Enkele weken geleden is de ministerraad akkoord gegaan met een eerste plan om een constitutioneel hof op te richten. Momenteel kunnen rechters een wet niet aan de grondwet toetsen, waardoor burgers het vertrouwen in de overheid verliezen, zo stellen NSC-bewindspersonen Judith Uitermark en Teun Struycken. Bovendien kennen weinig Nederlanders de principes van de grondwet. Met het hof willen ze ‘de grondwet uit de ivoren toren halen.’
Het enorme belang dat hier aan de grondwet wordt toegekend is niet nieuw; het kent zijn oorsprong in de 18de eeuw. Waar tot dan vaak de fictie bestond dat de koning Gods vertegenwoordiger op aarde was, wat zijn gezag legitimeerde, brak in die periode het besef door dat mensen vrij en gelijk waren, en het volk zélf de enige legitiem basis van gezag kon zijn. Door middel van een sociaal contract bepaalt men door wie en onder welke voorwaarden men bestuurd mocht worden. En deze regels moesten worden vastgelegd in een geschreven grondwet.
In zekere zin is deze nieuwe grondslag van de staat ook weer een fictie. Want in werkelijkheid is er vrijwel nergens een grondwet tot stand gekomen waarbij de gehele bevolking daadwerkelijk betrokken was. Het was vaak maar een klein groepje ‘notabelen’ die in een constitutionele vergadering tot het vaststellen van een grondwet besloten.
Over de auteur
Alban Mik is rechtsfilosoof en schrijver van Tegen beter weten in. In de maand maart is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hoe dan ook bevat de grondwet – ook in Nederland – een stel fundamentele regels die de wil van het volk zouden uitmaken, en daardoor extra belangrijk zijn. Ze staan dan ook boven de diverse staatstakken. Kabinet, parlement, rechter en lagere overheidsorganen hebben zich eraan te houden. Het recht begrenst de macht, oftewel: er is sprake van een rechtsstaat.
Maar wie is de bewaker van de grondwet? Wie zorgt dat de staat niet buiten de rechtsstatelijke kaders treedt? In tegenstelling tot een land als de Verenigde Staten, waar er een constitutioneel hof is, is dat in Nederland de wetgever. Parlement en regering moeten er dus op letten dat de wetten die ze maken in overeenstemming zijn met de grondwet. Let wel: dit ziet alleen op formele wetten (wetten van parlement en regering), alle andere regelgeving mag al wel door de rechter aan de grondwet worden getoetst.
De reden hierachter is dat de wetgever democratisch gekozen is. Daarom moeten zij ook beoordelen of wetten in overeenstemming zijn met de grondwet, die immers de volkswil als basis heeft. Dit komt ook duidelijk tot uitdrukking in de wijzigingsprocedure van de grondwet. Een wijzigingsvoorstel moet in eerste instantie met gewone meerderheid aangenomen worden in beide Kamers, daarna moet de Tweede Kamer ontbonden worden, en na verkiezingen moet het voorstel opnieuw met een twee derde meerderheid door beide Kamers worden aangenomen. Dit alles moet de democratische legitimiteit van de aanpassing waarborgen.
Nu gaat er met het voorstel van NSC een stem op om de rechter de bewaker van de grondwet te maken. In eerste instantie zijn daar goede argumenten voor aan te dragen. Allereerst worden democratie en rechtsstaat vaak in één adem genoemd, alsof het ideeën zijn die elkaar aanvullen. Dat kan, maar ze kunnen ook prima met elkaar in tegenspraak zijn. Een democratische meerderheid zou bijvoorbeeld kunnen besluiten dat ze grondrechten van een minderheid willen inperken. En het parlement is, als democratisch gekozen orgaan, zo bij nader inzien helemaal niet diegene die geneigd zal zijn die minderheid te beschermen.
Bovendien: als de grondwet grondrechten kent, maar de burger kan er bij de rechter geen beroep op doen als hij meent dat een wet daarmee in strijd is, wordt de grondwet dan geen dode letter?
Zo bezien lijkt een constitutioneel hof een goed plan. Toch is dat echt maar zeer de vraag. Het belangrijkste tegenargument: Nederland is aangesloten bij tal van internationale verdragen die artikelen kennen ter bescherming van mensenrechten. En de Nederlands rechter mag hier op basis van artikelen 93 en 94 van de Grondwet allang aan toetsen. In de praktijk voegt het toetsen aan de grondwet dus waarschijnlijk nauwelijks iets toe.
Verder is het zo dat, zelfs al zou men toch grondwettelijke toetsing willen, dit ondergebracht zou kunnen worden bij de rechterlijke instanties die er al zijn. Waarom de boel nodeloos compliceren en een geheel nieuw rechtsorgaan in het leven roepen?
Al met al klinkt het constitutioneel hof in eerste instantie wellicht als een goed idee, maar bij nader inzien lijkt het toch eerder symboolpolitiek van een partij die zichzelf graag roemt om haar aandacht voor de rechtsstaat.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant