Home

Voor de negentigste keer jaagt de Boekenweek op nieuwe lezers: ‘Wie leest baat zijn geest’

Hoera, het is bijna Boekenweek! Voor deze jubileumeditie koos een jury, net als vroeger, de auteur van het geschenk. Hoe is dat zo gekomen? CPNB-directeur Eveline Aendekerk: ‘Het proces is totaal niet transparant, en zo hoort het ook.’

is chef Boeken bij de Volkskrant.

Op zaterdag 15 november 1930, een druilerige dag met een niksige temperatuur van 9 graden, trok een ‘ware menigte van schrijvers’ door het land. Top Naeff, Israël Querido, Ina Boudier-Bakker (dat jaar doorgebroken als bestsellerauteur met De klop op de deur) en vele andere literatoren sjouwden van hot naar her om Het Boek te promoten, dat ‘wapen tegen het groote gevaar dat de mensch loopt te gaan lijden aan oppervlakkigheid in onzen onrustigen, gejaagden tijd, waarin de evolutie op bijna elk gebied zich voltrekt in een ongekend snel tempo’, zoals viel te lezen in een door de uitgeversbranche gratis beschikbaar gesteld artikel dat door vrijwel alle provinciale kranten werd afgedrukt.

Met terugwerkende kracht bleek 15 november 1930 behalve druilerig ook een historische dag, want er werd een traditie geboren: de Boekenweek, al was strikt genomen van een week nog geen sprake – de allereerste Boekenweek was een Boekendag, georganiseerd naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de Nederlandse Uitgeversbond.

Binnen de boekenbranche werd al jaren nagedacht over manieren waarop Het Boek kon worden gepromoot. In de eerste decennia van de 20ste eeuw was namelijk zoiets als een vrijetijdsmarkt ontstaan, met ‘duivelse verlokkingen’ die het ‘paradijs der letteren’ bedreigden, schrijft Jan Blokker in De kwadratuur van de kwattareep (1990), over zestig jaar collectieve propaganda voor het Nederlandse boek.

De ‘in boekenkring veel verketterde sport’ was een rage, kranten en weekbladen groeiden onstuimig, er kwamen steeds meer bioscopen, theaters, cabarets en dancings, er was radio, mensen kregen fietsen dan wel motorfietsen of zelfs een automobiel en trokken er lekker op uit. Allemaal tijdrovende activiteiten, en dus concurrentie voor het boek: ten aanval!

Ook de negentigste Boekenweek, die op dinsdag 11 maart wordt geopend in het Literatuurmuseum in Den Haag, is niet echt een week. Waar de traditie in 1930 begon met één dag, neemt de Boekenweek van 2025 bijna twee weken in beslag – pas op zondag 23 maart is het feest voorbij.

In essentie is er niet zo veel veranderd. Net als toen slaan uitgevers, boekhandelaren en schrijvers de handen ineen om de verkoop van boeken te stimuleren, net als toen worden commerciële motieven toegedekt met fraaie volzinnen over de heilzame en beschavende werking van literatuur en net als toen is het maar afwachten of het publiek er massaal op afkomt; eigenlijk was de belangstelling van het publiek voor de ‘artistieke’ etalages van de boekhandelaren het enige wat in 1930 een tikje tegenviel, schrijft Blokker: ‘Het plaatsje Sittard, stelde een correspondent verdrietig vast, drinkt liever bier, en liefst veel, dan te lezen.’

Onzen modernen tijd

De Boekendag, of Dag van het Boek, zoals hij ook werd genoemd, was geen Nederlandse vinding. Spanje en Duitsland hadden er ook een en Amerika had zelfs al een Boekenweek, schrijft Jan Blokker. Wel nieuw was het idee om op die Boekendag een boekje te laten verschijnen dat boekverkopers gratis aan hun vaste klanten konden aanbieden. Het eerste boekenweekgeschenk werd geschreven door J. Tersteeg, directeur van de Leidse Uitgeversmaatschappij, redacteur van het tijdschrift De Uitgeverij en drijvende kracht achter de Nederlandse boekpropaganda. De uitgever en zijn bedrijf, heette het geschenk, dat in een oplage van 35 duizend stuks verscheen. De leuze van dat jaar luidde: ‘Neem een boek! Nieuw is elk boek, dat ge nog niet gelezen hebt’.

Vrijwel meteen na afloop werd besloten dat de Boekendag gecontinueerd moest worden en in juli 1931 kwam De Commissie voor den Boekendag onder leiding van J. Tersteeg met een verrassend voorstel: een Boekenweek. Of het idee was afgekeken van Amerika, is niet bekend.

Op 7 mei 1932 was het zover. Een week lang bleven de etalages van de boekverkopers vrolijk versierd en opnieuw was er een geschenk, dat dit keer kortweg Geschenk heette en cadeau werd gegeven aan iedereen die voor ten minste een rijksdaalder (2,50 gulden) aan boeken besteedde. In Geschenk gaven 33 auteurs antwoord op de volgende vijf vragen: ‘Hoe kwaamt ge tot het schrijven van uw eerste boek? Voor welk uwer boeken hebt ge een voorliefde en om welke reden? Wilt ge ons iets vertellen van uw liefhebberijen? Wilt ge ons reeds iets ontsluieren omtrent uw toekomstplannen? Hoe denkt u over onzen modernen tijd?’

Boekheidenen

De jaarlijkse Boekenweek – kort onderbroken door de Tweede Wereldoorlog – was een feit. Lezers, maar vooral ook ‘boekheidenen’, zoals niet-lezers onbekommerd werden genoemd, werden tot kopen verleid met pakkende slogans als ‘Vormt een eigen bibliotheek’, ‘Wie leest baat zijn geest’, ‘Er is geen vraag zo duister in het leven/ waarop een boek het antwoord niet kan geven’, ‘Zoekt niet langer, geeft een boek’ of, eenvoudig: ‘Geeft ’n boek’.

Er kwam een Commissie voor de Collectieve Reclame, die later de Commissie voor de Collectieve Reclame voor het in Nederland uitgegeven Boek ging heten, nog weer later de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek en uiteindelijk de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, kortweg CPNB. Er kwam een gala-avond, die geleidelijk transformeerde tot een besloten schrijversbal. En er kwam elk jaar een geschenk, vanaf 1987 vergezeld door een essay dat in het teken stond van het jaarlijks wisselende thema, een noviteit die in 1960 werd bedacht.

In 1946 was voor het boekenweekgeschenk een formule gevonden die nog vele jaren zou standhouden, namelijk een dubbele prijsvraag: schrijvers zonden anoniem een novelle in, een jury koos het winnende exemplaar en het publiek moest vervolgens raden door wie het boekje was geschreven. De eerste die het op die manier tot boekenweekgeschenkauteur schopte, was Antoon Coolen met De ontmoeting, de beroemdste is Hella Haasse, wier debuut Oeroeg in 1948 cadeau werd gegeven aan meer dan 25 duizend lezers die tijdens de Boekenweek voor ten minste 3,50 gulden aan boeken besteedden.

Iconisch

Op 29 november 2023, ruim 93 jaar na de allereerste Boekendag, reed Eveline Aendekerk, directeur van de CPNB, van Amsterdam naar Gouda, waar ze een afspraak had. Met haar collega’s had ze bedacht dat de negentigste editie van de Boekenweek groots gevierd moest worden (‘bij de honderdste zitten we er waarschijnlijk niet meer’) en het thema stond al vast: ‘Je moerstaal’, gekozen ter ere van het Nederlandstalige boek en om te benadrukken hoe een taal altijd in ontwikkeling is. De keuze voor de essayist was ook al gemaakt: Paulien Cornelisse, omdat ze zo veel met taal doet. Nu de auteur van het geschenk nog.

Het moest iets iconisch worden, dacht Aendekerk, die rijdend over de A12 allerlei namen door haar hoofd liet gaan. ‘En toen dacht ik: vroeger hebben ze natuurlijk die wedstrijden gedaan! De volgende dag heb ik de collega’s voorgesteld opnieuw een novellewedstrijd te organiseren, daarna bespraken we het met de uitgevers.’

Iedereen vond het een leuk idee, op één uitgever na (volgens doorgaans betrouwbare bronnen was dat Mai Spijkers van Prometheus). Hij was bang dat de winnaar een nobody zou worden voor wie niemand naar de boekhandel zou gaan. Aendekerk deelde die angst niet; wie er ook zou winnen, hij of zij zou worden gedragen door die negentigste Boekenweek. Wel werd afgesproken dat alleen bij de Groep Algemene Uitgevers (GAU) aangesloten uitgeverijen novellen konden insturen. Ook moesten de auteurs uiterlijk 1 januari 2020 een laatste boek hebben gepubliceerd.

Om anonimiteit te garanderen werd een notaris gezocht naar wie de uitgevers vanaf 1 mei 2024 de geredigeerde novellen van hun auteurs konden sturen. Daar werden alle verhalen overgezet naar eenzelfde lettertype en voorzien van een nummer, voor ze naar de negenkoppige jury onder leiding van Rik van de Westelaken gingen. Op 30 augustus 2024 dacht die jury dat het aantal inzendingen met 59 alleszins meeviel, maar op 31 augustus 2024, de laatste dag waarop novellen mochten worden ingestuurd, kwamen er nog eens 90 binnen, wat het totale aantal op 149 bracht. Op 12 februari 2025 maakte de CPNB de winnaar bekend: Gerwin van der Werf, met De krater.

De keuze van de boekenweekgeschenkauteur is het leukste onderdeel van haar werk, zegt Aendekerk, die nu zeven jaar CPNB-directeur is. ‘Meestal beginnen we er ergens eind van het jaar over na te denken. Soms hebben we meteen de naam van een auteur, soms begint alles met het thema; dat wisselt.’ Die ‘we’ zijn hoofd campagnes volwassenen Marion Boxum, woordvoerder Job Jan Altena, persvoorlichter Lisanne Mom en Aendekerk zelf. ‘We halen er vaak nog andere collega’s bij, maar dit is de harde kern. En tussendoor toetsen we uiteraard ideeën bij boekhandels en uitgevers.’

Supergeheimzinnig

Er zijn geen harde criteria waaraan de auteur van het boekenweekgeschenk moet voldoen, zegt ze: ‘Het gaat vrij intuïtief, het hele plaatje moet kloppen. We kijken wel of we niet te vaak een typische Libris-auteur hebben – iemand die het in de winkels van Libris goed doet – of juist een Audax-auteur, iemand die vooral via de Bruna-winkels wordt verkocht. We kijken ook wel of iemand in de Bestseller 60 heeft gestaan, al is dat niet doorslaggevend. We checken of iemand niet te politiek gekleurd is, waardoor je mensen van je zou vervreemden. En we letten er vooral op of de persoon in kwestie zo’n Boekenweek kan dragen, want het is loodzwaar, met allerlei optredens en interviews.

‘Maar er is geen vastomlijnd proces, het is totaal niet transparant, eerder supergeheimzinnig – en dat houden we lekker zo. Want iedereen die je zou kunnen vragen om mee te beslissen, heeft een belang. Dit is óns ding, onze beslissing. Als wij er eenmaal uit zijn, benaderen we eerst de uitgever en daarna de schrijver zelf. Dat is van alle mooie momenten rond de Boekenweek wel het hoogtepunt.’

Wie de auteur van het boekenweekgeschenk van 2026 wordt, is eind 2024 al bepaald, net als wat het thema wordt en wie het essay gaat schrijven. Uit de keuze voor de een volgde automatisch de keuze voor de ander, is alles wat Aendekerk erover kwijt wil: ‘We wisten meteen: deze personen moeten het zijn. In september worden de namen bekendgemaakt.’ En wat het effect van de komende Boekenweek ook is, vaststaat dat hij blijft: ‘Die ruim acht miljoen Nederlanders die maar één of twee boeken per jaar kopen, daar zit nog zo veel potentie! De Boekenweek moet iets zijn wat je mee wilt krijgen, een evenement dat iedereen bereikt, niet alleen de mensen die toch al veel boeken kopen. Het moet iets zijn van ons allemaal. De Boekenweek is cultureel erfgoed.’

Negentigste editie

Op dinsdag 11 maart wordt de negentigste editie van de Boekenweek geopend in het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum in Den Haag, in het bijzijn van alle nog levende auteurs van een boekenweekgeschenk, boekenweekessay en boekenweekgedicht én van de koning, die de eerste exemplaren van het geschenk en essay van 2025 in ontvangst neemt. De Boekenweek duurt tot en met zondag 23 maart.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next