Zeker zo sensationeel als het jaarlijkse Boekenbal is het getouwtrek om de kaartjes. Ook traditie: de creatieve, clandestiene pogingen om het mythische feest tóch bij te wonen als je eigenlijk niet mag komen.
Dat hij nog nooit in de horeca had gewerkt, was niet af te zien aan het cv van Maarten van Dorp, redacteur bij studentenblad Propria Cures: een keurige opsomming van cafés en restaurants, zo op rij genoeg leugentjes om aangenomen te worden bij het inpandige café van de Amsterdamse nachtclub The Escape.
Om die baan in de bediening was het Van Dorp niet te doen, wel om het feit dat het Boekenbal in 2022 in The Escape gepland stond. Van Dorp, destijds aspirant-redacteur bij Propria Cures, had geen Boekenbalkaartjes bemachtigd, en dat terwijl het zijn taak was de rest van zijn redactie, ook niet op de gastenlijst, het feest binnen te krijgen.
Een omweg dan maar. Het vergde wat gepuzzel met kadasterkaarten bij het stadsarchief voor Van Dorps vermoedens werden bevestigd: het café waar hij was gaan werken en The Escape waren inderdaad via nooduitgangen en achterkamertjes met elkaar verbonden. Na een paar rampzalige werkdagen in de aanloop naar het Boekenbal – ‘die overigens keurig zijn uitbetaald’ – wist Van Dorp in zijn vermomming als barman de redactie op het moment suprême via zijn ontdekte sluiproute het feest binnen te smokkelen – zonder kaartjes, maar ook zonder kleerscheuren.
Misschien is het wel sensationeler dan het feestje zelf, het jaarlijkse getouwtrek om de Boekenbalkaartjes. Wie mag er komen opdraven bij de jaarlijkse opening van de Boekenweek en interessanter nog: wie valt buiten de boot en bestaat in de literaire kringen dus niet écht? ITA, de Amsterdamse Stadsschouwburg, die bijna elk jaar de locatie van het bal is, biedt plek aan zo’n 1.500 man – schrijvers, uitgevers, pers, wat randfiguren. Het is bij organisator CPNB dringen om een plekje.
CPNB-directeur Eveline Aendekerk noemt de pogingen clandestien het mythische feest binnen te komen ‘een leuk spelletje’: ‘Dat er geen kaarten te koop zijn en alles op uitnodiging gebeurt, maakt het exclusief. Wél mogen komen betekent toch dat je ertoe doet in schrijversland. Vooral aan de PC-redactie, nooit op de gastenlijst, heeft Aendekerk een geduchte tegenstander. ‘Voorafgaand aan het Bal mailen ze altijd met de vraag om kaartjes, waarop ik antwoord dat ik er vertrouwen in heb dat het ze wel op een andere manier lukt.’
Inbreken is inderdaad een vak apart, vertelt Van Dorp, terugblikkend op de afgelopen jaren. In 2020 werd een ladder tegen het balkon van de Stadsschouwburg geplaatst en klauterde de Propria Cures-redactie naar boven. Vorig jaar glipte de groep via de niet goed afgeschermde, externe rookruimte naar binnen. In 2018 kreeg een redacteur via haar strategisch gekozen stage bij de CPNB toegang tot de gastenlijst, het jaar daarvoor verkleedden twee PC’ers zich als beveiligers van boekenweekauteur Herman Koch en wandelden zo de dansvloer op.
Waarom de redactie niet gewoon een kaartje krijgt, zoals dat in de beginjaren van het Bal wel het geval was, ligt volgens de ongetwijfeld wat aangedikte overlevering aan een incident rondom Beau van Erven Dorens, die toen hij redacteur was (tussen 1996 en 1998) tijdens de openingsceremonie over de reling van het toneelbalkon zou hebben geplast, volgens Van Dorp reden tot een levenslange gastenlijstban.
Eerder werden de papieren kaartjes nog per post aan de genodigden verstuurd, waardoor er makkelijk gefraudeerd kon worden – tickets werden hergebruikt of vervalst. Met de komst van de QR-code op tickets is dat euvel wel opgelost, denkt Aendekerk, maar dat waar een wil is ook een Boekenbal is, bewijst het verhaal van filosofiestudent en radiomaker Tabe Bakker, die twee jaar geleden met het al gescande kaartje van een kennis tóch de feestzaal betrad.
Zijn visie: om ergens binnen te komen moet je doen alsof je eerder al binnen wás, een techniek die hij afkeek bij Erik Hazelhoff, die in Soldaat van Oranje zo een nazi-bal crasht. Bakker had zijn winterjas ergens in een naburige kroeg neergelegd en zijn oranje-roze galakleding – slim, want precies naar de dresscode – had hij flink naar alcohol laten rieken, met ‘wat cognac op de schouders, een plons bier door het haar’, net of hij al flink op het Bal had staan tanken. Een simpel ‘mijn jas ligt nog binnen’ tegen een beveiliger was genoeg – dat zijn kaartje inderdaad al gescand was, droeg alleen maar bij aan de geloofwaardigheid van zijn act.
Een beproefde techniek, zo aankomen zonder jas, net als de zogenoemde toilettactiek. CPNB-directeur Aendekerk: ‘Ik weet dat er mensen zijn die al ’s ochtends bij de Stadsschouwburg aankloppen met een smoes, zichzelf eenmaal binnen op het toilet opsluiten en zich daar verstoppen tot het Bal begint.’
En ja, dat betekent urenlang kniezen in het kleinste kamertje. Schrijver Marion Pauw weet er alles van – toen ze tot haar eigen ongenoegen in 2012 niet werd uitgenodigd voor het Bal, besloot ze: if you can’t join them, beat them. Op de ochtend van het feest toog ze met een grote bak bloemen naar het Leidseplein, om als ‘bloemenmeisje’ wat boeketten af te geven. ‘Saai was het eigenlijk, hoe makkelijk het ging’, vertelt Pauw, die eenmaal binnen besefte dat ze weinig zin had de dag door te brengen in een wc.
Waarom niet nog een insluippoging opzetten, gewoon voor de kick? Handige jongens in een printshop hielpen haar het toen nog papieren kaartje te vervalsen, en een paar uur later infiltreerde ze voor de tweede keer. ‘Eppo van Nispen tot Sevenaer, toen de directeur van de CPNB, is me nog komen feliciteren. Sindsdien ben ik altijd uitgenodigd’, vertelt Pauw trots. Omdat ze dit jaar in de top 7 van de boekenweekgeschenkwedstrijd eindigde, is ze sowieso welkom.
En bij de Schouwburg zelf, zijn ze zich daar van al dit wangedrag bewust? ‘Jazeker’, zegt Naomi Maatje, hoofd publieksservice, ‘maar vaak te laat. Als iemand eenmaal is binnengeglipt, is het een verloren zaak.’ Voor de lezer die nu denkt dat het Bal aanstaande 14 maart ook in zijn bereik ligt, heeft Maatje ontmoedigend nieuws. Het Boekenbalteam, vijftig man groot, verkeert in opperste staat van alertheid. Alleen met een geldig ticket kom je het feest op.
De hoofdingangen van de Schouwburg zijn beveiligd. Fruit of bloemen langsbrengen voor backstage, of doen alsof je tot het personeel behoort: het is waarschijnlijk loze moeite. Niet alleen buiten is het voor het ITA-personeel opletten geblazen: ‘Schrijvers hebben weleens de neiging de schilderijen in de Schouwburg van de muur te halen en mee naar huis te nemen, we worden goed over hun gedrag gebrieft.’
Hoe dan wel binnen te komen? ‘Een boek schrijven’, zegt Aendekerk, of PC-redacteur worden, zoals Van Dorp aanraadt. Mocht dat toch niet lukken, dan heeft hij nog wel een geruststelling: ‘Geen enkel feest is zo leuk als je denkt dat het gaat worden, ook het Boekenbal niet. En: schrijvers zijn meestal gewoon behoorlijk saaie mensen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant