Waarom zou je na een universitaire studie leraar worden op een middelbare school? De studenten en afgestudeerden van de universitaire lerarenopleiding die zijn ondervraagd door Voion (Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds voortgezet onderwijs) weten precies waarom. Ze vertelden, in enquêtes en interviews, aan de onderzoekers over hun motivatie. Ze praatten met hartstocht over hun vak, willen leerlingen kennis en vaardigheden bijbrengen en kritisch leren denken. Ze willen iets betekenen voor de samenleving. Ze merken dat hun academische kennis nodig is om in de bovenbouw van het vwo inhoudelijk sterk en met autoriteit les te geven. Goed nieuws, zou je zeggen.
Toch vertrekken veel van deze docenten al snel, enkele illusies armer. Ze kiezen voor een baan elders; er is volop keus. Ruim 12 procent van de universitair geschoolde docenten, begonnen in 2018, werkte na een jaar al niet meer in het onderwijs. Het aantal academici in het onderwijs daalt toch al: van duizend afstudeerden in 2011 naar zeshonderd in 2022.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Deze docenten hebben veel tijd geïnvesteerd in hun opleiding: eerst een universitaire master (vier à zes jaar) in een vak, dan een jaar universitaire lerarenopleiding, met stage. Een hbo-lerarenopleiding duurt vier jaar, inclusief stages en vakinhoud. Vreemd dat het Voion-onderzoek spreekt van een wo-lerarenopleiding van één jaar, terwijl die studiejaren ervoor inhoudelijk opleiden voor het leraarschap.
Veel vertrekkende leraren vinden dat de studie hen slecht heeft voorbereid op de weerbarstige praktijk, de omgang met ouders en lastige leerlingen, en op ‘klassenmanagement’ (newspeak voor orde houden). Eenmaal op school werden ze slecht begeleid. Als redenen voor vertrek noemen ze de hoge werkdruk, het salaris en ‘onvrede over leidinggevenden’.
Salaris? Dat is de laatste tijd toch flink vooruitgegaan? Volgens een wervingscampagne van de overheid verdient een leraar 6.200 euro bruto, niet slecht. Maar ja, die campagne was misleidend. Het overgrote deel van de leraren bereikt dat salaris nooit.
De vertrekkende leraren zijn vooral ontevreden over de ondoorzichtigheid en de onrechtvaardigheid van de inschaling. Iedereen begint in LB, met als beginsalaris 3.463 euro per maand; fulltimewerken wordt beginners afgeraden. Ook als starters twee masterdiploma’s hebben of gepromoveerd zijn, beginnen ze in LB. Ze kunnen solliciteren op beter betalende LC- en LD-functies, maar hebben daar geen recht op. Ze zijn afhankelijk van het oordeel van hun management; als ze slecht liggen, kunnen ze het vergeten. Driekwart van alle leraren in het voortgezet onderwijs blijft in LB.
Het gaat de vertrekkenden niet alleen om het geld. Ze vinden dat ze weinig loopbaankansen hadden, als je geen teamleider of conrector wilt zijn. Ze ervoeren weinig autonomie, weinig ruimte voor vakinhoud, om eigen lessen te ontwerpen en ideeën uit te voeren. Ze voelden zich wereldvreemde ‘nerds’ in de ogen van collega’s, en mondig, lastig en kritisch in de ogen van de leiding.
Het erge is dat jarenlang is gewaarschuwd voor de uittocht van academici. In 2017 deed de KNAW dat. Maak het onderwijs aantrekkelijker voor universitair geschoolden, adviseerde het adviesorgaan, want die zijn noodzakelijk voor het kennisniveau en om vwo’ers voor te bereiden op de universiteit. Tien jaar daarvoor pleitte een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan voor hetzelfde: geef leraren meer autonomie, functiedifferentiatie, carrièreperspectief en salarissen die concurreren met andere sectoren.
Het gebeurde niet; veel schoolbesturen wilden het niet en hielden veranderingen succesvol tegen. Nooit is het gelukt de regie over de lerarenopleidingen én de lerarensalarissen weer in handen van de overheid te krijgen. Dat móét gebeuren. Veel academici zouden graag in het onderwijs te werken. Rol de loper voor hen uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns