Nu de Amerikaanse importheffingen op Europees staal en aluminium zijn ingevoerd, slaat Europa terug. Hoe pakt de Europese Unie dit aan? Negen vragen en antwoorden over de door president Trump gestarte handelsoorlog met Europa.
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie en de handelsoorlog.
Welke importheffingen heeft Trump precies aan Europa opgelegd?
Amerika heft vanaf vandaag een importbelasting van 25 procent op alle staal en aluminium die vanuit Europa de VS binnenkomt. De totale waarde aan Europese goederen die door deze heffing wordt geraakt, wordt geraamd op zo’n 28 miljard euro, waarvan 1,2 miljard vanuit Nederland. Grote Nederlandse bedrijven die hieronder vallen zijn Tata Steel en ASML.
De heffing gaat net wat verder dan de tarieven die Trump in zijn vorige regeerperiode aan de Europese Unie oplegde. Ten eerste is het percentage op aluminium hoger (dat was destijds 10 procent). Ten tweede zijn de heffingen ook uitgebreid tot een aantal specifieke producten waarin staal en aluminium verwerkt zit, zoals fitnessapparatuur, roestvrijstalen wasbakken, aluminium koekenpannen en airco’s.
Hoe werkt dat precies?
Praktisch komt het erop neer dat iedereen die zulke producten in de VS wil importeren een kwart van de aankoopwaarde moet afstaan. Zodra de goederen in Amerika worden ingeklaard moet de heffing over dat bedrag bij de douane worden afgedragen. Dat geld vloeit direct naar de Amerikaanse schatkist.
Interview - Sinoloog Dorien Emmers zegt dat China nu beter is voorbereid op een handelsoorlog dan tijdens Trumps eerste ambtstermijn: ‘De chaos die de VS creëren, zal China meer vertrouwen geven’
Live - Volg de laatste ontwikkelingen rond de handelsoorlog in dit liveblog
Dossier - Nieuws, analyses, interviews: alles over de handelsoorlog bij elkaar
Uiteindelijk betaalt vooral de Amerikaanse consument, want de importeur zal de heffing normaal gesproken doorbelasten. Maar dat wil niet zeggen dat alle producten op de lijst in de VS ook echt 25 procent duurder worden. Omdat de importeur ook nog winst moet maken en transportkosten heeft, zal de impact van een importtarief voor de eindgebruiker minder groot zijn dan het opgelegde percentage.
Dat geldt zeker voor staal dat nog verder wordt verwerkt in de VS. De kosten van staal zijn bijvoorbeeld maar een beperkt deel van de kosten van een auto. Amerikaanse auto’s die deels van staal in IJmuiden worden gemaakt, zullen dus wel duurder worden, maar bij lange na niet 25 procent duurder.
En nu slaat Europa dus direct terug?
De klap is nog niet uitgedeeld maar aangekondigd. Of eigenlijk zijn er twee klappen aangekondigd. De eerste daadwerkelijke tik volgt op 1 april. Dan komt Europa met een heffing op een lijst van specifieke Amerikaanse producten. Dat gaat onder meer om motoren (vooral Harley-Davidson), spijkerbroeken (vooral Levi’s) en whiskey (Bourbon). Opgeteld vertegenwoordigt deze productie volgens de Europese Unie jaarlijks een handelswaarde van rond de 8 miljard euro.
Deze lijst is niet nieuw. Dit waren ook de producten waarvoor importeurs tussen 2018 en 2020 aan de Europese buitengrens moesten betalen. Feitelijk kondigt de EU hier ook geen nieuwe tarieven af. De taks op deze producten was sinds 2020 geschorst en die schorsing maakt de EU nu ongedaan.
Daarnaast wil de EU vanaf half april heffingen opleggen aan nog meer producten, ter waarde van zo’n 18 miljard euro. Een lijst van maar liefst 99 pagina’s met productcategorieën die de Europese Commissie hiervoor op het oog heeft, toont met hoeveel detail daarbij te werk wordt gegaan. Alleen al de verschillende categorieën vogelvlees beslaan meer dan een pagina, zoals bevroren stukken kalkoen met of juist zonder bot. De komende weken hebben bedrijven en Europese lidstaten nog inspraak op deze lijst.
Waarom kiest Europa zo specifiek voor die producten?
Europa zoekt naar producten waarvan het voor Europese consumenten niet heel erg is wanneer die duurder worden. Maar waarbij de achterban van Trump in de VS er wel het meeste last van heeft.
‘Europa wil natuurlijk voorkomen dat consumenten de prijzen voor hun dagelijks leven hard omhoog zien gaan en kiest dus het liefst luxeproducten waar vaak ook een Europees alternatief voor is’, zegt Gerdien Meijerink, hoofd internationale handel bij het Centraal Planbureau. ‘Daarnaast is Brussel heel huiverig voor tarieven die de concurrentiepositie schaden van Europese bedrijven die voor hun productie afhankelijk zijn van Amerikaanse grondstoffen of halffabrikaten.’
Het klinkt als een maatregel die vooral de Amerikaanse burgers raakt.
Zeker. Er is immers een belangrijke reden waarom zij die goederen importeren: ofwel omdat het land ze zelf niet kan produceren, ofwel omdat de buitenlandse goederen beter of goedkoper zijn.
Zeker doordat de werkloosheid in de VS laag is, zal het voor Amerikaanse bedrijven ook duur zijn om aan de groeiende vraag tegemoet te komen. Wat de prijzen van Made in America verder zal opstuwen.
Maar de Europese economie zal dit toch ook wel gaan voelen?
Een deel van de exporterende bedrijven zal uit de markt geprijsd worden door Amerikaanse bedrijven. Hun omzet loopt dus terug. En Europese consumenten en bedrijven zullen door de tegenmaatregelen van de EU ook met prijsstijgingen op Amerikaanse goederen te maken krijgen.
Deze handelsoorlog kan bovendien verder escaleren. Trump dreigt al met tarieven op alle Europese import. De Verenigde Staten zijn voor de EU de grootste externe handelspartner. In 2023 ging volgens de Europese Commissie 19,7 procent van alle goederen die de EU verlieten de Atlantische oceaan over naar Amerika.
Dat is dus zeer substantieel. Maar het is wel belangrijk te beseffen dat de handel binnen de Europese Unie, dus tussen landen onderling, buiten deze statistiek blijft. Kijk je naar het belang van de export van individuele lidstaten naar de VS, dan is die gemiddeld rond de 10 procent van het totaal.
Trump zegt dat hij de heffingen oplegt omdat de EU Amerika heel erg oneerlijk behandelt. Waar komt dat vandaan?
Trump is geobsedeerd door de scheve handelsbalans tussen Europa en de VS. Die scheefheid is er zeker. Het handelsoverschot met de VS bedroeg tussen 2019 en 2023 zo’n 150 miljard euro. De waarde van de goederen die naar de VS worden geëxporteerd, is dus 150 miljard euro hoger dan de waarde van de goederen die Europa uit de VS importeert. Europa verdient vooral veel aan de verkoop van auto’s, machines en landbouwproducten in de VS.
Dus hij heeft wel een punt?
Het grote probleem is dat Trump wereldhandel ten onrechte als een zero sum game beschouwd, waarbij hij ervan uitgaat dat de VS verliezen als het land meer importeert dan het exporteert. De werkelijkheid is veel complexer.
Naast de goederen zijn er namelijk ook nog diensten, een veel minder makkelijk te kwantificeren onderdeel van de welvaart in de wereld. En voor Amerika speelt ook nog mee dat het een unieke positie heeft dankzij de dollar, die geldt als de wereldwijde reservemunt. Die munt stelt de Amerikanen in staat enigszins boven hun stand te leven.
Macro-economische studies tonen overtuigend aan dat vrije wereldhandel in principe goed is voor welvaartsstijging overal ter wereld. Dat die handel nu met tarieven wordt belemmerd, heeft dus ook overal economische impact. En opgeteld is die impact negatief.
Mag Trump die tarieven eigenlijk zomaar opleggen?
Als president heeft Trump binnen de VS de eenzijdige bevoegdheid om handelstarieven in te stellen. Maar de Wereldhandelsorganisatie (WTO) verbiedt landen om specifieke landen importtarieven op te leggen. Tenzij het een maatregel is om dumping te voorkomen.
Dat dumping-argument gebruikte de EU bijvoorbeeld tegen Chinese auto’s. Maar dat doet Trump met zijn staal- en aluminiumtarieven dus niet. Daarmee handelt hij in strijd met de internationale afspraken over vrijhandel.
Probleem is dat de WTO momenteel niet functioneert omdat de VS benoemingen blokkeren in de commissie die geschillen moet beoordelen. Bovendien heeft de WTO alleen macht als de landen die het vrijhandelsverdrag hebben ondertekend, zich ook gewoon aan uitspraken houden. Dat is bij Trump allesbehalve zeker.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant