PVV, NSC en BBB moeten er niet op rekenen dat ze miljarden euro’s extra kunnen uitgeven, omdat de begrotingsramingen te pessimistisch zijn. Een expertgroep concludeert dat veel ramingsmissers te wijten zijn aan slechte politieke planning.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
NSC-leider Pieter Omtzigt eiste de afgelopen maanden opheldering over de structurele overschatting van de begrotingstekorten door het ministerie van Financiën en het Centraal Planbureau (CPB). Sinds 2021 houdt het kabinet elk jaar ruim 20 miljard euro meer over dan vooraf ingeschat. Omtzigt sprak het vermoeden uit dat de rekenmodellen die het ministerie en CPB gebruiken om het begrotingssaldo en de hoogte van de staatsschuld te voorspellen, fouten bevatten.
Naar aanleiding van die kritiek gaf minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) zeven begrotingsexperts opdracht de oorzaak van de ramingsafwijkingen te achterhalen. PVV en BBB hoopten net als NSC dat de expertgroep zou concluderen dat Financiën structureel te voorzichtig begroot, dus dat ze tientallen miljarden euro’s meer kunnen uitgeven dan Heinen tot nu toe heeft beweerd. Die uitkomst zou de drie coalitiepartijen goed uitkomen in het kader van de lopende begrotingsonderhandelingen voor de Voorjaarsnota.
Alles over politiek vindt u hier.
Maar de hoop dat er ergens op Heinens ministerie een verborgen schat ligt, blijkt ijdel. De expertgroep stelt vast dat de (inderdaad opvallend grote) afwijkingen in de raming in de afgelopen vier jaar voor 60 procent het gevolg waren van uitzonderlijke gebeurtenissen, ofwel ‘events, dear boy, events’, zoals de Britse premier Harold Macmillan ooit zei.
De coronapandemie en de invasie van Oekraïne veroorzaakten onvoorspelbare economische schokken die de rijksbegroting met name in 2021 en 2022 totaal overhoop gooiden. De overschatting van het begrotingstekort in 2023 is voor een belangrijk deel te wijten aan een verkeerde inschatting van eenmalige beleidseffecten. Ook die zijn niet toe te schrijven aan structurele fouten in de rekenmodellen.
Bijzondere gebeurtenissen en incidentele beleidswijzigingen veroorzaken geen structurele ramingsfouten. Deze hebben dus geen voorspellende waarde voor toekomstige begrotingsmeevallers. Wel vond de expertgroep een andere structurele oorzaak voor begrotingsmeevallers in de afgelopen vier jaar: het kabinet is steevast te optimistisch in de planning van uitgaven.
Vóór 2020 waren Nederlandse kabinetten veel zuiniger dan in de jaren erna. De vier jaar daarvoor werden afgesloten met een begrotingsoverschot. De staatsschuld daalde fors. Het derde kabinet Rutte besloot daarom de begrotingsteugels te laten vieren. Vanaf 2020 plannen kabinetten flinke uitgavenverhogingen.
Maar achteraf blijkt steevast dat ministeries veel geplande uitgaven moeten uitstellen, onder andere doordat de vergunningverlening langer duurt dan gedacht. Een andere reden is dat er door de krapte op de arbeidsmarkt geen mensen zijn om het geplande werk uit te voeren. Dit geldt ook voor lagere overheden als provincies en gemeenten.
Hierdoor blijven er jaarlijks miljarden euro’s aan geplande uitgaven op de plank liggen. Dat creëert dan een onverwachte begrotingsmeevaller aan het einde van het jaar. De expertgroep vindt dat Financiën en het CPB deze ramingsfouten niet verweten mag worden, omdat zij (en de Algemene Rekenkamer, en de Raad van State) elk jaar waarschuwen voor deze ‘onderuitputting’ op de begroting. De begrotingsexperts wijzen daarom met de beschuldigende vinger naar de politiek, die structureel te optimistisch is over het tempo waarin kabinetsplannen uitgevoerd kunnen worden.
Die onderuitputting, begrotingsmeevallers die het gevolg zijn van geplande, maar niet gedane uitgaven, neemt elk jaar toe. In 2024 bedroeg die ‘meevaller’ waarschijnlijk 17 miljard euro, waarvan ongeveer de helft door Heinen al is ingeboekt omdat hij deze zag aankomen.
De enige structurele ramingsfout die waarschijnlijk wél aan de rekenmodellen te wijten is, is de stelselmatige onderschatting van de opbrengst van de vennootschapsbelasting. De expertgroep kon de oorzaak daarvan niet achterhalen, daarvoor is meer onderzoek nodig. De belastinginkomsten uit bedrijfswinsten zijn sinds 2011 jaarlijks met een paar miljard euro onderschat.
Deze enige ‘echte’ ramingsmeevaller zou dit jaar dan 3 miljard euro bedragen, hoewel Financiën de opbrengst van de vennootschapsbelasting in 2024 voor de verandering wél nagenoeg goed heeft voorspeld. Wellicht is dit begrotingslek dus al boven voordat de huidige coalitie ervan kan profiteren.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant