Maar liefst drie tentoonstellingen zijn er te binnenkort zien in Europa over kunst en moederschap. Dat is lang anders geweest, toont kunstcriticus Joke de Wolf in haar boek Het moedermodel.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Toen Joke de Wolf (46) in 2021 werd gevraagd om even in het onderwerp ‘moederschap en kunst’ te duiken, had ze geen idee wat ze zou aantreffen. Laat staan dat ze zich hier jaren in zou verdiepen. Afgelopen week verscheen haar boek Het moedermodel, over kunst, vrouwen en moederschap.
Haar onderzoek begon met een verzoek in 2021 van dagblad Trouw, een van haar opdrachtgevers als kunsthistoricus en freelance kunstcriticus. ‘Ik denk dat ze zochten naar iets luchtigs.’ Een Trouw-journalist werkte namelijk aan een (volgens De Wolf ‘pittig’) verhaal over de Moederhart-beweging. Die verzette zich destijds tegen het coronabeleid. Een stuk over kunst zou daarbij een leuke tegenhanger zijn.
Tijdens De Wolfs studie kunstgeschiedenis was moederschap, als onderwerp voor kunstenaars, echter niet aan bod gekomen. Wel had ze direct twee associaties bij moederschap en kunst. Natuurlijk dacht ze aan de oneindig vaak verbeelde christelijke Mariafiguur. Maar ook de Britse kunstenaar Tracey Emin wilde ze in het artikel noemen, omdat Emin in kunstwerken heeft verwezen naar de abortussen die ze onderging.
De bandbreedte van die associaties zegt meteen iets over het soort kunsthistoricus dat De Wolf is. Ze mag dan zijn gepromoveerd op laat-19de eeuwse Parijse fotografie, uit haar stukken voor Trouw, De Groene Amsterdammer en Museumtijdschrift blijkt dat haar kennis en interesse veel breder is. En de bandbreedte van die associatie zegt ook iets over het onderwerp: van een heilige moeder tot iemand die er juist voor heeft gekozen geen moeder te worden.
Werd het een luchtig stuk? Misschien niet, geeft ze achteraf toe. Een van de kunstwerken die ze besprak is bijvoorbeeld een schilderij dat pontificaal een geboorte toont. De Wolf was er zelf door verrast: ‘Naast Tracey Emin dacht ik dat ik vooral zoete plaatjes en roze wolken zou vinden, maar dat bleek nauwelijks het geval.’ Wat haar ook opviel: moederschap was in de kunstgeschiedenis totaal genegeerd. Voor vrouwen die kunstenaar waren leek het moederschap lange tijd taboe. Ze werden geacht te kiezen, zoals kunstschilder Paula Rego (1935-2022) het verwoordde, tussen ‘kwast of kind.’
Toen De Wolf zich in het onderwerp verdiepte bleek het tij gekeerd. Kunstenaars die moeder zijn organiseren zich om ervaringen te delen en vinden inspiratie in het onderwerp, op uiteenlopende manieren. De Wolf: ‘Ik leerde bijvoorbeeld een kunstenaar kennen die net moeder was geworden en probeerde in haar schaarse tijd kunst te maken, een ander reageerde in kunst op haar overgang en weer een ander maakte werk over de historische omgang met ongehuwde moeders in katholiek Ierland.’
Zo groeide dat ene artikel uit tot De Wolfs eerste boek, met negen thematische essays over bijvoorbeeld ‘oermoeders’ en ‘de zorg voor kinderen.’ Het staat vol fascinerende en verrassende voorbeelden. Sommige zijn bekend, zoals Louise Bourgeois (1911-2010), die in haar spinnensculpturen haar moeder verbeeldde, andere zijn minder bekend, zoals het prikkelende Mon Fils van Lea Lublin (1929-1999). In 1968 zorgde zij in een Parijse museumzaal voor haar babyzoon, bij wijze van performancekunstwerk.
Dat inmiddels een kentering gaande is, blijkt uit het feit dat de maand dat Het moedermodel verschijnt in Europa drie tentoonstellingen te zien over kunst en moederschap. Zo brengt Kunstpalast Düsseldorf de expositie Mama, van Maria tot Merkel en is straks in het Centraal Museum in Utrecht Good Mom/Bad Mom te zien.
Hoe verklaart De Wolf deze hausse aan ‘moederkunst’? ‘Binnen de kunstwereld wordt momenteel meer ruimte gemaakt voor mensen die we vroeger als buitenbeentjes beschouwden. En daar vielen vrouwen vroeger ook onder, en zeker vrouwen die moeder werden.’
In haar boek beschrijft ze hoe de Amerikaanse kunstenaar Judy Chicago (85) aan het begin van haar carrière probeerde one of the boys te zijn: ‘Maar dat lukte haar niet. Daarachter zit de misogyne gedachte dat vrouwen niet in staat zijn tot complexe gedachten, dat ze alleen op aarde zijn om moeder te worden.’ Van die opvatting zijn we nog niet af, benadrukt De Wolf: ‘Er zijn manfluencers die precies hetzelfde betogen.’
De Wolf vond het belangrijk om in haar boek de huidige keuzevrijheid te benadrukken: ‘Soms worden vrouwelijke kunstenaars moeder, soms niet. Kunstenaars wijken vaker af van de standaardlevenspaden. Misschien trekt dat mij ook aan in de kunstwereld.’ Zelf heeft ze geen kinderen, net als veel van haar vrienden: ‘Er zullen vast mensen zijn die zeggen: dan kun je er niet over schrijven. Maar met moederschap hebben we allemaal te maken. En het is absurd dat het onderwerp in de kunst lang zo weinig zichtbaar is geweest.’
Joke de Wolf: Het moedermodel, over kunst, vrouwen en moederschap. Atlas Contact; 240 pagina’s, € 26,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant