Vijftig jaar na de oprichting heeft de band Kleintje Pils over de hele wereld opgetreden, van Wall Street tot in Oeganda. Vanaf donderdag spelen ze in de dweilpauzes tijdens de WK afstanden in Hamar. Of Jake Paul niet mee wilde spelen? ‘What? Yeah!’
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Ruim tien jaar geleden hield Kleintje Pils een enquête onder toeschouwers op de tribune van Thialf. Duizend formulieren, twee opties: wat heb je liever, een dj of Kleintje Pils? Na afloop stapte het dweilorkest naar het organisatiecomité van belangrijke schaatswedstrijden in Heerenveen. ‘Alsjeblieft, denk nog eens na.’ Slechts twee mensen hadden de dj aangekruist.
Sportevenementen veranderen, er zijn lichtshows en geluidsinstallaties bij gekomen, maar Kleintje Pils is vijftig jaar na oprichting nog steeds populair. Het bekendste dweilorkest van Nederland ontmoette ‘de groten der aarde’. Ze begonnen als carnavalsband, maar worden al decennia aan het schaatsen gelinkt. Vanaf donderdag spelen ze in de dweilpauzes tijdens de WK afstanden in Hamar.
Weet je wat het is, klinkt het op een maandagavond in Sassenheim. Ze zijn niet tegen nieuwe ontwikkelingen. Laatst waren ze in Thialf, ging het licht uit en hield iedereen in het publiek een mobieltje in de lucht met de zaklampfunctie aan. ‘Ja, magisch’, zegt Jan van der Hulst (63), een van de vijftien Kleintjes Pils. ‘Dat kunnen wij niet. Maar als dat klaar is en wij spelen weer, staat het halve stadion op z’n kop. Dan haal je het beste uit twee werelden.’
Van der Hulst, trompet, zit aan zijn keukentafel. Naast en tegenover hem: Ruud Bakker (66) en Eric van der Geer (55), goed voor het slagwerk. Op 13-jarige leeftijd moest Van der Hulst zijn vader om toestemming vragen om toe te treden. ‘Het kon weleens laat worden.’ Een voorwaarde: hij moest beloven geen pils te drinken.
Kleintje Pils is ontstaan zoals Doe Maar is ontstaan, zegt medeoprichter Bakker. Ze waren tieners uit de Bollenstreek, die bij een kopje koffie kreten uitsloegen, met in het achterhoofd dat de bandnaam wel iets met carnaval te maken moest hebben. Het werd Kleintje Pils. Het zou toch geweldig zijn als ze dit jubileumjaar op Koningsdag, rond dezelfde tijd als Kleintje Pils is opgericht, terug kunnen naar ‘de bron’, zegt Bakker. Naar de ontstaansplaats van pils, met een optreden in het Tsjechische Pilsen.
In 1991 dachten ze: hoe kunnen we het land uit, de wereld veroveren? Met het Hollandse plaatje, met folklore, besloten ze. Dus werd er een rode zakdoek om de nek geknoopt, lieten ze boerenkielen maken in het oranje en de kleuren van de Nederlandse vlag, kochten klompen en trokken daarop naar de Keukenhof voor een fotosessie tussen de tulpen. De mooiste foto werd naar ambassades gestuurd. Van der Hulst: ‘Een half jaar later zaten we in Japan.’
Daar traden ze zes weken op in Holland Village, de nagebouwde Hollandse stad bij Nagasaki. Elke dag was er een promotieoptreden voor radio of televisie. Van der Hulst: ‘Op een gegeven moment konden we niet meer over straat, werden we overal nagegild. Een heel gedoe.’ Wel dachten ze daarna: als het hier lukt, kan de hele wereld onze muziek aan.
Bakker: ‘We zijn inmiddels op alle continenten geweest, in vijftig landen.’ Van optredens op Wall Street tot een weeshuis in Oeganda en bij de opening van een winkelcentrum in de Verenigde Arabische Emiraten. Bakker: ‘Waar het woord pils niet eens mocht worden gebruikt. Tot de zon zakte, de witte pakken uitgingen en ze gewoon met een biertje stonden.’ Kleintje Pils is het smeermiddel in zakendoen, zegt hij. Ze zijn ambassadeurs van Nederland.
Alles gaat met gesloten beurs, vertelt Van der Geer – sinds 2010 bij de ‘pretband’. Onkosten worden vaak betaald door organisaties. Kleintje Pils krijgt de beleving, geen geldbeloning. Ze werken er allemaal naast. Het is een uit de hand gelopen hobby waarvoor ze elke week minstens twee uur met elkaar repeteren, regelmatig gevolgd door een evaluatie van een uur. Van der Geer: ‘We willen het maximale. Als iets beter kan, zijn we heel hard naar elkaar.’ Op de vraag hoeveel tijd ze erin stoppen, slaat Bakker quasi beschaamd een hand voor zijn ogen. Van der Hulst: ‘Ruud de hele dag.’ Bakker: ‘24/7.’
In de jaren tachtig traden ze op met de Dolly Dots, bij het ‘winkeltjes openen door het land’. In 1997 kwam er een koninklijke onderscheiding. In Madurodam staan miniaturen van Kleintje Pils. Er bestaat een bloem met hun naam. Geen tulp, maar een narcis. Van der Hulst: ‘Met een dubbele trompet en een oranje hart.’ De doop werd gedaan door Erica Terpstra, in een ceremonie in de Keukenhof. Niet met champagne, maar met pils. Er is sinds 2015 zelfs een boek over Kleintje Pils.
In 2024 appte Pierre Kartner, vlak voor zijn overlijden: ‘Bedankt voor alles.’ Ze kenden Vader Abraham, zijn artiestennaam, uit het carnavalswereldje. Bakker: ‘Man met zwart pak, bolhoedje en bril zonder glazen, die ook wel wist dat hij in dat zwarte pak moeilijk feest kon maken.’ Bakker: ‘Hij kon leunen op Kleintje Pils en vond het leuk om met ons in de kleedkamer te kletsen over het vak.’
Paus Franciscus stak een duim naar ze op, toen ze in 2017 op het Sint-Pietersplein belandden. Ze waren uitgenodigd bij een Nederlandse pelgrimstocht van 250 mensen naar Rome, maar speelden uiteindelijk voor tienduizenden mensen omdat er ook een heiligverklaring gaande was.
Ze traden ook op tijdens de Nationale Feestavond voor het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima in de Amsterdam Arena, op uitnodiging van het organisatiecomité. Bakker: ‘Maar we weten ook wel wie daar stiekem achter zit’, waarna hij een foto aanwijst van de destijds 4-jarige prinses Alexia die tijdens de Winterspelen van Vancouver onder toeziend oog van haar ouders en zus de trompet van Van der Hulst uitprobeert. De afgelopen jaren kwamen ze Willem-Alexander tegen bij meerdere Winterspelen, vertelt Bakker. ‘Dan riep hij vanaf de tribune: Kleintje Pils!’
De schaatslink ontstond in 1986. Het was carnavalstijd, ze hadden nog een vrije dag over en besloten op de bonnefooi naar Friesland te rijden; decor van de Elfstedentocht. De politie wees ze na de Afsluitdijk naar het noorden, daar zou nog wel plek zijn.
Ze belandden bij het bruggetje van Bartlehiem. Bakker: ‘Het centrum van de wereld op dat moment. Daar komen de schaatsers twee keer langs.’ Al was dat besef er destijds niet. Kees Jansma, ‘toen nog met lange haren’, deed daar vanaf het ijs verslag. Om bevriezing van de trompet te verhelpen besloten ze Berenburg in het instrument te gieten. ‘Een dag later was alles vastgeplakt door de suiker, moest je ’m met je mee in bad nemen.’
Kleintje Pils werd niet alleen Jansma’s beschermingswal, tegen publiek dat het ijs op wilde, maar kwam ook de hele dag op televisie. Bakker: ‘Dat was de doorbraak. Daarna dacht men: hé, die band willen wij ook hebben.’
Vaak krijgen ze vragen over hun klompen, vertelt Van der Geer. Is het niet warm? ‘Warm in de winter, koel in de zomer’, antwoordt hij dan. Doen ze geen zeer? ‘De eerste keer dacht ik: verschrikkelijk, moet dit echt? Daarna ben je gewend en is het fantastisch’, zegt Van der Hulst. Kun je er ook mee hardlopen? Bakker: ‘Ja, één keer. Dan breek je je nek en is het klaar.’
De klompen waren eens geweigerd voor een vlucht met een Amerikaanse maatschappij. In allerijl gingen ze het ruim in. Bakker: ‘Ze werden als wapen gezien. Je kunt er natuurlijk iemand zijn harses mee inslaan. Kan met een blikje cola ook, maar regels zijn regels.’
Kees Verkerk, ook trompettist, speelde eens mee. Claudia Pechstein stond al met een instrument in de hand. Shani Davis pakte zonder vragen na het mondiale allroundkampioenschap in Moskou de 2 meter grote sousafoon en waagde een poging. Van der Hulst: ‘Hij was wereldkampioen en zocht vriendschap.’ Ook Peter Mueller en Barbara de Loor worden vrienden van de groep genoemd.
Onlangs zagen ze Jake Paul, de YouTube-ster en vriend van Jutta Leerdam op de tribune in Heerenveen en besloten een praatje te maken. Of hij mee wilde spelen? Een harde uitroep: ‘What? Yeah!’ Van der Hulst: ‘Maar toen moesten we net wat te ver weg staan, en hij moest ondertussen Jutta nog aanmoedigen, dus dat werd ’m niet. Anders had hij die sousafoon om zijn nek gekregen.’
Sassenheim telt inmiddels vijf dezelfde soort bandjes. Bakker: ‘Dit is het Volendam van de dweilorkesten.’ Logisch, vindt hij. Ze spelen sinds 1998 op alle Winterspelen – Beijing uitgezonderd, vanwege corona – ze zagen de hele wereld. ‘Als je daarover hoort, wil je dat toch ook?’
Bakker heeft tegenwoordig kromme en versleten vingers van de grote trom en de bekkens, maar dat deert hem niet. Vijftig jaar Kleintje Pils is omgevlogen, zeggen Van der Hulst en Bakker. En, al is het repertoire tegenwoordig moderner en korter – naar de aandachtspanne van de huidige generatie – met soms een ‘dj-nummer’ ertussen als afwisseling in het stadion, we doen er nog steeds toe, zeggen ze. Laatst stond Van der Hulst in de Ikea, en hoorde: ‘Is dit hem nou?’ En toen: ‘Speelt u bij Kleintje Pils, meneer?’
De naam dweilorkest komt niet van het muziekspelen tijdens de dweilpauze bij schaatswedstrijden. Het staat voor ‘dweilen’, dat mensen tijdens carnaval deden; het doelloos en eventueel dronken van café naar café bewegen, onder muzikale begeleiding van kleine carnavalskappen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant