PSV heeft van alle Eredivisie-clubs het meest bijgedragen aan het Nederlandse coëfficiëntensucces. Nederland stelde dinsdag de zesde plaats op de coëfficiëntenranglijst veilig en mag daardoor ook in het seizoen 2026/2027 met twee teams rechtstreeks de Champions League in.
De UEFA telt de coëfficiëntenpunten die de clubs de afgelopen vijf jaar in Europa halen op en stelt vervolgens een landenranglijst op. Dit doet de Europese voetbalbond om te kunnen bepalen hoeveel en welke Europese tickets een land krijgt.
Nederland haalde in de afgelopen vijf jaar tot dusver 350 coëfficiëntenpunten. Het grootste deel daarvan werd gepakt door PSV: 88,25 punten. De Eindhovense club stond de afgelopen twee seizoenen in de achtste finales van de Champions League. Dat is elk seizoen goed geweest voor zeker twintig punten.
Niet recordkampioen Ajax, maar Feyenoord volgt op de tweede plaats met 80,5 punten. Dat is vooral te danken aan de finaleplaats in de Conference League in het seizoen 2021/2022. Toen pakte de ploeg van toenmalig trainer Arne Slot maar liefst 28,5 coëfficiëntenpunten.
Ajax veroverde in de afgelopen twee crisisjaren een stuk minder punten in Europa en staat derde op de Nederlandse ranglijst met 79,25 punten. Het verschil met nummer vier AZ, dat in het seizoen 2022/2023 de halve finales van de Conference League haalde, is slechts tien punten.
FC Twente, Go Ahead Eagles, Willem II en Vitesse waren in de afgelopen vijf jaar ook minimaal één keer Europees actief, maar hun bijdrage aan het coëfficiëntensucces is minimaal.
FC Twente haalde dit seizoen de tussenronde van de Europa League en was daarmee goed voor elf punten. Vitesse scoorde meer punten toen de club in het seizoen 2021/2022 de achtste finales van de Conference League haalde (veertien).
In Arnhem kunnen ze alleen nog maar dromen van die tijd. De crisisclub staat drie jaar na het Europese succes onderaan in de Keuken Kampioen Divisie. Dieper dan dat kan een profclub niet zinken in Nederland.
Vitesse haalde die punten wel in een tijd dat er in de Conference League meer coëfficiëntenpunten te verdienen waren dan nu. Met de introductie van de nieuwe Europese formats dit seizoen heeft de UEFA ook de telling van de coëfficiëntenpunten aangepast.
Hiermee wil de UEFA voorkomen dat teams in de Conference League net zoveel coëfficiëntenpunten kunnen pakken als de clubs in de prestigieuze Champions League.
De winnaar van de Conference League kan vanaf nu maximaal 36 coëfficiëntenpunten pakken, tegenover 48 punten in de Champions League en 40 punten in de Europa League. Hierbij zijn de kwalificatieronden niet meegerekend.
Source: Nu.nl sport