is chef-buitenland van de Volkskrant. Hiervoor schreef ze over Afrika, migratie en ontwikkelingssamenwerking.
Als al-Sharaa het etnisch geweld op alawieten niet stopt verliest hij zijn geloofwaardigheid en daarmee internationale steun.
Het was wachten op de geweldsexplosie in Syrië, die afgelopen dagen al aan meer dan duizend mensen het leven heeft gekost. Sinds de val van president Bashar al-Assad, drie maanden geleden, hing de vraag boven de markt of het nieuwe bewind van interim-president Ahmed al-Sharaa erin zou slagen de eenheid te bewaren in het uiterst verdeelde land.
Met name alawieten – de religieuze minderheid waartoe Assad en zijn entourage behoren – vreesden voor wraak en sektarisch geweld door soennitische milities – waaronder (voormalig) aanhangers van terreurorganisaties als Al Qaida en Islamitische Staat – die het in de burgeroorlog tegen Assad en zijn schrikbewind opnamen.
Over deze rubriek
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Donderdag werd de lont in het kruitvat gestoken door hooggeplaatste aanhangers van Assad toen zij in diverse kustplaatsen ordetroepen in de val lokten. De regeringstroepen sloegen keihard terug met onder meer zware beschietingen vanuit helikopters. Waarschijnlijk hebben ook buitenlandse strijders en militante soennitische groeperingen zich gemengd in de strijd. Hierop brak de gevreesde heksenjacht op de alawitische bevolking uit, die in doodsangst op de vlucht sloeg. Bij zo’n dertig slachtpartijen en standrechtelijke executies zouden ten minste 745 alawitische burgers, onder wie vrouwen en kinderen, zijn omgekomen.
Zondag leek de Syrische interim-regering de controle op de meeste plekken terug te hebben, maar daarmee is de testcase voor Sharaa niet voorbij. Zelf zegt hij dat de geweldsexlosie van dit weekend ‘binnen de verwachte uitdagingen valt’ en dat Syrië ‘sterk genoeg is om op te krabbelen’, maar het is nog de vraag of hij de geest terug in de fles kan brengen.
De alawitische Assad-loyalisten die nu in opstand zijn gekomen en zich hebben verenigd als de Militaire Raad voor de Bevrijding van Syrië (MRBS), zijn door de val van Assad alles kwijtgeraakt: macht, geld, inkomsten en aanzien. Door het nieuwe bewind zullen zij zeer waarschijnlijk als paria’s worden uitgesloten van macht of bestuur, ondanks de beloften van Sharaa een inclusieve regering te vormen. Denkbaar is bovendien dat sommigen er alles aan willen doen om het miljardenimperium te redden dat zij, gedurende de chaos van veertien jaar burgeroorlog onder Assad, hebben opgebouwd met de productie en handel van captagon – een verslavende drug die wordt gebruikt op het strijdveld en in het nachtleven.
Ook diverse fundamentalistische en andere militante groeperingen, alsmede de buurlanden Israël, Turkije en Iran, hebben hun eigen redenen om een sterke nieuwe Syrische staat te saboteren.
Lang niet iedereen, kortom, zit te wachten op vrede en stabiliteit in Syrië. Sharaa heeft de afgelopen drie maanden vriend en vijand verrast door vrij snel orde op zaken te stellen in Syrië. Met de belofte een inclusieve regering-van-eenheid te vormen, waar ook vrouwen, druzen, christenen en alawieten een plek zullen krijgen, lijkt hij inmiddels ook het voordeel van de twijfel van de internationale gemeenschap te hebben gekregen. Die steun zal hij direct kwijt zijn als hij er niet in slaagt om het etnisch geweld tegen onschuldige burgers in zijn land te stoppen. Een nieuwe burgeroorlog is dan niet ver weg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant