Home

Hoe Rintje Ritsma in 1995 het schaatsen voor altijd veranderde

Een diner op een warme avond in 1995 zou de oerknal van het commerciële schaatsen betekenen. Na 30 jaar is de invloed van Rintje Ritsma en zijn Sanex-ploeg nog overal in het Nederlandse schaatsen zichtbaar.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Toen Rintje Ritsma in februari 1995 in het Italiaanse Collalbo wereldkampioen werd, wees nog niets op de grote omwenteling die later dat jaar zou plaatsvinden. Hijzelf had er ook nog geen idee van dat hij het Nederlandse schaatsen voorgoed zou veranderen door te breken met schaatsbond KNSB.

Het zou nog een paar maanden duren voordat het idee voor een eigen, commerciële ploeg werkelijk vorm kreeg. Gravend in zijn herinneringen denkt Ritsma dat het in mei 1995 moet zijn geweest. Patrick Wouters van den Oudenweijer, zijn compagnon in dit avontuur, weet zeker dat het later was. ‘In juni hebben we zitten eten op een terras in Ouderkerk aan de Amstel’, vertelt hij. ‘Aan het eind van de avond reed ik naar huis en zei tegen mijn vrouw: volgens mij ben ik zojuist een schaatsploeg begonnen met Rintje Ritsma.’

Het rommelde al langer tussen schaatsers en de KNSB in die jaren. Dat gold niet alleen voor Ritsma. Meer schaatsers hadden moeite met de trage besluitvorming bij de bond en de starre houding van de leiding. Elke zomer waren er gesprekken tussen de sporters en de bestuurders over salaris, faciliteiten en individuele vrijheden in de trainingsprogramma’s. Maar het bleef volgens Ritsma bij klagen. ‘En dan gingen ze uiteindelijk toch gewoon weer schaatsen.’

Hij was klaar met die jaarlijkse dans van mopperen, praten en niets voor elkaar krijgen. Tijdens het gesprek op die juni-avond met Wouters en Maarten de Vos, diens baas bij sportmarketingbureau Top Sports Group, besprak Ritsma wat ze konden doen om nu eens écht verandering teweeg te brengen.

Peter Post

Wouters had in 1993 als jonge sportmarketeer van dichtbij gezien hoe wielerploegleider Peter Post na het stoppen van sponsor Panasonic met Novemail-Histor-Laser een nieuwe wielerploeg was begonnen. Hij had al in 1994 aan De Vos gevraagd of ze hetzelfde niet in het schaatsen zouden kunnen doen. Zijn baas zag bezwaren. Het was veel gedoe, zo’n eigen team. Maar een jaar later bracht Wouters het idee op het terras in Ouderkerk aan de Amstel weer ter sprake.

Ritsma was enthousiast en uiteindelijk ging De Vos overstag. ‘Hij zei: als jullie denken dat jullie het kunnen, dan moeten jullie het maar doen’, vertelt Wouters. ‘Hij heeft toen zelfs Rintje een financiële garantie gegeven zodat hij niet helemaal met lege handen zou staan.’ In de zomer volgde de bekendmaking van de sponsor van Ritsma’s ploeg: Sanex. Niet veel later kon iedereen op televisie de blonde beer uit Lemmer in badschuim zien zakken.

Wie nu op een lome winterweekenddag de televisie aanzet en de schaatsers hun rondes ziet maken in Heerenveen, Salt Lake City of Beijing of vanaf donderdag bij de WK in Hamar, ziet de sporen van die avond nog steeds. Bijna alle coaches, alle ploegen, zijn op de een of andere manier terug te leiden tot de ploeg die Ritsma, inmiddels zelf bondscoach, opzette. Het zijn takken die uit dezelfde stamboom ontspruiten, allemaal familie. En in ieder geval allemaal schatplichtig aan de durf die Ritsma dertig jaar geleden toonde.

‘Hij en Wouters hebben het commerciële schaatsen vlot getrokken’, zegt Jac Orie. Hijzelf werd in 2000 op voorspraak van schaatser Martin Hersman trainer bij de ploeg, die inmiddels door TVM gesponsord werd. ‘Zij zijn de grondleggers van het huidige model.’

Ard en Kees

Ritsma was niet de eerste schaatser die probeerde commercieel te gaan. Ard Schenk en Kees Verkerk probeerden het via de in 1972 opgerichte professionele International Speed Skating League, die met geldproblemen en na een boycot van de KNSB en internationale schaatsbond ISU in 1974 alweer werd opgedoekt.

Leo Visser en Yvonne van Gennip probeerden het na de Spelen van ‘88 met de Mastum-ploeg, waar ook Orie als jong schaatstalent deel van uitmaakte. ‘Die heeft best even bestaan, maar liep stuk op kleine dingen’, aldus Orie. ‘Op regelgeving. Zo mocht er bijvoorbeeld geen sponsornaam op het nationale schaatspak. Maar Ritsma en Wouters zijn overal dwars doorheen gegaan.’

Een deel van het succes van Ritsma en Wouters was de weigering van bondscoach Henk Gemser om Ritsma ‘s winters weer mee te nemen onder de vlag van de KNSB. Dat was nieuw. Als daarvoor internationale wedstrijden werden betwist, traden de Mastum-rijders de facto weer toe tot de kernploeg. Maar Gemser wilde dat niet. Ritsma had ervoor gekozen om uit de kernploeg te stappen, meende hij.

‘Ik weet niet of het halsstarrigheid was. Het was eerder dat hij voor de schaatsers ging staan die wel waren gebleven, voor Ids Postma, Gianni Romme en Falko Zandstra’, zegt Wouters. ‘Maar doordat Gemser zich zo afzette tegen Rintje, mocht Rintje in één keer met zijn eigen ploeg met coach Wopke de Vegt op het ijs, met eigen kleren, en waren we de hele winter de Sanex-schaatsploeg.’

Doorbraak

Er waren nog wat rechtszaken tussen de ploeg en de KNSB voor nodig, maar commercieel en regeltechnisch was de doorbraak in die winter van 1995/1996 geforceerd. En al leken media en fans op de hand van Ritsma, het echte succes moest op het ijs geleverd worden. Dat gebeurde op de EK en WK allround, toen de belangrijkste toernooien van de winter. Wouters heeft nog altijd diepe bewondering voor Ritsma en hoe hij de druk in die winter weerstond. ‘Er waren genoeg mensen die hoopten dat het zou mislukken, maar hij werd Europees- en wereldkampioen.’

In de jaren erna bleken meer schaatsers de commerciële route aan te durven. Zandstra bijvoorbeeld, die bijna met Ritsma was meegegaan in 1995 maar toen toch bij de kernploeg was gebleven, begon in 1996 een eigen ploeg: Unit4. In 1998 werd Team SpaarSelect opgericht rond Gianni Romme en Bob de Jong. En de Sanex-ploeg groeide: Frouke Oonk en Martin Hersman kwamen erbij en Marianne Timmer, die vervolgens in 2000 met DSB een eigen sponsorteam begon.

Die ontwikkeling was cruciaal, zegt Gerard van Velde, die in 1999 in Sanex-tenue reed. ‘Als het was gebleven bij één ploeg, dan was het doodgebloed.’

Ondertussen functioneerde de kernploeg ook steeds meer als een commerciële ploeg. Dankzij de diepe zakken van sponsor Aegon werden schaatsers als Ids Postma behouden voor de bond. ‘Dat was tegen beter weten in’, zegt Wouters. In 2002 werden de kernploegen definitief opgedoekt; tegen de continue uitstroom van schaatsers naar merkenteams viel niet op te boksen. Zelfs Postma was in 2001 vertrokken, naar DSB.

In die steeds uitdijende kosmos van gesponsorde teams bestond een grote honger naar kennis. De KNSB had decennia genoeg gehad aan een of twee bondstrainers om de kernploegen te leiden. Nu moest een veelvoud aan ploegen eigen coaches en andere begeleiding vinden. ‘Er was een ernstig tekort aan trainers’, herinnert Wouters zich.

Ze gingen daarom op zoek naar slimmeriken die verder durfden te denken dan wat gebruikelijk was. Ritsma: ‘We keken naar echte schaatsliefhebbers die een toegevoegde waarde zouden zijn voor de schaatssport.’

Jillert Anema

Zo kwamen ze al vroeg uit bij Jillert Anema, die op dat moment nog werkzaam was als fysiotherapeut in het ziekenhuis van Heerenveen. Hij had daar een sporttest ontwikkeld waarmee hij al veel schaatsers hielp bij het afstemmen van hun trainingsschema’s. In 1997 werd hij bij Sanex gehaald als ‘fysiotherapeut-plus’, waarbij hij actief meekeek naar de trainingsschema’s van hoofdcoach Wopke de Vegt.

Tussen 2001 en 2003 was Anema betrokken bij de marathontak van de ploeg, waar Sanex als sponsor was opgevolgd door TVM. Ambitie om schaatstrainer te worden had Anema nooit echt gehad. Maar toen de TVM-marathonploeg ophield te bestaan ging hij toch overstag. Hij wilde als de kans zich zou voordoen een eigen team op kunnen tuigen en haalde zijn diploma’s. ‘Ik dacht na een tijdje: ik heb het trucje wel door.’ Anema begeleidde daarna Ritsma nog eens, toen de Fries in 2005 brak met TVM en wederom solo ging.

Jac Orie werd in 2000 als assistent-trainer bij de ploeg gehaald, waar inmiddels Geert Kuiper het roer van De Vegt overgenomen had. ‘Het was nooit mijn idee geweest om trainer te worden’, zegt Orie, die aanvankelijk ook geen schaatstrainersopleiding had gevolgd. ‘Ik wilde eigenlijk door aan de universiteit als bewegingswetenschapper.’

Dat was nog steeds zijn plan toen hij in 2002 vertrok bij TVM, maar na een aanbod van SpaarSelect haalde Orie zijn trainerspapieren en bleef in het schaatsen. Na onder andere DSB, Control en Jumbo siert nu het logo van Essent zijn trainerstenue.

Niet alleen voor coaches nam de werkgelegenheid in het schaatsen toe, hetzelfde gold vanzelfsprekend voor schaatsers. In de kernploeg was traditioneel beperkt plek. Een stuk of zes mannen en evenveel vrouwen. Met de introductie van sprintkernploeg in de jaren negentig werd dat al iets verruimd, maar het staat in geen verhouding met de ongeveer vijftig schaatsers die nu, dankzij de ploegen en een salaris, hun sport op topniveau kunnen bedrijven.

Die schaatsers moesten, net als de coaches, ergens vandaan komen. Orie: ‘Er zijn heel veel schaatsers die de kans hebben gekregen bij een commerciële ploeg, die anders buiten de boot zouden zijn gevallen.’

Zij-instromers

In de kernploeg-tijd kregen laatbloeiers, zij-instromers vanuit het skeeleren of shorttrack nauwelijks een voet tussen de deur. Sowieso, wie buiten de kernploeg ambities koesterde liep al gauw tegen financiële beperkingen op.

Neem Anema. Hij had ook dromen op de langebaan, maar ging eerst studeren. Het maatschappelijk leven ging immers voor. Eenmaal afgestudeerd zette hij één jaar alles op het schaatsen. Hij werd beter, maar twijfelde ook. ‘Ik bedacht me: dit is niet eerlijk naar mijn vrouw toe. Dat ik ga schaatsen en zij dan het geld moet verdienen. Toen ben ik gestopt.’ Nu ziet hij als coach van Albert Heijn-Zaanlander hoe profschaatser een echt beroep geworden is.

Met salarissen betaald uit de sponsorgelden werden schaatsers veel langer behouden voor de sport. Of werden ze zelfs teruggehaald. Op zoek naar een man om zijn sprint mee aan te scherpen kwam Ritsma in 1999 bij Gerard van Velde uit. De sprinter, die niet overweg kon met de klapschaats en gestopt was, werd na wat diplomatiek masseerwerk door Ritsma meegenomen naar een trainingskamp in Sankt-Moritz. Zie het als een vakantie, had de Sanex-kopman gezegd.

‘Mijn vader zei: begin d’r niet an. Maar mijn moeder zei dat ik het maar moest doen’, vertelt Van Velde. ‘Als Rintje nooit met die ploeg was begonnen en niet iemand had gezocht om steigerungen mee te doen, dan was ik nooit olympisch kampioen geworden.’ In 2002 won Van Velde goud op de 1.000 meter in Salt Lake City, na vrede te hebben gesloten met de klapschaats.

Ook Van Velde zag zichzelf niet op de kruising staan met een rondebord. Hij rolde, nadat hij voor de tweede maal zijn schaatsloopbaan had beëindigd, vanzelf in het trainersvak. Hij begon Freddy Wennemars en de broers Ronald en Michel Mulder te helpen, die op dat moment bij het Gewest reden. Dat ging zo goed dat de drie schaatsers met hun trainer in 2009 werden aangetrokken door APPM, het team dat in 2006 door onder anderen oud-TVM-schaatser Yuri Solinger was opgericht. Daar begon Van Veldes carrière als coach, al snel met Beslist.nl als sponsor. Nu leidt hij al jaren Team Reggeborgh.

Sven Kramer

Heeft iemand Ritsma ooit bedankt voor zijn voortrekkersrol? ‘Ja’, zegt de oud-schaatser. Eén iemand: Sven Kramer, de man die misschien het commerciële schaatsmodel het meest belichaamd heeft als kopman van TVM en Jumbo-Visma. ‘Ik heb hem elke maand bedankt’, grapt Kramer, tegenwoordig mededirecteur van de Essent-ploeg.

Een basissalaris bij de bond was voor zijn breuk ongeveer 18.000 gulden, zegt Wouters. Wie een EK en WK won kon dat opkrikken tot zo’n 50.000 gulden. Maar Ritsma was als blozend gezicht van de sport wel meer waard. Ritsma’s plan ging echter om meer dan geld. Het ging ook om het loskomen van het benepen bondswereldje en om een eigen route naar succes uit te kunnen stippelen. ‘Ik wilde een beter sportklimaat voor mezelf.’

Dat is nog steeds zichtbaar in de huidige constellatie, zegt Van Velde. ‘In dit model wordt innovatie beloond, net als in het bedrijfsleven. Dat is toch een andere vibe dan toen bij de ambtenaren van de KNSB.’

De onderlinge strijd tussen Orie en Van Veldes ploegen op de korte nummers zorgde voor een enorme kwaliteitsimpuls in het sprinten. De blik van Anema, die langebaan en marathon in elkaars verlengde beziet, hield de stayers bij de les. Jutta Leerdam kon voor zichzelf beginnen zonder een gevecht met de bond. Anema: ‘Je hebt nu meerdere ploegen met meerdere culturen.’ Kortom: een getalenteerde schaatser heeft iets te kiezen.

De dynamiek tussen de ploegen heeft niet alleen zijn weerslag op het ijs, zegt Van Velde. Vergeet bijvoorbeeld de media niet. ‘Als de kernploeg was blijven bestaan, dan had de pers veel minder te schrijven gehad. Er is nu veel meer gaande.’ Bovendien kunnen sponsoren en fans bijna elke wintermaand in Thialf tientallen topschaatsers het tegen elkaar ziet opnemen. Het spannendst van alles zijn misschien nog wel de kwalificatiewedstrijden, waar het echt ploeg tegen ploeg is, zegt Van Velde. ‘Dat vinden de liefhebbers mooi.’

De commerciële concurrentie heeft het Nederlandse schaatsen in de afgelopen 30 jaar ver opgestuwd. Tot en met Lillehammer in 1994 veroverden Nederlandse schaatsers in totaal 47 olympische medailles. Maar bij de zeven Olympische Winterspelen sinds Ritsma’s alleingang waren dat er 86, bijna twee keer zoveel als bij de 17 olympische toernooien daarvoor. Orie: ‘Het is honderd procent zeker dat dat Nederlandse succes het gevolg is van wat Ritsma en Wouters hebben gedaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next