De fabriek in Born waar tot een jaar geleden Mini’s werden gemaakt, zou nu de plek zijn waar onbemande straaljagers worden geassembleerd. Dat zegt de producent van de drones. Fabriekseigenaar VDL doet er het zwijgen toe.
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
In opdracht van het Zwitserse bedrijf Destinus zou het Nederlandse industriële conglomeraat VDL drones gaan bouwen voor Defensie. Dat zou moeten gebeuren in de Nedcar-fabriek waar tot voor kort personenauto’s werden geassembleerd. VDL wil het bericht ‘niet bevestigen’.
Destinus is in handen van anti-Poetin-ondernemer Michaïl Kokoritsj, die uit onvrede met de grootschalige invasie van Oekraïne zijn Russisch staatsburgerschap heeft opgegeven. Het bedrijf maakt ‘autonome vluchtsystemen’ voor burger- en defensietoepassingen.
De drones die Destinus bouwt, zijn onbemande straaljagers van enkele tientallen miljoenen per stuk. De Ruta-drone is de grootste drone in het assortiment: ze heeft een bereik van 300 kilometer en vliegt met een snelheid tot 800 kilometer per uur. Destinus claimt er ruim duizend van te hebben geleverd aan Oekraïne.
In het FD verklaart Juriaan Groenewege, directeur van de Nederlandse tak van Destinus, dat in samenwerking met de VDL-fabriek in Born ‘de productie inmiddels is opgestart’ van de door straalmotoren aangedreven drones voor het Nederlandse ministerie van Defensie. Groenewege zegt over een maand meer duidelijkheid te kunnen geven over de order.
VDL Groep en Defensie onthouden zich van commentaar. Beide zeggen met meerdere partijen én elkaar in gesprek te zijn. Zolang die gesprekken niets concreets opleveren, bijvoorbeeld in de vorm van een contract, doen de twee er het zwijgen toe.
Dát in en rond de nu vrijwel lege Nedcar-fabriek in het Limburgse Born voor Defensie materieel kon worden geproduceerd, maakte Willem van der Leegte in april vorig jaar duidelijk. Het geld is er, zei de ceo van de VDL Groep toen met het oog op de ten opzichte van 2019 verdubbelde begroting van Defensie van ruim 20 miljard euro. ‘En we hebben de ruimte.’
De VVD-fractie in de Tweede Kamer opperde, met instemming van Defensie, om op en rond het fabrieksterrein in Born een exclusief cluster van defensiebedrijven te laten ontstaan. Zo zouden de vruchten van sterk stijgende defensie-uitgaven in eigen land kunnen worden geplukt.
Dat het licht voor VDL op groen staat om drones te produceren, bleek in februari vorig jaar toen het toenmalige Kamerlid Gijs Tuinman (BBB) met ogenschijnlijk wervende teksten vragen stelde aan toenmalig minister van Defensie Kajsa Ollongren: ‘Bent u het eens met de stelling dat de VDL Nedcar-fabriek in Born met zijn unieke hoogwaardige serieproductiecapaciteit en personeel kan worden omgezet tot een hoogwaardige productiefaciliteit voor munitie, drones, voertuigen en overig militair materieel?’
Nu is Tuinman staatssecretaris voor Defensie en heeft hij de ambitie om Nederland Europees koploper te maken in de ontwikkeling en productie van onbemande luchtvaartsystemen. Geen loze ambitie, gezien de financiële middelen van Tuinmans ministerie. De grote rol die drones spelen in Oekraïne bracht Defensie er bovendien toe te verklaren miljarden euro’s erin te willen investeren en dat zoveel mogelijk ten behoeve van Nederlandse bedrijven te willen doen. Meerdere hebben zich gemeld.
Begin februari van dit jaar onthulde De Limburger al dat VDL in Born middelgrote militaire ‘straaldrones’ zou produceren of assembleren. Wel zou het volgens de krant gaan om een te kleine order om de enorme capaciteit van de leegstaande fabriek in Born te benutten.
Daarvoor, zo achterhaalde De Limburger, zou VDL in de Nedcar-hallen legervoertuigen moeten gaan samenstellen of, samen met vrachtwagenproducent DAF, legertrucks moeten gaan bouwen in opdracht van de Duitse en Nederlandse ministeries van Defensie. Dat zou werk kunnen geven aan de nog vele voormalige Nedcar-werknemers die geen baan hebben gevonden nadat VDL de productie van de Mini’s van BMW heeft moeten staken.
Als Kamerlid drong de huidige Defensie-staatssecretaris daar ook al op aan. Tuinman vond dat minister Ollongren ‘de VDL-autofabriek’ gezien de dringende behoefte aan terreinvoertuigen en drones’ zo snel mogelijk moest opnemen in de Nederlandse Defensie Industrie Strategie. Defensie en VDL zijn al enige tijd in gesprek, was Ollongrens antwoord, over het ‘rendabel inzetten van de assemblagehal in Born’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant