Ronald Philippe Bär, emeritus bisschop van Rotterdam, is zaterdag op 96-jarige leeftijd overleden. De joviale geestelijke was populair. Later bleek echter dat hij onvoldoende optrad tegen priesters die minderjarigen misbruikten.
is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.
Waarom Ronald Bär in 1993 geheel onverwachts aftrad als bisschop van Rotterdam, is nog altijd mysterieus. De conservatieve vleugel van de katholieke kerk zou hem eruit hebben gewerkt, was een van de interpretaties. Het zou iets te maken hebben gehad met geruchten over homoseksuele relaties die over hem opdoken, volgens anderen. Duidelijk was dat het vertrek niet zijn eigen keuze was. ‘Ik ben nog maar een half mens’, zei de gebroken oud-bisschop destijds tegen NRC.
Een halfjaar later weigerde hij in een interview met dezelfde krant op te rakelen wat er precies was gebeurd. ‘Ze wilden me weg hebben en ik ben nu weg. Daarmee is voor mij de kous af.’
Bär, die tien jaar bisschop was geweest in Rotterdam, was er de man niet naar om onmin te zaaien in eigen gelederen. Hij wilde bovenal de eenheid bewaren binnen de rooms-katholieke kerk, die snel aanhang verloor.
Ronald Bär werd geboren in de Indonesische stad Manado op het eiland Sulawesi, in die tijd deel van Nederlands-Indië. Tijdens de Japanse bezetting kwam hij in een gevangenenkamp terecht. Later wilde hij hier nauwelijks iets over kwijt. Na de oorlog trok hij naar Nederland, waar hij theologie studeerde aan de Universiteit Utrecht en zich bij de rooms-katholieke kerk voegde.
Zijn kloosternaam Philippe verwierf hij in een klooster in het Belgische Chevetogne, waar hij in 1959 tot priester werd gewijd. In 1982 kwam hij in Rotterdam terecht, als hulpbisschop onder bisschop Simonis. Toen die aartsbisschop van Utrecht werd, volgde Bär hem op.
De bisschop trad geregeld op in de media, onder meer om te spreken over de leegloop van de kerk en zijn eigen geloofsbeleving. Hij had een hechte band met prinses Beatrix en adviseerde Willem-Alexander en Máxima over het kerkelijke deel van hun bruiloft.
In zijn optredens kwam hij relatief ruimdenkend en benaderbaar over. Zo pleitte hij ervoor om ook oudere getrouwde mannen toe te laten tot het priesterschap. Ook achtte hij abortus en euthanasie in sommige gevallen toelaatbaar – nog altijd gevoelige standpunten binnen de Katholieke Kerk.
Toch verschillen de meningen over de vraag hoe progressief hij werkelijk was. ‘Hij stelde het geweten boven het dogma, en dan doe je dingen die in de Moederkerk al snel als revolutionair gelden. In feite was hij gezagsgetrouw en tamelijk behoudend’, zei Daphne Schmelzer, auteur van een boek over Bär, in 2001 tegen de Volkskrant. ‘Zijn charisma en toegankelijkheid werden door velen ten onrechte als blijken van progressiviteit gezien.’
Vijftien jaar geleden trok er een donkere schaduw over het beeld van Bär. De commissie-Deetman, die seksueel misbruik binnen de Nederlandse katholieke kerk had onderzocht, concludeerde dat hij als bisschop van Rotterdam grove steken had laten vallen.
Zo werd een Rotterdamse priester veroordeeld voor seksueel misbruik met een minderjarige. Doordat Bär slechts beperkt maatregelen tegen hem nam, kon hij buiten Rotterdam opnieuw aan de slag als priester, en maakte hij meer slachtoffers.
‘De tamelijk luchtige wijze waarop de toenmalige bisschop van Rotterdam, monseigneur Bär, op de veroordeling heeft gereageerd plaatst de Onderzoekscommissie voor raadsels’, schreef de commissie-Deetman erover.
Afgelopen zaterdag overleed Bär in het Brabantse Teteringen. Hier bracht hij zijn laatste jaren door, in een verzorgingstehuis bij het Missiehuis Sint-Franciscus Xaverius.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant