Home

‘Toen ik tijdens het douchen geklop hoorde, sloeg ik vlug een handdoek om. Daar stond Willem-Alexander’

Wat zijn dit voor vragen? Zeven dilemma’s voor schaatscommentator Herbert Dijkstra, die deze week weer te horen is bij de WK afstanden in het Noorse Hamar.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Een hunebed of een bos rozen?

‘In Drenthe heb je veel hunebedden. Als je er oog voor hebt, weet je ze te spotten. Tijdens een fietsronde zag ik een hoop grote stenen bij een boer. Ze lagen hem in de weg en ik zei dat ik ze heel graag wilde hebben.

‘Thuis heb ik de vergelijking gemaakt met Asterix en Obelix. Obelix was verliefd op Walhalla. In haar bijzijn kon hij geen woord meer uitbrengen, maar bood haar het mooiste geschenk dat hij kon geven: een menhir, een mooie, grote steen.

‘Dus toen die stenen werden gebracht en binnen een uur waren opgestapeld in onze tuin, zei ik tegen mijn kinderen: dit is een cadeau voor mama. Maar zij was toen ze thuiskwam not amused. Ze zei: ‘Omdat ik Parijs een mooie stad vind, ga ik hier toch ook geen Eiffeltoren neerzetten?’ Ik had haar reactie verkeerd ingeschat, maar we zijn vier jaar verder en die stenen liggen er nog steeds. Ze horen inmiddels bij ons.

‘Mijn vrouw is gestructureerd en bestiert de hele bende in dit huis. Ik ben van het onthouden van verjaardagen, data en dus de bloemetjes. Maar inmiddels weten wij dat je beter veldbloemen kunt plukken dan een met gif bespoten bloemetje kopen. Dus doe mij maar een hunebed.’

Piet Kleine of Jean Nelissen?

‘Sinds 1994 ben ik commentator en het verveelt nog steeds niet. Toen ik begon kreeg Jean de opdracht mij te begeleiden. Ik noem hem mijn mentor. Hij was de man van de verhalen. Het is een voorrecht Jean te hebben meegemaakt.

‘Ik vergeet nooit dat we in 1995 voor de WK wielrennen in Colombia waren, op een haciënda, ver van de bewoonde wereld, en dat ons hotel ineens werd beschoten door guerrilla’s. We werden beveiligd, er werd teruggeschoten. Ondertussen lagen wij onder de tafel en grapten maar: nou, als wij hier aan ons einde komen, vinden ze ons nooit. Het is goed gekomen.

‘Piet Kleine loopt tot aan de dag van vandaag als een rode draad door mijn leven. Toen ik klein was, was hij mijn held. Schaatsen was het helemaal voor mij – ik geloof niet dat ik ooit op schoenen naar school ben gegaan, altijd op rolschaatsen. Piet kwam als postbode bij ons langs de deur. Toen ik 12 was, werd hij olympisch kampioen.

‘Nu is Piet een goede vriend. Een voorbeeld als sportman, maar zeker ook als mens. Om zijn bescheidenheid, oprechtheid en wijsheid.’

Een ontmoeting met de koning of met Yasser Arafat?

‘Tijdens de Winterspelen van 1988 in Calgary lag ik bij Hein Vergeer op de kamer. Hein vergat regelmatig de sleutel, dus toen ik onder de douche stond en geklop hoorde, wist ik zeker dat het Hein was en sloeg vlug een handdoekje om.

‘Daar stond Willem-Alexander. Hij kwam onverwachts een kijkje nemen in ons appartement. De anderen van het team kwamen terug, ik had mijn kleren inmiddels aan en het werd stikgezellig. We wisten dat Willem-Alexander schaatsliefhebber was. Hij had de Elfstedentocht gereden – hij wel, ik niet potverdorie – en toen zei hij: ‘Ik zou heel graag eens op deze ijsbaan schaatsen.’ Nou, zei mijn coach Henk Gemser, Herbert heeft een accreditatie. Zo is de heer W.A. van Buren een halve dag H. Dijkstra geweest.

‘Ik vind Willem-Alexander een heel leuke gast. Hij is sportminded en down-to-earth. Maar mijn ontmoeting met Yasser Arafat is het bijzonderst.

‘Een vriend van mij raakte ooit, tijdens een congres, bevriend met de broer van Yasser Arafat. Begin 2000 werd hij uitgenodigd om in Gaza langs te komen en vroeg: wil jij niet mee? Ik dacht: misschien is dit ook wel leuk voor de NOS. Maar toen ik het ze voorlegde werd ik in mijn gezicht uitgelachen. Niemand krijgt een interview met Yasser, hoorde ik.

‘Ik besloot op eigen houtje mee te gaan, samen met mijn toenmalige vriendin, die haar camera meenam. We sliepen in een ziekenhuis dat nu helemaal aan flarden is geschoten. Na een dag of wat hoorden we: we gaan naar Yasser.

‘In colonne naar Ramallah, het hoofdkwartier. We werden niet eens gefouilleerd. Mensen van CNN die niet binnenkwamen, zeiden: ‘Who are you?’ Ik heb Yasser uitgebreid gesproken, met een tas vol tapes kwam ik terug. Uiteindelijk heeft de NOS er een hele uitzending aan gewijd.’

Jac Orie of Jillert Anema?

‘Jac was mijn kamergenoot bij het WK junioren in 1985. We hebben een goede band, je kunt heel erg met hem lachen, ik zou hem nooit afvallen. Jillert is soms een ongeleid projectiel maar met het hart op de goede plek. Ik zal hem ook nooit afvallen en wel om de volgende reden.

‘Mijn zus heeft een meervoudig gehandicapt zoontje. Ondanks alle ellende – bijna blind, autistisch – kon hij nog één ding goed: trampolinespringen. Dat deed hij urenlang. Rond zijn 10de kreeg hij er een zenuwziekte bij. Dat was traumatisch. Voor een deel genas hij, maar hij kon niet meer lopen. De artsen zeiden: nu komt hij ook in een rolstoel terecht.

‘Ik belde Jillert, die naast schaatscoach revalidatiedeskundige is. Hij zei: ‘Waar zit je? Dan kom ik er nu aan.’ Uiteindelijk zei Jillert: ‘Ik denk dat ik hem weer aan de loop krijg.’ Hij zette een zwaar revalidatieprogramma op waarover hij de supervisie had.

‘In 2014 werd Jorrit Bergsma, schaatser in Jillerts ploeg, olympisch kampioen in Sotsji. Vlak daarna stuurde mijn zus een filmpje van mijn neefje, die voor het eerst weer tien stappen had gezet. Ik had Jillert huilend aan de telefoon. Hij zei: ‘Dit is mooier dan olympisch goud.’’

De Elfstedentocht verslaan of de gouden race van Gerard van Velde?

‘Er zijn veel mooie olympische races die ik mocht verslaan, maar die 1.000 meter van Gerard van Velde in Salt Lake City was een van de mooiste. Vanwege het hele verhaal erachter: hij kon niet uit de voeten met de klapschaats, stopte, begon weer, en won uiteindelijk olympisch goud.

‘Maar ik kies de Elfstedentocht. Dat is zo uniek. Alleen de zuigelingen keken in 1997 niet. Je had daarnaast het besef: dit komt maar eens in de twintig jaar voor. Omdat ik nog niet zo lang was gestopt als topsporter kende ik de deelnemers goed. Ze konden drie bivakmutsen over hun hoofd trekken, maar aan de stand van de knieën wist ik nog steeds om wie het ging.

‘In 1986 stond ik er vrij goed voor in de Marathon Cup. Ik was lid van de Elfstedenvereniging, maar in januari hadden we een winter met dooi en regen. Ik zat ook bij de nationale wielerselectie en de bondscoach zei: wij gaan voor een lange voorbereiding op de Zomerspelen naar de Ronde van Cuba. Je kunt nog instappen. Ik liet het schaatsen voor wat het was.

‘Drie weken fietsten we door Cuba, zonder internet, zonder contact met Europa. Op de terugweg, bij een tussenlanding in Madrid, belde ik mijn pa. Bleek de Elfstedentocht die dag te zijn gestart. Elf jaar later als commentator eerste rang staan voelde een beetje als revanche.’

Jan Vayne of Hilbert van der Duim?

‘Dit is een dilemma waar ik niet uit kom. Bij Jan zat ik in de klas op de middelbare school. Die man speelt voor zijn hersenen uit; zijn vingers doen het gewoon. Briljant mooi. Met Jan heb ik op dit moment het meest te maken doordat we samen in het theater staan. Daarin brengen we een mix van grappige anekdotes uit de schaatswereld en daarop afgestemde muziek. Hilbert was een keer te gast.

‘In 1987 kwam ik thuis na de marathon van Assen, toen we hoorden dat Hilbert op zijn terugreis op een tegenligger was gebotst. Er werd gevreesd voor zijn leven. Verschrikkelijk. De week daarop won ik de marathon, en toen ik een week later in Den Haag kwam voor de volgende, zag ik driehonderd mensen in de bocht met spandoeken voor mij.

‘Wat is dit voor gekkigheid?’, vroeg ik. Ze waren van de fanclub van Hilbert. Na zijn ongeluk hadden ze besloten dat de eerste die zou winnen, ook een fanclub zou krijgen. Toen ik me het jaar daarop plaatste voor de Winterspelen van Calgary voelde ik me vrij opgelaten: al die arrivés, grote mannen als wereldkampioen Vergeer, Leo Visser en Gerard Kemkers, en dan ik, als vijfde wiel aan de wagen, maar wel met tientallen fans op Schiphol.’

Bislett of Hamar?

‘In 1983 schaatste ik in Bislett het WK junioren, het voorprogramma van het seniorenkampioenschap waar Hilbert van der Duim uiteindelijk zijn mondiale titel zou verliezen. Later leerde ik dat het historisch was om daar te hebben geschaatst.

‘Voor de televisiekijker ziet de ijsbaan van Kazachstan er hetzelfde uit als een baan ergens anders ter wereld. Ik mis de sneeuwrandjes, het buitenschaatsen, zoals in Bislett. Wel vind ik het geweldig dat de Noren het nu weer goed doen.’

De WK afstanden worden donderdag en vrijdag uitgezonden op NPO 3 en zaterdag en zondag op NPO 1.

Herbert Dijkstra

1966 geboren in Smilde
1988 deelnemer Winterspelen in Calgary (schaatsen), 11de op de 10.000 meter, 13de op de 5.000 meter
1988 deelnemer Zomerspelen in Seoul (wielrennen), reserve tijdritploeg
1993 begon journalistieke carrière bij RTV Drenthe en RTL sport
1994 commentator en verslaggever NOS, met name bij grote wielerwedstrijden en schaatswedstrijden
2024 gestopt als wielercommentator door fysieke klachten, nadat hij twee jaar eerder bij een val zijn rug had gebroken

Dijkstra is getrouwd en heeft twee kinderen. Hij woont in Vries.


Oproep: deel de mooiste, verrassendste en opzienbarendste stickers die u ziet op straat

Ze waren er altijd al, maar lijken ineens in aantal explosief toe te nemen: stickers in de openbare ruimte. Voor een verhaal over deze trend is de Volkskrant geïnteresseerd in alle vormen en maten stickers die op wat voor manier dan ook opvallen. Bent u een bijzonder exemplaar tegengekomen, dan kunt u dat via deze vragenlijst aan ons opsturen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next