Home

Opinie: Hoezo is er geen bewijs voor onderwijsgebonden vooroordelen?

In een column voor de Volkskrant beweerde Sander Schimmelpenninck dat het niet te bewijzen is dat hoogopgeleiden neerkijken op lager opgeleiden. Die stelling negeert helaas vijftien jaar onderzoek naar het thema, stellen drie sociologen.

De Deense politicoloog Rune Stubager onderzocht in 2009 voor het eerst in welke mate burgers zich identificeren met de groep hoog- of lager opgeleiden en welke gevolgen dit had voor hun stemgedrag. Wij hebben in 2013 zelf dat onderzoek overgedaan en kwamen tot dezelfde bevindingen. Steevast blijkt dat met name hoogopgeleiden zich méér verbonden voelen met hun opleidingsniveau dan lager opgeleiden. Dat laatste impliceert ook dat men vooral bij hoogopgeleiden opleidingsgebonden ingroup bias – een ongefundeerde voorkeur voor de eigen groep – terug zal vinden, en dat tonen onze eigen studies inderdaad aan.

Een studie (2018) met gegevens uit Nederland, België, de VS en het Verenigd Koninkrijk vond niet alleen dat lager opgeleiden door de hoogopgeleiden negatiever worden beoordeeld dan de arbeidersklasse of armen, we toonden ook waaróm dat zo was. De gepercipieerde persoonlijke verantwoordelijkheid voor een lager opleidingsniveau is veel sterker dan voor armoede of deel zijn van de arbeidersklasse.

Dergelijke ingroup bias blijft niet zonder gevolgen.

Over de auteurs

Toon Kuppens is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Jochem van Noord is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Bram Spruyt is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Voorkeuren politici

In een experimenteel onderzoek (2022) onderzochten we concrete voorkeuren voor politici. Respondenten kregen persoonsbeschrijvingen te lezen van politici, waarbij we zowel hun opleidingsniveau als hun competentieniveau manipuleerden. Wat bleek? Lager opgeleiden hadden een voorkeur voor competente politici – ongeacht opleidingsniveau. Hoogopgeleiden hadden echter een voorkeur voor hoger opgeleide politici, in die mate dat ze géén onderscheid maakten tussen een niet-competente hoogopgeleide politicus en een competente lager opgeleide politicus.

In het algemeen zien hoogopgeleiden het verschil tussen henzelf en lager opgeleiden vooral in termen van competentie-gerelateerde stereotypes, maar als het erop aankomt blijft de voorkeur voor een hoogopgeleide politicus blijkbaar sterk.

Vervolgens vroegen we aan respondenten in negen Europese landen de groepen hoog- en lager opgeleiden te beoordelen op een gevoelsthermometer. Via het verschil in deze twee beoordelingen brachten we onderwijsgebonden ingroup bias in kaart. Hoogopgeleiden beoordeelden hoogopgeleiden daarbij veel positiever dan lager opgeleiden. Onder lager opgeleiden werden beide opleidingsgroepen niet verschillend beoordeeld. Naarmate hoogopgeleiden meer onderwijsgebonden ingroup bias vertonen, hebben ze bovendien een hoger vertrouwen in de politiek en zijn ze meer tevreden met de stand van de democratie, wat aantoont dat deze bias verband houdt met tevredenheid over de politieke status quo.

Minder menselijk

Onderzoekers in Spanje gingen in 2023 hierop verder en vonden dat lager opgeleide groepen zelfs als minder menselijk gezien worden dan hoger opgeleide groepen. Dezelfde respondenten vonden ook dat lager opgeleide groepen minder democratische rechten moesten krijgen dan hoogopgeleiden. Tot zover het streven van hoogopgeleiden naar gelijkheid.

Hoogopgeleiden vertonen niet alleen meer onderwijsgebonden ingroup bias. Ze zijn ook erg gevoelig voor verwijzingen naar hun opleidingspositie. In een studie (2018) peilden we naar de bereidheid van burgers om deel te nemen aan burgerpanels. Hoogopgeleiden bleken vaker bereid te zijn om deel te nemen, maar in het bijzonder als ze eerst vragen over hun eigen opleidingsniveau moesten beantwoorden. Het saillant maken van hun opleidingsniveau zette hoogopgeleiden aan tot meer politieke participatie, terwijl we bij laagopgeleiden juist een dálende bereidheid terugvonden.

Voorgaande bevindingen roepen de vraag op waarom deze discussie zo gevoelig ligt. Van auteurs die een opleidingsscheidslijn resoluut ontkennen tot marxisten die vinden dat het de aandacht afleidt van de échte strijd tussen het grootkapitaal en het volk: er wordt veel energie gestopt in minimaliseren van elke discussie die vragen stelt bij de vermeende tolerantie van hoogopgeleiden. Het voorkomen van opleidingsgebonden ingroup bias is nochtans ruim aangetoond. Dat het meer voorkomt onder hoger opgeleiden én gevolgen heeft, staat in de wetenschappelijke literatuur als een paal boven water.

Neerbuigende houding

Schimmelpennincks column was een instemmende reactie op een eerdere column van Floor Rusman in NRC. Die vroeg om minder populisme en een serieuzere probleemanalyse over dit thema. Welnu, het probleem is dat boven op de economische ongelijkheid een neerbuigende houding (die dus wel degelijk bestaat) extra psychologische schade kan aanrichten. Mensen hebben nu eenmaal behoefte aan waardering en het gevoel een bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving.

Ook de hierboven genoemde ogenschijnlijk persoonlijke verantwoordelijkheid voor het behaalde diploma is een fijne bron van status voor hoogopgeleiden, maar pijnlijk voor mensen zonder (het juiste) diploma. Door de verantwoordelijkheid bij individuen te leggen, wordt de situatie van laagopgeleiden hun eigen schuld, want wie kan het belang van opleiding in twijfel te trekken?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next