Er zijn maar weinig mensen die dit weten, maar behalve columnist ben ik ook cateraar. Zelf noem ik het liever ‘privéchef’, dat heeft wat meer cachet. De mensen voor wie ik kook zijn klein, nogal veeleisend en niet altijd even dankbaar. Een tijdje geleden hoorde ik de een aan de ander vragen: ‘Wat heb jij eigenlijk besteld?’ Hoewel ik begrijp dat ze op die manier naar me kijken – als een ober die er is om ze eten voor te schotelen – voelde ik me toch niet helemaal gezien als mens (het ging trouwens om een tosti).
Omdat mijn gasten (toen ik in een ver verleden bij een vooraanstaand restaurant werkte, leerde ik dat ik niet klanten mag zeggen, maar gasten) nogal kieskeurig zijn, is het elke keer weer een uitdaging om iets op tafel te zetten dat wordt opgegeten.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Vandaag had ik het idee kip-cashew te maken. Een heel toegankelijk gerecht, vrij makkelijk te bereiden, met een aangename zoet-zure smaak. Geserveerd met rijst, kroepoek en wat broccoli. Bij de slager haalde ik kip en in de supermarkt de rest van de ingrediënten. Vandaag heb ik er zin in. Neuriënd snij ik de kip in stukjes, hak de knoflook fijn en kook de rijst. Een van mijn gasten loopt de keuken in om te vragen wat er op het menu staat. ‘Rijst met kip en cashewnoten’, zeg ik enthousiast. Zonder te antwoorden draait ze zich om en loopt terug naar de woonkamer.
Ik maak de saus, rooster cashewnoten, hak wat bosuitjes en meng alles door elkaar heen. Daarna dek ik de tafel en meld mijn gasten dat het eten klaar is. De jongste, een spriet met witblond haar, loopt altijd eerst even naar het fornuis om te kijken wat er in de pannen zit. Dat doet ze nu ook. Ze buigt zich over de wokpan met de saus. ‘Goor’, zegt ze. Daarna gaat ze zwijgend aan tafel zitten.
Haar oudere zus is doorgaans wat milder, maar ook zij moet niets hebben van wat ik haar voorschotel. Hun moeder kan mijn gerechten gelukkig wel altijd waarderen. Ze moedigt haar dochters aan toch even te proeven. ‘Ik weet zeker dat jullie het lekker vinden’, zegt ze. De witblonde heeft een enkele cashewnoot op haar bord liggen, met een piepklein beetje saus. Ze pakt hem op tussen haar duim en wijsvinger, kijkt ernaar en likt er dan heel voorzichtig aan. Onmiddellijk legt ze het nootje weer terug op haar bord. ‘Nee, het is echt heel goor.’
Van buiten blijf ik onbewogen, maar van binnen steek ik een sigaret op en schenk ik een groot glas cognac in. Ik weet dat ze me het liefst zouden willen ontslaan. En ik zou zelf ook wel ontslag willen nemen. Maar dat kan allemaal niet. Morgen maak ik pizza.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant