Zondag 9 maart neemt Real Madrid het in eigen huis op tegen stadgenoot Rayo Vallecano. Waar Real wereldfaam verwierf door zijn sportieve successen, heeft het sobere Rayo om heel andere redenen de harten van voetbalfans veroverd.
schrijft voor de Volkskrant over sport en media.
Zo’n drie uur voor de aftrap van Rayo Vallecano - Sevilla vult het pleintje voor Mercado de Numancia in Madrid zich langzaam met mensen met getatoeëerde bovenarmen, gepiercete gezichten en hier en daar een hanenkam. Die behoren deels tot de fans van de Madrileense punkband Matando Gratix, die op het punt staat om op te treden in de overdekte markt. Het andere deel van het toegestroomde publiek bestaat uit supporters van de volksclub Rayo Vallecano. Onder het genot van een biertje, jointje en een bocadillo de tortilla maken zij zich op voor de wedstrijd van hun club.
Typisch Rayo zegt Nerea (22), die opgroeide in Vallecas, de arbeidersbuurt waarin Rayo is gevestigd, en wier vader voor de club voetbalde. ‘Zo’n samenkomst als deze zie je niet bij Real, waar iedereen verspreid om het stadion heen staat’, aldus de Madrileense. ‘Bij een kleine club als Rayo heerst veel meer eenheid.’
Daar onderdeel van zijn, dat was de lang gekoesterde droom van Cuervo (30), een Ecuadoraanse advocaat. Cuervo – donkere zonnebril, opgeschoren zijkanten – verhuisde anderhalf jaar geleden naar Madrid. Formeel was dat voor een masterstudie, maar eigenlijk kwam hij hier met maar één doel: wedstrijden van Rayo Vallecano bezoeken.
‘Real en Atlético hebben me door hun fascistische geschiedenis nooit geïnteresseerd’, zegt hij zichtbaar op zijn gemak met een blikje Mahou in zijn hand. ‘Ik wilde naar Vallecas, omdat ze hier accepteren waar je vandaan komt.’
Het plein waar de supporters zich verzamelen ligt op een steenworp afstand van het verouderde Estadio de Vallecas, de plek waar Rayo het straks opneemt tegen Sevilla, in La Liga. De inzet is hoog: Rayo staat zesde, slechts drie punten boven de sevillanos. De huidige positie – nummer zes mag meedoen aan de voorronden van de Conference League – laat de fans van de Madrileense club voor het eerst in 25 jaar weer dromen van Europees voetbal.
Dat lukte voor het laatst in het seizoen 2000-2001. Toen mocht Rayo op basis van het Fair Play-klassement deelnemen aan de toenmalige Uefa Cup, omdat ze het seizoen daarvoor de minste kaarten hadden ontvangen.
Wel of geen Europees voetbal – voor veel Rayo-fans is dat van ondergeschikt belang. Veel belangrijker zijn de waarden van de club, die zich kenmerkt door een links-activistisch engagement. Die identiteit wordt het sterkst uitgedragen door Los Bukaneros (De boekaniers), de harde kern van de club die sinds 1992 de sfeer bepaalt op de tribunes. Die naam is ontleend aan la batalla naval, een groot watergevecht dat elke zomer plaatsvindt in Vallecas ter ere van de maagd Carmen, beschermheilige van zowel de zee als de wijk.
De Bukaneros staan erom bekend geregeld maatschappelijke misstanden aan te kaarten. Zo hielden de ultra’s – die overigens niet vies zijn van confrontaties met rivaliserende groepen – in het verleden acties tegen onder meer seksisme en racisme. En met als slogan ‘hier is niemand alleen’ vroegen ze aandacht voor problemen omtrent mentale gezondheid. ‘We zijn er om Rayo te steunen, maar vergeten niet wat er in onze wijk gebeurt’, zegt Nerea. ‘Zeker als het gaat om sociaal onrecht houden we ons niet stil.’
De betrokkenheid van de Bukaneros en Rayo met de eigen buurt wordt het best geïllustreerd door het verhaal van Carmen Martínez Ayuso. Deze destijds 85-jarige inwoner van Vallecas dreigde elf jaar geleden door een achterstallige betaling van haar zoon uit huis te worden gezet, tot de club besloot haar huur te betalen. ‘We gaan haar helpen een plek te vinden waar ze waardig kan leven, en waar ze zich niet in de steek gelaten voelt’, waren de woorden van Paco Jémez, destijds de trainer van Rayo Vallecano. Het zegt veel over de club met de laagste begroting van de Spaanse competitie.
Het sociale karakter van Rayo heeft een grote aantrekkingskracht op veel voetbalsupporters, onder wie Ramón en José (beiden 53), twee langharige rockers uit Madrid. Dertien jaar geleden stapten ze over van het reusachtige Real Madrid naar het kleine Rayo, waar ze sindsdien een seizoenkaart hebben.
‘Voor mij staat Rayo voor respect voor alle rassen, religies en overtuigingen’, zegt José. ‘De club vertegenwoordigt mij niet alleen in het voetbal, maar ook in het dagelijks leven.’
Ramón knikt instemmend. Als kind van ‘een bescheiden arbeidersfamilie’ staat de club volgens hem voor iets groters. ‘In de jaren vijftig en zestig zijn veel Spanjaarden naar Madrid verhuisd, onder wie mijn moeder en mijn vader, die mijnwerker was. Zij hebben bij mij het idee ingeprent dat je altijd alles moet geven. Rayo vertegenwoordigt voor mij die arbeidersgeest.’
Dat de charme van Rayo Vallecano nationale grenzen overstijgt, bewijst ook Daz, een 28-jarige Ier die nu al vier seizoenen lang de wedstrijden van de club bezoekt. Als Celtic-fan ziet hij duidelijke gelijkenissen tussen de twee teams. ‘Het zijn allebei progressieve clubs die duidelijk hun stem laten horen als het gaat om maatschappelijke thema’s’, zegt de voetbalfanaat, die in Madrid werkt als docent Engels.
De politieke overeenkomsten zouden zelfs verbroederend werken. ‘Af en toe zie ik Celtic-shirts in het stadion.’
Real en Atlético zijn niet zijn clubs, zegt Daz. Niet alleen omdat hun ultra’s erom bekendstaan ‘rechts en fascistisch’ te zijn, en er daardoor een ‘nasty sfeer’ in hun stadions kan hangen, maar ook omdat de meerderheid van hun toeschouwers toeristen zouden zijn. ‘Bij Rayo zie ik elke week dezelfde mensen. Een van hen is een leerling van me, die altijd gaat met zijn broertje, vader en opa. Mooi toch.’
Het extreem-rechtse stempel dat Rayo-fans graag op hun stadgenoten van Atlético en Real drukken, is deels ontstaan tijdens de Spaanse dictatuur. Real Madrid zou in die periode het favoriete team zijn geweest van Franco, die de Europese successen van de club gebruikte voor zijn eigen politieke doeleinden. In het geval van Atlético Madrid komt de associatie doordat de club in die tijd fuseerde met een team van leden van de nationale luchtmacht, die loyaal waren aan Franco.
Dat de fanatieke Rayo-supporters alles afwijzen wat in hun ogen riekt naar fascisme, heeft te maken met het feit dat Vallecas tijdens de Spaanse Burgeroorlog een bastion was van de republikeinen, die vochten tegen Franco’s troepen. In 1939, toen de kruitdampen van die oorlog nog nauwelijks waren opgetrokken, werd het Estadio de Vallecas zelfs een maand lang gebruikt als concentratiekamp voor politieke gevangenen van Franco.
‘De fascisten begingen op deze plek hun gruweldaden’, vertelt Cuervo. ‘Dat mag nooit meer gebeuren.’
Als het begin van de wedstrijd nadert, begint de leider van Los Bukaneros de boel wat op te zwepen. Met trommels, rode fakkels en luid gezang wordt de toon gezet, waarna de groep onder politiebegeleiding koers zet richting het stadion. Onderweg passeert de meute verschillende posters die solidariteit met Palestina uitdrukken, en bij de ingang van de fondo, de tribune van de Bukaneros, prijkt een opvallende verschijning op de muur.
‘Dat is Willy’, zegt Cuervo, wijzend naar een muurschildering van de Nigeriaanse doelman Wilfred Agbonavbare met achter hem het wapenschild van Rayo. De beeltenis is een eerbetoon aan de keeper die in de jaren negentig uitkwam voor het team uit Vallecas en in 2015 aan kanker overleed.
Tijdens zijn korte Spaanse carrière werd Agbonavbare veelvuldig geconfronteerd met racistische en xenofobe opmerkingen. Hij zou zich nooit van zijn stuk hebben laten brengen, tot bewondering van de Rayo-fans, die in de Nigeriaan tevens de perfecte belichaming zagen van de no-nonsensementaliteit van de club.
De doelman leeft nog altijd voort binnen Rayo, zo blijkt tijdens de wedstrijd, waarvan de eerste helft weinig opwindends brengt. ‘Willy, Willy, Willy!’, klinkt het uit de kelen van honderden Bukaneros. Een andere opvallende leus die voorbij komt is todas las fachas, fuera de mi barrio! – vrij vertaald: alle fascisten mijn wijk uit!
Het duel eindigt uiteindelijk in 1-1, maar voelt door de late treffer van de bezoekers als een nederlaag. Door het puntverlies moet Rayo de felbegeerde zesde plek uit handen geven. Van teleurstelling wil Nerea echter niets weten. ‘Ze hebben alles gegeven. En zolang dat het geval is, ben ik tevreden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant