Home

Met publiek geld onderweg in de exclusieve bubbel van de Tefaf: ‘Hier is alles – en iedereen’

Kunstbeurs Tefaf Oesters, champagne én de beste kunst: kunstbeurs TEFAF in Maastricht trekt de rijken der aarde aan. Kunnen musea daar nog wel mee concurreren? Op stap met een conservator van Museum Boijmans Van Beuningen.

‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnenkomt.” Dit citaat uit Dantes Goddelijke komedie zou bij de gewone sterveling zomaar op kunnen komen bij het zien van de honderden mensen die zich door acht beveiligingspoortjes proberen te persen. Zij – verzamelaars, galeriehouders, handelaren, kunstenaars, museumdirecteuren, curatoren – kwamen hier deze donderdagochtend met auto’s of privéjets op uitnodiging van The European Fine Art Fair, Tefaf, om op twee previewdagen alvast de kunst te bekijken en, vooral: te kopen.

En dat kun je als gewone sterveling wel vergeten. In de vooruitgestuurde folder met highlights staan onder andere een herontdekt schilderij van Gustav Klimt (zie inzet), een hanger van Fabergé, een met goud ingelegde Pleyelvleugel en een werk van Pablo Picasso.

„De eerste dag is het belangrijkste. De goede werken worden meteen verkocht”, zegt Rosie Razzall, conservator tekeningen van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Ze is net terug van Master Drawings New York, een belangrijke beurs in haar vakgebied. Ze is bij het museum verantwoordelijk voor al het werk op papier, tussen de 15de en 19de eeuw. Razzall is niet gebonden aan een bepaalde school. „In theorie zou ik dus alles wat in deze tijdsvakken past kunnen kopen.” Maar kan dat wel, als curator met publiek geld, op een beurs waar de rijkdom grenzeloos lijkt te zijn?

Krabbenpoten

Er wordt Frans, Engels, Italiaans, Chinees, Spaans, Koreaans gesproken. Voordringen gebeurt hier beleefd, zonder ellebogen en met een glimlach. Binnen houd je je zonnebril op. Mannen dragen hier een pak. Na de flessenhals van beveiligingspoortjes kom je in een gigantische donkere ontvangsthal. Het pronkstuk hier is een koepel bestaande uit duizenden kleine echte boeketjes, de bloemige geur vult de hele ruimte. Je kunt de koepel betreden om een foto te maken bij witte letters die TEFAF spellen. „Kostelijk”, zegt een vrouw en geeft haar telefoon aan haar man. Ze is niet de enige, al snel vormt hier ook een rij.

Ja natuurlijk zijn er oesters, kreeften en krabbenpoten op ijs. Er is champagne. En een opvallend banale all-you-can-eat loopband met sushi. Maar al snel wordt die protserige pracht en praal overstemd door de honderden stands met buitengewone kunst. Bij de stand van M.S. Rau, een galerie uit New Orleans, loop je tegen Stilleven met fles en twee zakken van Vincent van Gogh aan. Je draait je hoofd: Delfina y Dimas van Diego Rivera. Een Monet, een Renoir, Dali, Eugen von Blaas, Pissaro.

Voor Razzall is dit het hoogseizoen voor aankopen, over twee weken gaat ze naar Parijs voor nog een beurs. Nu loopt ze de stand van Stephen Ongpin Fine Art binnen, waar tekeningen worden aangeboden. Ze is alleen vandaag op Tefaf. Op de muur hangen veel tekeningen waar al groene (gereserveerd) of rode (verkocht) bolletjes naast zijn geplakt. Het is 13.00, om 11.00 ging de beurs open.

„Ik probeer altijd te denken aan de gaten in onze collectie. Wat hebben we al en wat past ertussen?”, vertelt Razzall. Ze loopt naar de stand van Day & Faber. Hier wijst ze een tekening aan van de werkplaats van Francesco Salviati, Twee slapende vrouwen. „We hebben net een catalogus van Italiaanse tekeningen afgerond en het zou mooi zijn om iets te kopen om die publicatie te vieren. Van deze kunstenaar hebben we nog niets in de collectie. De figuur op de tekening slaapt en het thema slaap past goed bij Boijmans omdat surrealisme een van de zwaartepunten is.”

