Home

Experts onderzochten of het kabinet zich elk jaar te arm rekent. Krijgt Omtzigt gelijk?

Volgens NSC-partijleider Omtzigt zijn begrotingsramingen telkens te somber, waardoor het kabinet elk jaar zuiniger aan doet dan nodig. Een groep experts heeft dit onderzocht en rapporteert vrijdag of hij gelijk heeft.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

Als Pieter Omtzigt een vermeende misstand op het spoor is, bijt hij zich er als een terriër in vast totdat de onderste steen boven is. Rekenmodellen die niet zouden deugen hebben daarbij zijn speciale belangstelling. NSC is bijvoorbeeld zeer kritisch over het stikstofrekenmodel Aerius. Sinds een paar maanden richt Omtzigt zijn pijlen ook op de economische modellen van het ministerie van Financiën en het Centraal Planbureau (CPB).

Het is de NSC-leider opgevallen dat het begrotingstekort sinds 2021 elk jaar veel kleiner uitvalt dan ingeschat. Financiën en het CPB maken jaarlijks in augustus/september een inschatting van het begrotingssaldo en de staatsschuld in het daaropvolgende jaar. Die raming vormt de basis voor de rijksbegroting en bepaalt feitelijk hoeveel geld het kabinet kan uitgeven.

Alles over politiek vindt u hier.

Dat ramingen afwijken van de werkelijkheid is geen wonder, want het is onmogelijk om alle factoren die de overheidsfinanciën bepalen helemaal correct te voorspellen. Alleen: de laatste vier jaar is de afwijking wel erg groot, constateert Omtzigt. De ramingen zitten er bovendien steeds aan dezelfde kant naast: ze zijn veel te negatief.

Dat betekent dat het kabinet in de loop van het jaar tientallen miljarden euro’s aan meevallers incasseert. In 2021 ging het om bijna 27 miljard euro, in 2022 om bijna 25 miljard en in 2023 bleef er bijna 29 miljard euro meer over dan oorspronkelijk begroot. En ook 2024, waarvan de definitieve afrekening nog moet komen, lijkt af te stevenen op een begrotingsmeevaller van ruim 20 miljard euro.

Omtzigt wil weten waar dit aan ligt, want zo kan de Tweede Kamer volgens hem niet functioneren. De minister van Financiën vertelt het parlement elk jaar dat er geen geld is om de wensen van politieke partijen te bekostigen, terwijl de benodigde miljarden zich achteraf als bij toverslag alsnog manifesteren. Maar tegen de tijd dat dit duidelijk wordt, is er dus een jaar verspild.

Samen met de financieel woordvoerder van zijn partij, Kamerlid en voormalig staatssecretaris van Financiën Folkert Idsinga, heeft Omtzigt een initiatiefnota geschreven om de begrotingsramingen onder scherper toezicht te stellen. In reactie op Omtzigts kritiek heeft minister van Financiën Eelco Heinen zeven begrotingsexperts gevraagd de oorzaak van de grote ramingsafwijkingen te achterhalen en verbetervoorstellen te doen.

Welkome miljarden

Het zou de coalitiepartijen goed uitkomen als die expertgroep Omtzigt gelijk geeft, want ze zitten midden in nieuwe begrotingsonderhandelingen. Voor 11 april, als de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer gaat, moeten ze nog miljarden euro’s zien te vinden voor Oekraïne, stikstofbeleid, klimaatbeleid, nieuwe gevangenissen, het terugdraaien van een btw-verhoging, een verlaging van de energiebelasting en nog veel meer. De boodschap dat er 20 miljard euro extra op de plank ligt, zou dus zeer welkom zijn.

De expertgroep brengt vrijdag verslag uit. Voorzitter is André de Jong, een voormalig directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën en oud-CPB-medewerker. Roel Beetsma, hoogleraar macro-economie aan de UvA, is aangetrokken als onafhankelijk expert. De andere vijf zijn kopstukken van het Centraal Bureau voor de Statistiek, De Nederlandsche Bank, het CPB en Heinens ministerie.

Wat zij concluderen is afwachten, maar het CPB en Heinen hebben recentelijk een aantal mogelijke verklaringen voor het mysterie opgedist. Een van Omtzigts voornaamste kritiekpunten is dat Financiën de belastinginkomsten in zijn ramingen niet één op één laat meestijgen met de economische groei. Volgens Omtzigt is dat onlogisch, maar Heinen meldt in antwoord op Kamervragen van NSC dat die correlatie er niet altijd is.

Bijzondere omstandigheden

Zo reageert de inkomstenbelasting vaak vertraagd op economische groei, omdat de cao-lonen een of twee jaar achterlopen op economische ontwikkelingen. Kabinetsbeleid kan de belastingopbrengst sterk beïnvloeden op een manier die losstaat van de conjunctuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor belastingverhogingen die bepaald gedrag, zoals roken, moeten ontmoedigen. Een aanpassing in de accijnzen of de energiebelasting heeft een direct effect op de belastingopbrengst, ongeacht de stand van de economie.

Maar dit verklaart nog niet waarom het verschil tussen de raming en de realisatie de afgelopen jaren zo groot was. Het CPB gaat in zijn februari-raming wel in op die vraag. Het planbureau wijt de recente ramingsmissers aan bijzondere gebeurtenissen. In 2021 herstelde de Nederlandse economie zich sneller dan verwacht van de coronapandemie (met dank aan de ruimhartige coronasteun van de regering) en in 2022 explodeerde de inflatie onverwacht als gevolg van de energiecrisis na de invasie van Oekraïne.

De hoge inflatie blies het bruto binnenlands product (bbp) op. Het begrotingstekort is een percentage van het bbp, dus als het bbp toeneemt daalt het tekort vanzelf.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next