Big Tech ligt onder vuur nu ceo’s van techbedrijven zich vereenzelvigen met president Donald Trump. Gecombineerd met diens chaotische beleid zou dit kunnen leiden tot een recessie van de Amerikaanse economie. Het tegenovergestelde van wat Trump voor ogen had.
is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Van America great again naar America weak again. De Amerikaanse president Donald Trump zei afgelopen zondag in een interview met Fox News dat rekening moet worden gehouden met een economische terugval. Dit veroorzaakte maandag zo’n grote koersval op de beurs van Wall Street dat werd gesproken van een ‘bloedbad’.
Ineens stapelen de tegenslagen voor Trump zich op. De economie krimpt, de inflatie stijgt, het consumptievertrouwen neemt af, de beurskoersen kelderen, en zelfs het handelstekort loopt verder op. Volgens zakenbank Goldman Sachs zien analisten een terugloop van verkopen, nieuwe orders, export en werkgelegenheid in zowel de industrie als de dienstensector.
Trump sprak zondag van ‘een tijdelijke verstoring in een transitie naar betere tijden en meer welvaart voor de Amerikanen’. Of dit gepaard gaat met een recessie, gaat zelfs allesweter Trump boven de pet. ‘Ik haat dergelijke voorspellingen.’
Hij zit echter wel aan de knoppen. De belangrijkste oorzaak van de zogenoemde ‘verstoring’ zijn de aangekondigde importtarieven. Die veroorzaken prijsstijgingen en vooral veel onzekerheid. Amerikaanse bedrijven weten niet meer of ze extra moeten gaan betalen voor essentiële producten en onderdelen van buiten de VS. De ene week kondigt Trump importtarieven aan van 25 procent, de andere week stelt hij die weer uit.
Veel bedrijven hebben op voorhand op grote schaal inkopen gedaan in Canada, Mexico en China, Amerika’s drie grootste handelspartners. Hierdoor hebben ze tenminste voorraad als de tarieven daadwerkelijk ingaan. Het gevolg is dat de handelstekorten stijgen, terwijl Trump die had willen verminderen.
De angst voor een recessie is ineens voelbaar. Een recessie is ‘een daling van de economische activiteiten in een periode van een aantal maanden’. Als het bbp twee achtereenvolgende kwartalen daalt, is officieel sprake van een recessie.
Volgens een prognose van de Federal Reserve kan het bbp van de VS in het eerste kwartaal van dit jaar krimpen met 2,4 procent – de eerste krimp sinds 2022. Toen was sprake van een overgangsperiode na de schok van de corona-pandemie. In het daaropvolgende kwartaal bloeide de economie weer op.
Vervolgens ging het alleen maar beter. De Amerikaanse economie groeide 2,9 procent in 2023 en 2,8 procent in 2024 – die van de EU groeide respectievelijk met slechts 0,9 en 0,8 procent. Vooral de mondiale expansie van de zogenoemde Magnificent Seven-bedrijven (Amazon, Google, Meta, Nvida, Tesla, Apple, Microsoft) vormde een enorme impuls voor de Amerikaanse economie.
Maar de Democratische Partij kreeg daar niet de credits voor, en verloor zowel de verkiezingen voor het presidentschap als die voor het congres. Het beleid van de Republikeinen is tot nu toe vooral chaotisch.
De meeste importtarieven gaan pas in op 2 april. Maar die kunnen opnieuw worden verlaagd of uitgesteld door de VS als Canada en Mexico bijvoorbeeld hardere maatregelen nemen voor de beperking van drugshandel en de vluchtelingenstroom.
Een andere onzekerheid is de banenmarkt. Onder regelsnoeier en bezuiningings-tsaar Elon Musk zijn op grote schaal ambtenaren van de ene op de andere dag brodeloos gemaakt. Tweederde van de banengroei onder de vorige president, Joe Biden, was juist te danken aan de extra vraag naar personeel van de overheid, de sociale diensten en de zorg. Nu zijn er signalen dat de werkloosheid oploopt.
De verzwakking van de Amerikaanse economie zou echter niet alleen te maken hebben met het beleid van Trump. Al voor de verkiezingen in november vorig jaar waren er tekenen dat de economische activiteit vertraagde. Consumenten gingen aarzelen over hun uitgaven door de prijsstijgingen onder president Biden. In zijn ambtsperiode werd een mandje levensmiddelen in de VS 20 procent duurder.
Trump doet er nog een schepje bovenop. Als de aangekondigde tarieven allemaal doorgaan, is de gemiddelde Amerikaanse burger dit jaar meer dan 2.000 dollar extra kwijt aan levensmiddelen. Dit zou de consumenten nog terughoudend kunnen maken. En voor de Amerikaanse economie is het vertrouwen van de binnenlandse consument belangrijker dan de vraag vanuit het buitenland.
Wall Street kijkt ernaar met argusogen. De indices zijn na de koersval van maandag terug op het niveau van voor de verkiezing van Trump in november. Alle euforie over belastingverlagingen is weg. Ook het gevoel dat met de importheffingen de soep niet zo heet zou worden gegeten als die werd opgediend, is weggeëbd.
Er is ook groeiende onzekerheid over de rente – een heel gevoelig punt voor de aandelenmarkt. Renteverlagingen die al waren ingecalculeerd, kunnen mogelijk niet doorgaan als de inflatie te hard oploopt. Omdat obligaties en aandelen communicerende vaten zijn, zullen de koersen verder onder druk komen te staan.
Big Tech, dat voor een groot deel verantwoordelijk is geweest voor de koerswinsten op de beurs, ligt onder vuur nu een aantal ceo’s (Jeff Bezos, Elon Musk, Mark Zuckerberg) zich hebben vereenzelvigd met de president. De hele wereld lijkt aan het ontmusken en ontzuckeren geslagen. De waarde van de Magnificent Seven is sinds 1 januari met 15 procent gedaald. Het paradepaardje van de Amerikaanse economie loopt erbij als een kreupele.
Het is voor de leiders van de Big Tech een paradox dat ze sinds het aantreden van hun vriend Donald Trump honderden miljarden hebben verloren, terwijl ze honderden miljoenen in zijn verkiezing staken.