Concurrentie

Er is een vrouw naast Razzall komen staan en lachend groeten ze elkaar. „Dat is mijn collega van het Rijksmuseum,” zegt ze.

De concurrentie tussen musea valt mee, legt Razzall uit, vaak overleggen ze ook over aankopen. „Het geld dat we uitgeven is grotendeels publiek geld, we willen de prijs niet onnodig opdrijven”, zegt ze. „Via uitlenen en samenwerkingen zie je zo’n werk dan vaak ook weer terug.”

Ondanks dat ze zich bezighoudt met tekeningen van eeuwen geleden, blijven trends komen en gaan. „Veel musea zijn zich steeds bewuster van het koloniale verleden en besteden aandacht aan diversiteit. Dus je ziet dat werk dat daarbij past snel wordt verkocht. Of soms kan oud werk heel modern aanvoelen. Zoals het werk van Caspar David Friedrich, dat heel sober is. Dat wordt dan verkocht voor grote bedragen”, vertelt ze.

Wat maakt TEFAF zo’n belangrijke beurs? „De kwaliteit”, zegt Razzall resoluut. „Hier zie je het allerbeste dat er op dit moment te krijgen is. En hier is alles, van juwelen tot meubilair, oude meesters en moderne kunst.” Maar het gaat hier niet alleen om het aanbod. Razzall wordt constant begroet en aangesproken. „Iedereen is hier nu, voor je netwerk is het ook een belangrijke beurs. De kunsthandelaren doen belangrijk werk. Ik heb geen tijd om alles te bekijken of uit te zoeken. Zij maken een eerste schifting. Daardoor houd ik tijd over voor conservatie en onderzoek.”

En die kunstkopers die hier voor uitzinnige bedragen kunst kopen? „Mijn ervaring is dat de meesten kunst verzamelen vanuit een oprechte liefde voor kunst. Wij kunnen werk uit privécollecties vaak lenen of soms krijgen we werk uit een nalatenschap. Die werken verdwijnen zelden echt helemaal.” Razzall moet weer door en verdwijnt in het doolhof van stands.

Ondertussen komt de beurs op stoom. Binnen krijg je niets mee van de leden van Extinction Rebellion die bij de ingang demonstreren tegen de privéjets die vanmorgen op Maastricht Airport zijn geland. Of van de politie die de demonstratie beëindigt. Een vrouw, in rode jurk, praat druk aan de telefoon. Haar dochters bekijken een plattegrond van de beurs. De vrouw hangt op en zegt: „So, I guess we’re buying what we like.”

Komt de Klimt in een museum?

De meest besproken vraag van deze TEFAF: wie koopt de Klimt? Het schilderij Portret van prins William Nii Nortey Dowuona was voor het laatst te zien in 1928 tijdens een tentoonstelling in de Secession, de Weense tempel van de vernieuwing. De oorspronkelijke eigenaars, het Joodse echtpaar Ernestine en Felix Klein, raakten in het in de oorlog kwijt nadat zij gevlucht waren. Twee jaar geleden werd het werk aangeboden bij de Weense galerie Wienerroither & Kohlbacher. Zij lieten het restaureren en toen ze ontdekten dat het om roofkunst ging namen ze contact op met de erfgenamen.

Klimt maakte het werk naar aanleiding van de Wiener Völkerschau in 1897. Hier werden exotische volken tentoongesteld, waaronder de Ghanese prins William Nii Nortey Dowuona. De vraagprijs bedraagt 15 miljoen euro. Als het aan galerie Wienerroither & Kohlbacher ligt gaat het werk naar een museum.

Welke aankopen hebben Nederlandse musea dit jaar verworven? Het Rijksmuseum maakte de aankoop van een 50cm hoog terracotta beeld van neushoorn Clara uit de 18de eeuw bekend. Drie jaar geleden had het museum al een tentoonstelling over de neushoorn, maar had vooralsnog alleen tekeningen van het dier in de collectie. Het beeld is gemaakt door wetenschapper en kunstenaar Petrus Camper en kon worden aangekocht dankzij het Johan Huizinga Fonds via het Rijksmuseum Fonds en een particuliere begunstiger.

Museum Boijmans Van Beuningen heeft nog geen aankopen bekendgemaakt.

Source: NRC

Previous

Next