Home

De subsidies aan de theatersector drogen op, en dus richten makers zich tot een nieuwe geldschieter: hun publiek

Te weinig overheidssteun en grillige fondsen veroorzaken financiële onzekerheid in de theatersector. Steeds meer groepen wenden zich, in de vorm van donateurprogramma’s, tot hun publiek voor steun. Een succesformule voor beide partijen, zo blijkt.

De voorstellingen van muziektheatercollectief Circus Treurdier eindigen al bijna vijftien jaar hetzelfde. Met applaus, ja, maar voordat het uitgeklapte publiek de foyer opzoekt, doet acteur Jan-Paul Buijs steevast de volgende oproep: ‘Mocht u na het zien van de voorstelling denken: goh, wat een leuke theatergroep, ik hoop dat die groep blijft bestaan, dan kunt u daar wat aan doen. U kunt namelijk traandeelhouder worden.’

Veel goeds begint met een woordgrap. De term ‘traandeelhouder’ ontstond kort na de oprichting van Circus Treurdier en vormde het startschot voor wat inmiddels een succesvol businessmodel kan worden genoemd. Traandeelhouders zijn mensen die hun waardering voor de voorstellingen van Circus Treurdier omzetten in een maandelijkse donatie, en zo direct bijdragen aan nieuwe voorstellingen van het gezelschap.

Via dit systeem van donateurs heeft het gezelschap inmiddels 350 particulieren aan zich verbonden. Samen brengen zij jaarlijks ongeveer 22.000 euro in het laatje. Niet genoeg om de kosten voor een nieuwe voorstelling mee te dekken, maar een onmisbare basis voor wanneer ze even geen voorstelling spelen, en er dus geen ander geld binnenkomt. ‘Onze donateurs zijn onze waakvlam, de kurk waarop we drijven. Zonder hen hadden we corona niet overleefd’, zegt Buijs in hun kantoor in Amsterdam, waarvan de huur wordt gedekt door donateursgeld.

Particuliere geldschieters

Circus Treurdier, dat naast Buijs bestaat uit Janne Sterke, Peter van Rooijen en Oscarwinnaar Ellen Parren, was een van de eerste theatergezelschappen die op deze laagdrempelige en persoonlijke manier particuliere geldschieters aan zich bond. Recentelijk startten meer collectieven een vergelijkbaar donateursprogramma. Onder andere Blauwdruk, Dronken Mensen, Schwung en Buysse & Joosten waagden zich eraan. Ook De Warme Winkel gaat binnenkort, na het verliezen van een groot deel van hun subsidie, hun donateursprogramma nieuw leven inblazen.

Deze trend heeft alles te maken met de constante financiële onzekerheid voor theatermakers. De sector kampt met grote schaarste en gezelschappen zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de grillen van fondsen, die op hun beurt weer afhankelijk zijn van de bedragen die de politiek beschikbaar stelt.

Voor Circus Treurdier was ‘een stukje financiële onafhankelijkheid’ dan ook de reden om te beginnen met het donateursprogramma. Tegenover de dwingende eisen van de fondsen zochten ze naar een stabiele inkomstenbron die meer aansloot bij het toen informele karakter van het gezelschap. ‘Kort na onze oprichting bedachten we Het eeuwige nachtcafé waarin we de hele nacht acts speelden in een tot café omgetoverde locatie. De inschrijfformulieren voor het donateursprogramma lagen op de tafeltjes en tussen de acts door brachten wij het als koopmannen onder de aandacht.’

Verbondenheid bij de groep

Nog altijd levert de oproep drie à vier donateurs per avond op. Rond de jaarwisseling (‘wanneer mensen hun boekhouding doen’) zegt een deel hun maandelijkse bijdrage op, waardoor het aantal donateurs al een tijd stabiel blijft.

Maar een constante geldstroom, en de financiële stabiliteit die daarmee gepaard gaat, is zeker niet de enige reden voor het donateursprogramma, aldus Buijs: ‘Veel belangrijker nog is de verbondenheid die zoveel mensen voelen bij onze groep. Zij nemen weer familie en vrienden mee naar voorstellingen, en zo hebben we door de jaren heen een trouw publiek opgebouwd.’

Traandeelhouders doen een donatie van 5, 10 of 15 euro per maand, en krijgen in ruil voor hun bijdrage een passende tegenprestatie. Een vrijkaartje bij 5 euro, twee vrijkaartjes bij 10 euro, en een tekstboekje van de voorstelling bij 15 euro. Ook ontvangen alle traandeelhouders een ‘treurpin’, een speciaal ontworpen speldje dat de verbondenheid met het gezelschap omzet in iets tastbaars. Buijs: ‘Sommigen dragen het speldje ook als ze naar onze voorstelling komen kijken.’

Als kers op de taart wordt er elk jaar een ‘Dag van de melancholie’ georganiseerd, waarop traandeelhouders die dat willen een middag of avond in de watten worden gelegd. Afgelopen maand verzamelde een harde kern van zestig enthousiastelingen zich voor een open repetitie van de nieuwe Treurdier-voorstelling Wendy Pan. Op de aansluitende borrel was er de mogelijkheid om de makers het hemd van het lijf te vragen over hoe zo’n voorstelling nou eigenlijk tot stand komt.

Grootste traandeelhouder

Het is een van de voordelen van het traandeelhouderschap, vindt Corien Botman (63), die door het ‘interessante en bijzondere’ kijkje in de keuken het theater op een nieuwe manier leerde kennen. Sinds de begindagen van het collectief was ze fan en besloot ze maandelijks 10 euro te doneren. Haar verbondenheid en verantwoordelijkheidsgevoel was zo groot dat ze tijdens corona voelde dat ze ‘voor het Circus moest zorgen.’ Ze maakte eenmalig 2.000 euro over en inmiddels is ze Treurdiers grootste traandeelhouder met een jaarlijkse donatie van 1.000 euro.

Robert Sauerwein (71) maakt maandelijks 15 euro over. ‘Geen wereldbedrag’, zo vindt hij zelf, maar genoeg om het gevoel te hebben een ‘positieve bijdrage’ te leveren aan de kunsten. Ook voor hem gaat de verbondenheid verder dan het financiële; Sauerwein figureerde in de absurdistische televisieserie TreurTeeVee die Circus Treurdier voor de VPRO maakte. ‘Ik verplaatste een steen ofzo, vrij betekenisloos, maar de betrokkenheid was leuk.’

De nauwe band met hun publiek is waardevol voor het collectief, maar het zorgvuldig organiseren van alle donateursactiviteiten levert ook een extra dagtaak op, vertelt Buijs: ‘Het is als een moestuin. Zeer bevredigend, maar je moet er wel goed voor zorgen en elk plantje water geven.’ Inmiddels heeft het collectief iemand ingehuurd die zich ontfermt over de donateurs.

Een eigen fanclub

Voor het veelbelovende makersduo Buysse & Joosten is dat een luxe die ze zich nog niet kunnen permitteren. Geïnspireerd door collectieven om hen heen lanceerden zij afgelopen maand hun eigen ‘fanclub’. Na afloop van hun nieuwe voorstelling Spill the tea is het acteur Emma Buysse die de fanclub introduceert, de ingevulde folders verzamelt, en de bijdragen in Excel zet. Regisseur Luna Joosten stuurt vervolgens een mail met een betaalverzoek aan de nieuwe donateurs.

Na zeven speelavonden van hun nieuwe voorstelling Spill the tea staat de teller op twintig eenmalige donaties die samen 500 euro opleverden. Voor Joosten is het initiatief, hoewel het net begonnen is, al een succes: ‘Het is een vet idee dat mensen die we niet kennen ons werk tof genoeg vinden om op zo’n manier betrokken te zijn.’

Joosten denkt dat een methode van eenmalige donaties beter aansluit bij hun publieksdoelgroep: 'We proberen de drempel voor een bijdrage zo laag mogelijk te maken. Millennials worden over het algemeen een beetje benauwd van abonnementen en een eenmalige donatie kan later altijd een maandelijkse donatie worden.’ Met het geld dat binnenkomt willen ze onderzoeksweken en schrijftijd voor hun nieuwe voorstelling bekostigen, twee noodzakelijke kostenposten waarvoor fondsen aanschrijven moeilijk kan zijn.

Particuliere producenten

Bij de grootste gezelschappen van het land, ITA en Het Nationale Theater, kunnen particulieren voor een bijdrage van minimaal 10.000 euro particulier producent (ITA) of medemaker (HNT) worden. Daarmee kiezen ze een specifieke productie die ze ondersteunen en mogen ze bij bijna elke stap van het artistieke proces aanwezig zijn. Bij ITA-productie De wand, die vorige week in première ging, waren drie particuliere producenten betrokken.

Het klinkt mooi, een zelfvoorzienend theatercollectief dat zijn eigen broek ophoudt, maar de particuliere donaties zijn voor geen enkel gezelschap omvangrijk genoeg om subsidies te vervangen. ‘En dat moet je ook niet willen’, zegt Buijs, ‘De verantwoordelijkheid van een gezonde culturele sector ligt niet bij particulieren, maar bij de overheid.’

Wel denkt hij dat er winst valt te halen in de financiële betrokkenheid van welgestelden: ‘In andere landen heerst veel meer dan in Nederland een mecenascultuur rond de financiering van kunst. Met de gure wind uit Den Haag is het tijd om particulieren te verleiden in te stappen in onze projecten.’

Neem je verantwoordelijkheid

Groot-traandeelhouder Botman is het daar mee eens en moedigt rijke Nederlanders aan hun ‘verantwoordelijkheid’ te nemen: ‘We moeten ons in onze investeringen meer gaan richten op maatschappelijk rendement en minder op financieel rendement.’

Een grote donatie zal nooit leiden tot artistieke inspraak, bezweert Buijs: ‘Men steunt ons omdat ze vertrouwen hebben in onze artistieke koers, in het makerschap van deze vier mensen. Uiteindelijk is het een transactie uit liefdadigheid.’

Binnenkort, tijdens de première van Wendy Pan, zal de zaal weer vol zitten met traandeelhouders. Ook Botman zal er zijn, met haar glanzende treurpin vastgespeld op haar colbert.

‘Wendy Pan’ van Circus Treurdier, tournee t/m 31 mei.

‘Spill the tea’ van Buysse & Joosten, tournee t/m 2 april.

Geen donateursprogramma op het oog, toch iets bijdragen?

Voordekunst

Jonge kunstenaars zonder eigen organisatie kunnen met hun project terecht op crowdfundingplatform Voordekunst. Via een eenmalige donatie van minimaal 10 euro dragen donateurs bij aan de realisatie van een kunstproject naar keuze. Als tegenprestatie ontvangen zij bijvoorbeeld premièrekaartjes, handgemaakte geurkaarsen, of de filmposter.

Cultuurfonds

Het cultuurfonds fungeert als een tussenpersoon tussen de donateur en een culturele instelling. De donatie komt in beheer bij het fonds en via adviescommissies bepalen zij welke aanvragers geld ontvangen.

Nalaten aan cultuur

Een culturele instelling opnemen in het testament wint aan populariteit. Via het gezamenlijke initiatief Nalaten aan cultuur brengen culturele instellingen deze mogelijkheid onder de aandacht. Onder meer Theater Oostpool, Het Zuidelijk Toneel en Theater de Krakeling zijn hierbij aangesloten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next