Home

Opinie: Rijke mensen kunnen zich permitteren om progressief te zijn. De champagne-socialist bestaat al heel lang

‘Een staaltje hoogopgeleide fophef’, stelde Sander Schimmelpenninck in zijn column naar aanleiding van recente journalistieke stukken over de ‘bubbel’ van hoger opgeleiden. Het is volgens hem niet te bewijzen dat hoger opgeleiden neerkijken op lager opgeleiden. Volkskrant-lezers reageren.

Negeert onderzoek

Sander Schimmelpenninck trekt in zijn column het belang van de bevindingen van het proefschrift van Quita Muis in twijfel en concludeert dat niet te bewijzen is dat hoger opgeleiden neerkijken op lager opgeleiden, en dat lager opgeleiden juist neerkijken op andere lager opgeleiden. Hiermee negeert hij echter een berg van ander onderzoek dat laat zien dat er een opleidingskloof bestaat, dat theoretisch of hoger opgeleiden daarbij aan het langste eind trekken, en dat die kloof samengaat met gevoelens van miskenning en het idee niet gerepresenteerd te worden in maatschappelijke domeinen (zie het onderzoek van bijvoorbeeld Kjell Noordzij, Jochem Van Noord, Jeroen van der Waal, Mark Bovens, verschillende SCP-rapporten, et cetera).

Er wordt veel aandacht besteed aan diversiteit en representatie in de samenleving. Als onderzoek laat zien dat er nog een groep is die zich niet vertegenwoordigd voelt in de politiek, de media, maatschappelijke instituties, dan wordt dat blijkbaar niet geloofd of wordt er vaak tegengeworpen dat het daar niet over zou moeten gaan en dat we ons moeten richten op economische verschillen.

In het boek De nieuwe standenstaat presenteert oud Volkskrant-journalist en schrijver Martin Sommer het perspectief van Nederland als een standenstaat waarin een nieuwe aristocratie de waarheid in pacht meent te hebben en beweert zich op wetenschap te baseren, maar dat alleen doet als dat wat de wetenschap beweert in het eigen straatje past. Tsja…
Lotte Hogeweg, Nijmegen

Sociologen

Op de openingsregel van Sander Schimmelpennick - ‘Journalisten zijn gek op sociologen’ - vormt in ieder geval zijn illustere voorganger als Volkskrant-columnist, Jan Blokker, een uitzondering.

In zijn vaak geciteerde column ‘X=X’ voorspelt Blokker dat ‘de terreur van de zogenaamde sociale wetenschappen in de komende decennia nog schrikbarende vormen zal aannemen... De dictatuur van de kletskoek’. In weer een andere column: ‘Een socioloog, blijkt telkens weer, is iemand die bewijst dat het donker wordt als de lamp uitgaat.’ Nog altijd zeer lezenswaardig en actueel.
Theo Mocking, Zutphen

Pure armoede

Mijn levenservaring is dat hoger opgeleiden, zeg maar mensen met een dikkere beurs dan ik, mij weleens gevraagd hebben waarom ik zoveel kan met m’n handen. Ik was toen, samen met mijn vrouw, eigenhandig een monumentaal pand aan het restaureren. Ik begreep en begrijp dat hoger opgeleiden jaloers op ons zijn, omdat wij, door onze handigheid van huis uit geleerd te hebben, geen dure vakmensen in dienst hoeven te nemen.

Mijn antwoord was: ‘M’n beste; dat is pure armoede’. Hij was zeer verbaasd over mijn simpele antwoord. Onze voorouders hadden niets tot heel weinig. Om toch te kunnen overleven moesten en moeten we veel zelf maken en zelfredzaam zijn. Nu zouden ze dat creativiteit noemen. Maar handig zijn, met je handen kunnen werken, vergroot je besteedbaar inkomen. Dat is lager opgeleiden (arbeiders) wel gegeven en wij zijn daar trots op.

Daar komt nog bij dat ik in de jaren dat ik actief was voor de vakbond FNV en Ondernemingsraden veel met hoger opgeleiden heb samengewerkt. Vooral economen en juridisch geschoolden hebben ons veel in ons werk kunnen bijstaan.
Theo Janssen Steenberg, Eksärad (Zweden)

Bewijs

‘Dat hoger opgeleiden neerkijken op lager opgeleiden, is niet te bewijzen’, aldus Sander Schimmelpenninck, stellig als altijd. Ik neem de handschoen op.

Een paar jaar geleden kreeg ik van een groot schoonmaakbedrijf het verzoek om voor hun medewerkers een presentatie te verzorgen met als thema ‘hoe kan ik me als schoonmaker weerbaarder opstellen?’ Om me voor te bereiden, vroeg ik de bedrijfsmanager mij een paar voorbeelden te geven van vervelend gedrag waar schoonmakers in hun dagelijkse werk mee te maken krijgen. Ik kreeg toen dit als antwoord:

‘Toen ik zelf een glazenwasser was en bij bedrijven en scholen aan het werk was, kreeg ik regelmatig de opmerking: ‘Vind je het niet jammer dat je geen vak hebt geleerd?’ Ook maakte ik geregeld mee dat mensen gewoon even geen plaats voor me wilden maken, terwijl ik toch vriendelijk vroeg of ik erbij mocht. Geen hallo of goedendag zeggen is ook een klassiek voorbeeld. Of, terwijl je al jaren op een plek werkt, nog steeds aangesproken wordt met ‘schoonmaakster’ of ‘poets’ in plaats van met je eigen naam.’

Is je neerbuigend gedragen niet nog een paar graadjes erger dan op iemand neerkijken, en gaat het laatste niet aan het eerste vooraf? En zullen niet vele tienduizenden andere lager opgeleiden (schoonmakers, vuilnisophalers et cetera) soortgelijke ervaringen hebben? Is dat voldoende bewijs, Sander?
Huub Buijssen, psycholoog, Tilburg

Uitverkorenen

Er zijn hoger opgeleiden die succesvol en rijk zijn. Deze hoger opgeleiden zitten aan de top van de welbekende piramide van Maslow en maken zich niet druk om de dagelijkse sores die het plebs bezig houdt. In tegenstelling tot de luie adel van voorheen concurreert deze rijke elite op zo hard mogelijk werken (ook wel ‘knallen’ genoemd) en zoveel mogelijk doen of achieven (om 5 uur opstaan en de marathon rennen in de Sahara).

Deze rijke elite maakt zichzelf wijs dat zij de uitverkorenen zijn en daarom zoveel meer verdienen dan de (veelal) lager opgeleiden. De absurde ongelijkheid moet worden gerechtvaardigd en het domme geluk moet worden verhuld. Rijke mensen kunnen zich permitteren om progressief te zijn. De champagne-socialist bestaat al heel lang, van Ravelston (Orwell) tot Ferguson (Christie) en nu ook Sander Schimmelpenninck.

Er is niets mis mee dat rijke mensen idealen hebben, maar het komt vaak wat belerend over en het is gemakkelijker om idealistisch te zijn als je je niet druk hoeft te maken over de kosten van een treinkaartje, een elektrische auto, een asielzoekerscentrum om de hoek, immigranten die concurreren voor jouw baan, et cetera.

Dan zijn er nog de hoger opgeleiden die het in materiële zin niet zo ver hebben geschopt, maar er ook bij willen horen en zich willen onderscheiden van wat eronder zit (want dat wil iedereen). Deze hoger opgeleiden hebben vaak nog wel wat financiële vangnetjes in de familie (ouders die bijspringen, een erfenis). Maar zoals Sander Schimmelpenninck zelf al zei: er zijn ook veel hoger opgeleiden die er niet bij horen omdat zij ondanks hun hogere opleiding de energierekening niet kunnen betalen en wel zo dom zijn om op Wilders te stemmen.

Het is dus geen tegenstelling op basis van opleiding, maar op basis van sociale klasse: de bovenlaag wordt steeds rijker en de middenklasse verdient steeds minder (vergeleken met de bovenlaag en onderlaag). En dat is een serieus probleem, want zonder een gelukkige middenklasse wankelt de democratie zoals blijkt uit de recente geschiedenis.
Frances Dethmers, Giethoorn

Neerkijken op hoger opgeleiden

Dat lager opgeleiden neerkijken op hoger opgeleiden: is dát misschien te bewijzen, Sander Schimmelpenninck? Het is heel waarschijnlijk dat je dit zelf wel eens ondervonden hebt. Ik in ieder geval wel en vaak in de vorm van ‘grapjes’ als: ‘je kon zeker geen vent krijgen, toen bleef je maar leren’.

Later kwamen ze tot het ondoorgrondelijke inzicht dat ik dan wel van de verkeerde kant zou zijn. Of: ‘Zij heeft daar geen verstand van, zij heeft doorgeleerd, hahaha’. Ik ken nogal wat hoger opgeleiden m/v/x die dit soort opmerkingen ten deel viel en in twee gevallen daardoor stopten met hun studie, omdat ze vreesden hun sociale omgeving kwijt te raken.
Elly van den Boom, Sittard

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next