruitzichten van Chinese bedrijven. "Ik denk dat er geen bedrijven zijn die echt bang zijn. In belangrijke sectoren gaat de overheid toch wel ondersteunen, bijvoorbeeld via subsidies."
Sinoloog Emmers is toch een beetje verrast door de doelstelling van 5 procent. "Het IMF (een instantie die economische data bijhoudt, red.) schat de Chinese groei in 2025 lager in. Tussen de 3,5 en 4 procent." Je kunt je vraagtekens zetten bij de betrouwbaarheid van de Chinese cijfers, dus staar je er niet blind op, waarschuwt ze.
"Als China in de buurt komt van 5 procent economische groei is het al een hele prestatie. Daarom denk ik dat China dat gaan halen. Anders zou de overheid dit target niet stellen." Wang is voorzichtiger: "Het is heel lastig in te schatten, maar ik zou er niet van staan te kijken als China die 5 procent niet haalt."
Creemers verwacht dat de Chinese overheid zal zorgen dat het groeidoel wordt gehaald. "Wat mij betreft kan de Chinese regering altijd beslissen om het doel met stimuleringspakketten en investeringen te halen. Dat zal niet gemakkelijk zijn, maar ik ga ervan uit dat de regeringsleiders niet naïef zijn. Het zou goed kunnen dat China ook in 2025 zijn groeidoelen gaat halen."
Source: Nu.nl economisch