In een sublieme race en een baanrecord schaatste Jenning de Boo vrijdag in Hamar naar de wereldtitel op de 500 meter. Hij klopte daarbij het ongenaakbaar geachte schaatsfenomeen Jordan Stolz.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Jenning de Boo gaat al twee jaar met reuzensprongen en vol verbazing door het leven. Van gestopte shorttrackschaatser naar onbekende nieuwkomer in een langebaanploeg. Van beste schaatser van het land, tot beste van de wereld. En dat allemaal in verrassend rap tempo. Vrijdagavond stootte hij euforisch zijn armen door de lucht. In het Noorse Vikingskipet schaatste hij zijn beste 500 meter ooit en won zijn eerste wereldtitel.
Het is nog maar twee jaar geleden dat De Boo (21) deel uitmaakte van het opleidingsteam shorttrack in Heerenveen. Niet lang daarna besloot hij: ik wil het proberen in de schaatsdiscipline die ik ooit op mijn 7de beoefende, ik wil terug naar de langebaan. Het is gek om te beseffen hoe snel dit allemaal is gegaan, zegt De Boo vrijdagavond hoofdschuddend als hij van het ijs is gestapt, het volkslied heeft gehoord en allerlei andere plichtplegingen heeft gedaan. Ondertussen bungelt zijn gouden medaille om zijn nek.
Destijds in 2023 kreeg hij met wat geluk een voet tussen de deur bij Reggeborgh. Trainer Gerard van Velde had nog nooit van De Boo gehoord, maar nam bij het zien van zijn trainingswaarden en wat beelden uit De Boo’s pupillentijd – de enige langebaanbeelden die toen beschikbaar waren – een gok. Hij mocht meetrainen. De Boo: ‘We moesten allemaal maar zien hoe het zou gaan, of ik die jongens wel zou bijhouden op de training. En nu ben ik gewoon fucking wereldkampioen.’
In Hamar versloeg hij de ongenaakbaar geachte Jordan Stolz. De Amerikaan die dit seizoen van de tien wereldbekerwedstrijden over 500 meter die hij schaatste, er liefst zeven won. Stolz had bovendien de voorgaande twee keer de wereldtitel gewonnen. De Boo naderde hem dit seizoen zo vaak, hij bleef hoopvol, terwijl hij steeds weer van de buitenwacht hoorde dat hij het antwoord op het schaatsfenomeen was.
Twee weken geleden was De Boo al beter tijdens de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen. Maar destijds kampte de Amerikaan met naweeën van een keel- en longontsteking. ‘Dat hou ik wel in mijn achterhoofd’, zei hij toen. Nu in Hamar is er niets om in het achterhoofd te houden. Stolz had al laten weten dat hij nagenoeg fit is. ‘En zelfs als hij niet fit is, neemt dat nu niks meer af van mijn wereldtitel.’
Stolz werd in Hamar tweede, in 34,38. Ruim langzamer dan De Boo, die met 34,24 ook een nieuw baanrecord schaatste. Hij is de eerste man die Stolz op een wereldkampioenschap verslaat. Zijn overwinning maakt De Boo de tweede Nederlandse man met een wereldtitel op deze afstand; alleen Jan Smeekens ging hem in 2017 voor.
‘Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest’, verzucht De Boo na afloop, een opmerking die hij niet voor het eerst dit seizoen maakt. ‘Maar het is echt zo, en het wordt elke keer meer. Terwijl volgend jaar de Olympische Spelen er nog aan komen, en het olympisch kwalificatietoernooi. Daar kijk ik nog niet erg naar uit.’
‘Hij heeft zo verschrikkelijk veel power en blijft doorversnellen’, zegt zijn andere trainer, Dennis van der Gun. Vraag Van Velde wat hem zo goed maakt en de olympisch kampioen uit 2002 antwoordt: ‘Hij kan eigenlijk alles goed wat een klein mens heel goed kan.’ De Boo meet 195 centimeter. Dat is twaalf centimeter langer dan Stolz. De Boo heeft ‘langere hefbomen’; kan langer afzetten met zijn langere benen.
Normaal gesproken heeft hij met zijn lengte meer luchtweerstand, maar De Boo besloot als shorttracker al: ik moet dieper zitten dan iedereen. ‘Ik probeer me zo klein te maken als de Japanners, elke training let ik erop dat ik zo diep mogelijk zit. Als je dan nog je kracht kwijt kunt, resulteert het in dit.’
Bovendien is De Boo mentaal sterk, stellen zijn trainers. Hij moest in Hamar als laatste van start. Geen startpositie zwaarder dan de laatste rit, als iedereen al heeft gereden, weet Van Velde. ‘Pure opluchting’, zegt De Boo. ‘Je bent de hele tijd aan het wachten tot je mag. Daarom is die ontlading ook zo groot. Die is nergens mee te vergelijken. Ik wilde dit zo graag.’ Bovendien was hij getergd door het zilver van een dag eerder dat hij samen met zijn teamgenoten bemachtigde op de teamsprint. ‘We wilden zo graag wereldkampioen worden.’
Van Velde refereert aan zijn gouden olympische race in Salt Lake City in 2002. Toen hij daarvoor op de 500 meter met een honderdste van een seconde als vierde was geëindigd. ‘Het werd net iets meer een kwestie van leven en dood. Dat vuur brandt dan gewoon.’ Hij werd olympisch kampioen op de 1.000 meter. De Boo wereldkampioen op de 500 meter. ‘De kers op de taart van een geweldig seizoen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant