Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Aaricia Veenstra is iets minder met het klimaat bezig dan vroeger: ‘Ik gun mezelf nu ook een comfortabel leven.’
Waar ben je opgegroeid?
‘Ik heb tot mijn 19de in Franeker gewoond. Hier in Friesland noemen we dat een stad, maar het is tamelijk klein – eigenlijk is het eerder een dorp. Toch had ik als kind weinig te klagen: alles wat ik nodig had, was er.
‘Ik ben geboren in Arnhem, maar toen ik 1 jaar was zijn mijn ouders gescheiden. Daarna is mijn moeder dus naar Franeker verhuisd, waar ze is opgegroeid. Omdat mijn vader dicht bij mijn broer, mijn zusje en mij wilde zijn, ging hij drie straten verderop wonen. Om de week woonden we bij hem.’
‘Hoe heb je je schooltijd ervaren?
‘Eerst zat ik op een basisschool in Franeker. Daar vond ik totaal geen aansluiting met mijn klasgenoten. Ik voelde me eenzaam en kwam vaak huilend thuis. Daarom besloten mijn ouders mij naar de vrije school in Leeuwarden te sturen. Best een stuk reizen, maar dat was het waard: ik had het daar veel beter naar mijn zin.
‘Daarna wilde ik graag naar een havo in Leeuwarden, maar in groep 8 werd ik ziek en belandde ik een week in het ziekenhuis door uitdroging. We weten nog steeds niet precies wat het was. Het gebeurde vlak voor de Cito-toets, dus mijn score was belabberd. En ik had rond die tijd ook nog een toelatingsgesprek op die school waar ik me amper op kon voorbereiden. Daardoor kwam ik uiteindelijk terecht op een vmbo-tl in Franeker.
‘Daar heb ik met twee vingers in mijn neus mijn diploma gehaald. De eerste twee jaar was ik nog een hele gemotiveerde, brave leerling. Maar ik was bevriend met een iets ouder meisje van mijn atletiekvereniging. Zij was behoorlijk rebels en ik ging daarin mee: op mijn 14de stond ik al in de kroeg. Toch hebben mijn schoolresultaten daar nooit onder geleden. Zelfs als ik spijbelde en niet kwam opdagen voor toetsen, zagen mijn docenten dat door de vingers omdat mijn cijfers goed waren.’
Aaricia Veenstra wordt 25 op 9 oktober.
Woonplaats: Leeuwarden
‘8,5. Ik zit echt in een nieuwe levensfase: mijn vriend en ik zoeken een huis, ik ga afstuderen en ik heb oprecht zin om lekker te gaan werken. En ik sta bijna nooit meer met een kater voor de klas!’
‘Het voelt alsof ik precies tussen Gen Z en de millennials in zit: ik heb 9/11 niet bewust meegemaakt, maar ik herinner me wel een tijd zonder mobiele telefoon.’
Wat vonden je ouders daarvan?
‘Om eerlijk te zijn vraag ik me af of ze het in eerste instantie doorhadden. Mijn broer en zus hadden het lastiger op school, dus die hielden ze veel beter in de gaten. Met mij kwam het allemaal goed, leken ze te denken.
‘Toch heb ik uiteindelijk ontzettende ruzie met mijn moeder gekregen. Op mijn 14de kreeg ik namelijk een relatie met een jongen die zes jaar ouder was. Die had echt geen kwade bedoelingen, maar mijn moeder was daar natuurlijk op tegen – dat snap ik inmiddels wel. Toen hebben we elkaar bijna anderhalf jaar niet gesproken. In die tijd woonde ik soms bij mijn vader, maar vooral bij dat vriendje.
‘Gek genoeg vond ik dat eerst niet zo erg. Ik was een heftige puber en mijn moeder was vooral druk met haar hoofd boven water houden, dus we hadden toen niet zo’n hechte band. En mijn vader had in die tijd een nieuwe relatie, met wie hij mijn halfbroer heeft gekregen. Dus bij hem thuis werd er ook amper op me gelet. Maar uiteindelijk begon ik mijn moeder toch echt te missen. Hoewel ik dat heel lastig vond heb ik toen uit mezelf weer contact gezocht.’
Hoe is de band met je ouders nu?
‘Heel goed! Mijn moeder woont inmiddels in een pipowagen, in een boerengat in het westen van Friesland. Dat is niet zo goed bereikbaar met het openbaar vervoer, dus we zien elkaar niet vaak. Gelukkig bellen we veel. Van andere mensen hoor ik vaak dat ze hun moeder vooral om advies vragen. Dat doe ik amper – mijn moeder en ik praten al jaren als gelijken, waarschijnlijk omdat ik door de scheiding best snel volwassen en zelfstandig geworden ben. Maar als ik ergens mee zit, bespreek ik dat het liefst met haar. Ik ben er namelijk achter gekomen dat we stiekem best op elkaar lijken.
‘Ook tussen mijn vader en mij gaat het veel beter. Sinds ik een jaar geleden terugkwam van mijn uitwisseling, woon ik zelfs officieel weer bij hem en zijn nieuwe vrouw, hier in Leeuwarden. Meestal ben ik bij mijn vriend in Heerenveen, maar als die er niet is, vind ik het oprecht lekker om hier te zijn.
‘Dat betekent wel dat ik geen eigen plekje heb. Daardoor voel ik me soms een soort eeuwige backpacker, die telkens opnieuw haar tas in moet pakken. Dat vind ik in principe niet erg, maar het begint langzamerhand vermoeiend te worden. Gelukkig zijn mijn vriend en ik nu aan het kijken of hij een appartement kan kopen, waar we echt kunnen samenwonen.’
Wat heb je gestudeerd?
‘Op mijn 16de moest ik opeens kiezen wat ik wilde doen. Dat was lastig, want ik heb nooit een droombaan gehad. Eerst heb ik mezelf ervan overtuigd dat ik advocaat wilde worden. Daarom heb ik de mbo-opleiding juridisch-administratief dienstverlener afgerond. Maar dat was niets voor mij: je moet veel te veel achter je laptop zitten.
‘Daarna had ik een fase waarin ik helemaal gefascineerd was door het milieu, dus ging ik milieukunde aan het hbo studeren. Jammer genoeg had ik in het eerste jaar een wiskundevak en daar ben ik hartstikke slecht in, ik durfde de toets niet eens te maken. Dus dat werd ’m ook niet. Het duurde alleen een tijdje voordat ik dat aan mezelf kon toegeven.
‘Inmiddels zit ik in het vierde jaar van mijn opleiding tot leraar aardrijkskunde en geef ik les op het vmbo. Ontzettend leuk, maar ook pittig. Ik wil bijvoorbeeld dat alle leerlingen zich gezien voelen, maar dat lukt gewoon niet altijd als er dertig mensen in je klas zitten. Ik ben nogal perfectionistisch, dus ik krijg telkens een mentale klap als er iets misgaat. En de volgende les moet je er weer staan alsof er niets is gebeurd. Gelukkig gaat dat steeds beter: ik besef nu dat het echt niet altijd zo goed hoeft te gaan als ik zelf vind dat het moet.’
Ben je nog steeds veel bezig met het milieu?
‘Iets minder, denk ik. Ik heb inmiddels ingezien dat het weinig verschil maakt als één persoon er extreem fanatiek mee bezig is. Pas als iedereen een beetje zijn best doet verandert er wat. Ik probeer nog steeds een goed voorbeeld voor anderen te zijn, hoor. Alleen gun ik mezelf nu ook een comfortabel leven. Soms heb ik bijvoorbeeld geen tijd om thuis lunch voor te bereiden en dan koop ik gewoon iets wat in plastic verpakt is.’
Ik zie een boeddhabeeld staan. Ben je spiritueel?
‘Haha, nee, ik niet. Dat beeld is van de vrouw van mijn vader – zij is yogadocent. Net als mijn moeder, trouwens. Voor haar is spiritualiteit erg belangrijk, dus daar heb ik wel wat van meegekregen: ze drukte ons bijvoorbeeld op het hart dat we altijd kritisch moeten zijn. Dat vind ik goed en belangrijk, maar ik geloof ook dat wetenschappers en de overheid ons echt niet met opzet pijn willen doen. Daarover zijn we wel een paar keer gebotst tijdens corona.
‘Toen ik jong was, vond ik dat lastiger. Als puber schaamde ik me soms zelfs. Mijn moeder heeft me bijvoorbeeld een keer meegenomen naar een alternatief genezer omdat ik buikpijn had. Volgens haar kwam dat doordat mijn aura de kleur geel miste, dus moest ik van mijn moeder allemaal gele kleren dragen. Dat ging mij wat ver. Maar ik heb respect voor de manier waarop zij naar de wereld kijkt, hoor. Het schijnt soms een heel nieuw licht op bepaalde dingen. En er is sowieso niets mis met de gedachte dat er ‘meer’ is, als dat je gelukkiger maakt.’
Je vertelde dat je op uitwisseling bent geweest. Hoe was dat?
‘Heel cool. Ik wilde altijd al een keer ergens anders wonen, en had stiekem ook gewoon behoefte om de zon op te zoeken. Daarom ging ik voor een half jaar naar Rhodos, om pedagogiek te studeren en elke dag naar het strand te gaan. Ik heb er zelfs wat Grieks geleerd, al is het lastig om dat op peil te houden met de Duolingo-app.
‘In die tijd heb ik wel voor de eerste keer in mijn leven heimwee gehad. Mijn moeder vertelt me vaak dat ik het als kind nooit vervelend vond om bij vriendjes en vriendinnetjes te logeren. Ik vond het juist geweldig om bij andere mensen te zijn.
‘Maar op Rhodos woonde ik een beetje geïsoleerd in een dorpje, waardoor ik niet constant mensen om me heen had. Daardoor dacht ik steeds vaker: goh, wat ben ik nou aan het doen? Ik begon mijn vriend, mijn huis en mijn familie steeds meer te missen.
‘Vroeger wilde ik sowieso ooit lang in het buitenland wonen. Misschien wil ik dat nog steeds, hoor, maar ik waardeer Nederland nu wel veel meer. Ik vind het echt lekker om mijn vrienden en familie om me heen te hebben. Toevallig had ik gisteren de verjaardag van mijn opa. Ik kan er nu echt van genieten om dan iedereen te zien.’
25 in 25
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant