Home

Honderden doden bij wraakacties in Syrië: ‘Wij zijn hier om alawieten te doden’

Nadat soldaten van de nieuwe regering in een hinderlaag waren gelokt door getrouwen van de gevluchte ex-dictator - en alawiet - Assad, barstte afgelopen weekend een golf van geweld los tegen alawieten, iets waar velen allang voor vreesden. Ten minste 745 burgers zouden zijn gedood. ‘Hele families zijn afgeslacht.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Als de pick-ups komen aanrijden, liggen de meeste dorpelingen nog te slapen. Het is half zeven, vrijdagochtend, de zon is net op boven het Syrische dorp Mukhtariya. De 35-jarige Qusay schrikt wakker door het geluid van geweerschoten. Er klinken kreten. In een mum van tijd is het hele gezin – vader, moeder, twee zoons – in staat van paraatheid. Verderop in het dorp zijn strijders met lange baarden uit de pick-upwagens gestapt. ‘We zijn hier’, brullen ze, ‘om jullie alawieten te doden!’

Qusay heet in het echt anders, en ook zijn 33-jarige vrouw Lama wil alleen met een pseudoniem in de krant. Beiden zijn bang voor represailles, beiden zijn ontdaan na de gruwelen die ze hebben meegemaakt. Uit de hele westerse kuststrook kwamen dit weekend getuigenissen van grootschalige moordpartijen op alawieten zoals zij.

Het in Londen gevestigde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten repte zondag van minstens 745 gedode burgers – een aantal dat mogelijk nog zal oplopen, aangezien het geweld nog niet is geluwd. Omgekomen soldaten meegeteld komt het totale dodenaantal door het geweld van afgelopen weekend boven de duizend uit.

Bijltjesdag met genocidale trekjes

Wat begon als een lokale gewapende opstand tegen het nieuwe bewind van interim-president Ahmad al-Sharaa, ontaardde in de keiharde tegenreactie waar veel Syriërs al maanden voor vreesden. Het werd een bijltjesdag met genocidale trekjes. De gevluchte dictator Bashar al-Assad en zijn entourage was ook alawitisch, reden genoeg voor sommige groeperingen om lukraak alawieten (zo’n 10 à 15 procent van de bevolking) te vermoorden. Vrouwen, kinderen, ouden van dagen – iedereen in het gebied vreest voor zijn leven.

Mukhtariya, het bergdorp waar Qusay en zijn vrouw wonen, ligt naast de belangrijke M4-snelweg, op ongeveer twintig minuten rijden van havenstad Latakia. Qusay is een werkloze boer met citroenbomen. Banden met het gevallen Assad-regime heeft hij naar eigen zeggen niet. In het dorp wonen volgens hem sowieso geen oud-officieren. De meeste inwoners zijn boeren of dagloners.

‘We konden horen dat de strijders Koranverzen draaiden’, vertelt Qusay de Volkskrant een dag na het bloedbad per telefoon. ‘Ze begonnen mannen uit hun huizen te slepen en schoten hen dood.’ Met zijn gezin vluchtte hij de heuvels in. Waarnaartoe precies wisten ze niet. ‘Mijn zoons van 7 en 9 moesten huilen. Ze vroegen telkens: Gaan ze ons ook vermoorden? Ik heb geprobeerd hen te kalmeren.’

Onderzoekscomité van zeven mannen

Enkele uren na hun vlucht verscheen er een filmpje op Facebook, waarvan door persbureau Reuters werd vastgesteld dat het in Mukhtariya is opgenomen. Op de grond: minstens twintig levenloze lichamen, van wie een enkeling ontkleed. Op het eerste gezicht zijn het allemaal jonge of volwassen mannen. ‘Mijn oudere broer Nassim zat erbij’, zegt Qusay. ‘En veel van mijn neven. Iedereen in het dorp kent elkaar.’

In plaats van een veroordeling kwam er uit Damascus aanvankelijk een tamme reactie. Op vrijdag, toen de moordpartijen al waren begonnen, prees president Sharaa zijn troepen voor de doortastende wijze waarop ze de opstand van ‘restanten van het Assad-regime’ de kop in hadden gedrukt. Zondag kondigde hij aan dat er een onderzoekscomité van zeven mannen is gevormd, onder wie een aantal rechters. Zij moeten de toedracht van de moorden onderzoeken.

In hinderlaag gelokt

De directe aanleiding voor de geweldsspiraal was een reeks incidenten op donderdagmiddag. Regeringstroepen trokken een dorp nabij de stad Jableh binnen om officieren uit het Assad-tijdperk te arresteren, maar werden in een hinderlaag gelokt. Bij die gevechten kwamen zestien regeringssoldaten om het leven. Voor andere Assad-loyalisten was dat het startsein om eveneens stellingen van het nieuwe bewind aan te vallen. In totaal zouden er zo’n tweehonderd regeringssoldaten zijn gedood.

Vervolgens ging het van kwaad tot erger. Iedere alawiet werd een doelwit. In één van de wijken van havenstad Baniyas trokken onbekende strijders van deur tot deur. Ze staken huizen en auto’s in brand, en plunderden winkels. Tientallen, zo niet honderden mensen werden geëxecuteerd, puur omdat ze alawiet waren. ‘Hele families zijn afgeslacht’, aldus een twintiger uit de stad die niet met zijn naam in de krant durft. ‘Er liggen honderden lijken op straat. Onze christelijke buurman is gedood. Tegen hem zeiden ze: Je bent een ongelovige, een ketter.’

Op filmpjes die veelal zijn gemaakt door daders, is te zien hoe ogenschijnlijk willekeurige mannen op straat worden doodgeschoten. Op een andere video is te zien hoe alawieten gedwongen worden te kruipen, en te ‘blaffen als honden.’ De Volkskrant kon deze filmpjes niet verifiëren, maar ze stroken met aanhoudende berichten over vernederingen van alawieten.

Extremistische groeperingen

Een alawiet uit de stad Baniyas vertelde de LA Times hoe er op zijn deur werd geklopt. Hij kreeg een AK’47 op zijn hoofd gericht, maar wist de mannen wijs te maken dat hij soenniet was. Verderop in de straat werd zijn zus doodgeschoten, net als haar kinderen.

Het sektarische karakter van de moorden doet veel Syriërs denken aan de zwartste dagen van de burgeroorlog (2011-2024), toen islamitisch extremisme de kop opstak. Het bewind van voormalig Al Qaeda-kopstuk Sharaa, ofschoon tegenwoordig vrij gematigd, wortelt ook in die periode. Eén van de hoekstenen van de Assad-dictatuur was een cynisch spel van angst en verdeel-en-heers, waarbij religieuze groepen tegen elkaar uit werden gespeeld. Dat keert zich nu als een boemerang tegen de groep waar Assad zelf uit voortkwam.

Wie de daders zijn, is onduidelijk, maar het heeft er alle schijn van dat het om extremistische groeperingen gaat die los van Sharaa’s legertroepen opereren. Hun machtsbasis ligt in het noorden van het land, aan de grens met Turkije. Mogelijk zijn er onder hen ook jihadisten uit andere moslimlanden. Het roept de prangende vraag op of het toch al zwaar geplaagde bewind van Sharaa baas is in eigen huis.

Alawieten vluchten naar Russische basis

Samer (niet zijn echte naam), een 26-jarige uit het dorp Ain al-Sharqiya, vertelt dat hij een vriend heeft bij de politie in Damascus. ‘Toen ik hem in paniek belde, zei hij: we kunnen niets doen. Deze groepen opereren buiten onze controle. Er zitten Tsjetsjeense strijders bij en Oeigoeren.’ Andere Syriërs die aan de bel trokken, kregen vergelijkbare antwoorden. Volgens een bron in Baniyas leidde dit alles er zaterdag toe dat Sharaa’s troepen ‘omwille van de openbare orde’ een aantal plunderende strijders doodschoten.

Een onbekend aantal alawieten vluchtte naar de Russische luchtmachtbasis in Hmeimim, hopend op bescherming, terwijl anderen de grens overstaken naar buurland Libanon. Weer anderen logeren bij familie en vrienden, of slapen in de openlucht. Onder hen ook Samer, in het dagelijks leven werkzaam in een shoarma-restaurant. Toen de strijders vrijdag naar zijn dorp kwamen, vluchtte hij het in het open veld. Hij schat dat honderd andere inwoners hetzelfde hebben gedaan. Achterblijven bleek riskant. ‘Ik heb gehoord dat ze tien dorpelingen hebben vermoord, onder wie een goede vriend.’

Als de Volkskrant hem spreekt, hebben hij en zijn familie er twee slapeloze nachten op zitten. ‘We hebben wat dekens, en maken ’s nachts een kampvuur. We hebben alleen wat brood en olijfolie. Omwonenden komen soms water brengen.’ Na een korte stilte: ‘Het enige wat we willen, is veiligheid. De internationale gemeenschap moet ingrijpen.’

Lijken haastig weggehaald

Zaterdagavond verklaarde de regering in Damascus dat de situatie onder controle zou zijn. Maar Qusay en zijn gezin durven niet terug naar hun dorp, en slapen buiten. Toen een oom terugkeerde, zeggen ze, werd hij ogenblikkelijk vermoord. ‘Het is koud hier’, klaagt Qusays vrouw Lama. ‘De nachten zijn angstig, onze zonen zijn getraumatiseerd. We weten niet waar we naartoe kunnen.’

Een dag na het eerste telefoongesprek stuurt Qusay een reeks appjes. Hij heeft gehoord dat de lichamen haastig uit het dorp zijn weggehaald, nog voordat ze begraven kunnen worden. ‘Op die manier kunnen ze straks alles ontkennen.’ Het dorp is in brand gestoken, voegt hij eraan toe. Te verifiëren valt dat niet. Maar na de gebeurtenissen van dit weekend zou het geen Syriër meer verbazen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next