Home

Kleinschalige asielopvang in Deurne eindigt in deceptie: ‘Steeds gooit het COA roet in het eten’

De gemeenteraad in het Brabantse Deurne bedacht een eigen spreidingswet. Het ideaal: kleinschalige asielopvang met draagvlak van de kritische bevolking. De praktijk: een teleurstelling. ‘Vandaag hebben we dertig opvangplekken verloren.’

zijn respectievelijk correspondent Noord-Nederland en oud-correspondent Zuid-Nederland. Voor dit verhaal gingen ze een jaar lang regelmatig naar de Brabantse gemeente Deurne.

Ik denk dat we als Deurne vooroplopen’, zegt gemeenteraadslid Coen van Horen trots. ‘We zitten hier niet voor het COA, maar voor onze inwoners.’

Het is 11 januari 2024, de gemeenteraad van Deurne bespreekt een nieuwe aanpak voor asielopvang. Zoals op veel plekken is het een hachelijke kwestie in de Noord-Brabantse gemeente. Tijdens de laatste Tweede Kamerverkiezingen stemde 30 procent van de inwoners PVV. Een plan voor een azc in het Deurnese buurtschap Zeilberg leidde in 2023 nog tot groot protest.

Het moest anders, besefte de gemeenteraad. Achter gesloten deuren vergaderden afgevaardigden van alle partijen ruim dertig keer over hoe Deurne dan wél asielzoekers zou willen opvangen.

Plaatselijke spreidingswet

De uitkomst is een plaatselijke spreidingswet. Formeel: het Beleidskader opvang asielzoekers. Informeel: het Deurnese model. Kleinschaligheid is de kern. De 191 asielzoekers die Deurne volgens de landelijke verdeelsleutel moet opvangen, wil de raad evenredig verspreiden over de gemeente. Daarbij hoort een harde norm van maximaal 1 procent van het aantal inwoners van een wijk of dorp: 64 plekken in de wijk ten noorden van het centrum van Deurne, tot – in theorie – 9 in het dorpje Helenaveen.

Het Deurnese model wordt zelfs genoemd in de Eerste Kamer, als die de landelijke spreidingswet behandelt. In de groepsapp van de Deurnese raadsleden wordt het fragment meteen gedeeld. Deurne kan een voorbeeldfunctie vervullen, is de hoop.

Als de Eerste Kamer twee weken later de spreidingswet goedkeurt, wordt diezelfde avond het Deurnese model aangenomen door de gemeenteraad. Unaniem.

Euforie

Maar van de eensgezindheid en euforie is een jaar later weinig meer over. Van kleinschalige opvang kwam weinig terecht. Het gemeentebestuur presenteerde wel een plan voor een tijdelijke grootschalige opvanglocatie voor 168 asielzoekers. Gemeenteraadsleden voelden zich overvallen. En wéér stonden er boze inwoners voor het gemeentehuis. ‘Deurne loopt haar eigen wetten voorbij’, stond op een van hun spandoeken. Het college moest het voorstel intrekken om een dreigende politieke crisis te bezweren.

Het afgelopen jaar volgde de Volkskrant de ambitieuze aanpak in Deurne. Waarschijnlijk komende week verschijnt een onderzoek naar de gang van zaken en maakt de gemeenteraad de balans op.

Hoe kon een plan dat op papier zo mooi leek, eindigen in een deceptie?

‘In Ter Apel zitten ze omhoog met meer dan tweeduizend mensen. En wij hebben het hier over dertig kinderen...’

Het is donderdagavond 20 februari 2024. In feesterij ’t Lijssels Vertier vloeide vorige week tijdens carnaval het bier rijkelijk. Nu wordt koffie geschonken uit blinkende kannen. Inwoners van Liessel laten zich bijpraten over de opvang van minderjarige asielzoekers in een voormalige boerderij buiten het dorp. Dertig kinderen, zoals de gemeentelijke projectleider asielopvang opmerkt. Afgesproken is hem niet bij naam te noemen, vanwege zijn ambtelijke positie.

1 procent-regel

Het plan voor opvang in Liessel stamt al van voor het Deurnese model. Toch is dit het eerste wapenfeit ervan. Aanvankelijk zouden er namelijk 43 minderjarige asielzoekers onderdak krijgen. Vanwege de 1 procent-regel is dat aantal teruggeschroefd tot 30, want in Liessel wonen zo’n 3.300 mensen.

Aan vier tafels mogen de Liesselnaren vragen stellen aan de gemeente en het COA, dat de opvanglocatie gaat runnen. Waar komen de jongeren vandaan, hoe oud zijn ze, gaan ze naar school? En natuurlijk: wie betaalt alles? Een jonge vrouw wil weten wat er gebeurt als een jonge vluchteling over de schreef gaat. ‘Hetzelfde als met iedereen in Nederland’, antwoordt de politiechef gedecideerd.

Meerdere inwoners bieden zich ter plekke aan als vrijwilliger. ‘Tegenhouden gaan we het niet, dan kunnen we ze beter omarmen’, zegt iemand.

De avond verloopt ontspannen, al blijkt wel meteen hoeveel spanning er op de 1 procent-regel zit. Wethouder Helm Verhees is stellig: de gemeente heeft een vergunning verleend voor de opvang van dertig minderjarigen. Maar als de adjunct-regiomanager van het COA het woord neemt, komt het Deurnese model meteen onder druk te staan. Als alles goed verloopt, zegt ze, dan wil het COA volgend jaar uitbreiden.

Schaars

Vanuit het COA bezien is de wens begrijpelijk. In het complex is plek voor vijftig jongeren, en de opvangorganisatie huurt het hele pand. Opvangplaatsen voor minderjarige asielzoekers zijn bovendien uiterst schaars.

Wethouder Verhees verzekert: als het COA wil uitbreiden, moet hij dat eerst voorleggen aan de gemeenteraad. Maar bij aanwezigen schiet het voornemen in het verkeerde keelgat. ‘Dat is dus iets héél anders dan we tien minuten geleden hebben gehoord’, zegt een verontwaardigde inwoner. ‘Zo ontstaat wantrouwen.’

Vraag het mensen op de Markt in Deurne, zegt raadslid Frank van Tilburg van oppositiepartij Transparant Deurne, en twee derde van de inwoners zit niet te wachten op asielopvang. ‘Het makkelijkste wat we hadden kunnen doen, was achterover leunen’, zegt Van Tilburg. En dan, zoals in veel gemeenteraden gebeurt: een plan van het college afschieten vanwege gebrek aan draagvlak. ‘Maar dat hebben we niet gedaan’, zegt de mede-initiator van het Deurnese model. ‘Als het er toch van moet komen, dan op onze manier.’

Wie de nieuwsberichten over asielopvang in Nederland volgt, leert: nergens zijn omwonenden naar eigen zeggen tegen asielzoekers, ze willen er alleen ‘niet zo veel’. Het woord ‘kleinschalig’ valt tijdens bijna elke inspraakavond.

Terughoudend

Het zou beter zijn voor het draagvlak en de integratie. Maar het COA is erg terughoudend. Kleine locaties zetten te weinig zoden aan de dijk, terwijl voor elke opvang wel de procedures doorlopen moeten worden. Bovendien zijn ze verhoudingsgewijs duur en vergen ze relatief veel inzet van personeel – waaraan de opvangorganisatie nu al een tekort heeft.

Gemeenten die een bescheiden locatie opperden, kregen daarom steevast nul op het rekest. Maar de landelijke spreidingswet heeft iets veranderd. De mogelijkheid van kleinschalige opvang – nodig om er politieke steun voor te krijgen – wordt er expliciet in benoemd. Eventueel mag een gemeente de opvang zelf organiseren, bijvoorbeeld met hulp van het Rode Kruis.

Ook tijdens de vergaderingen over het Deurnese model bleek kleinschaligheid een gedeelde wens. ‘Liever vijf locaties van veertig dan één van tweehonderd’, vat raadslid Frank van Tilburg het samen. Draaglijker voor omwonenden, beter passend bij de schaal van de plattelandsgemeente en ook prettiger voor de vluchtelingen zelf, is de overtuiging.

Ook communicatie en lokaal ondernemerschap (laat plaatselijke pandeigenaren er maar aan verdienen) zijn belangrijke elementen van het Deurnese model. Een flink eisenpakket, beseffen de raadsleden. ‘Maar dan staan we er ook voor’, zegt Mariëlle Biemans (VVD).

Goede moed

Het schuurde tijdens die ruim dertig bijeenkomsten. Sommige partijen vinden het model te weinig ruimhartig en twijfelden aan de realiteitszin, vooral van de 1 procent-regel. Ook het COA was kritisch: zó kleinschalig wordt onuitvoerbaar en onbetaalbaar, liet de opvangorganisatie weten. Maar wat opvang dan wél mag kosten, daarover bleef het COA tot ergernis van veel raadsleden vaag.

Uiteindelijk is er goede moed. Janke van Dijk (DeurneNU) zegt: ‘Laten we gewoon beginnen met elkaar.’

Rugdekking van de gemeenteraad kan prettig zijn voor een gemeentebestuur. Maar meteen blijkt dat er ook ongemak in schuilt. ‘Lastig’, noemt burgemeester Greet Buter het Deurnese model tijdens de vergadering waarin het ten doop wordt gehouden. Weinig initiatieven zullen aan alle eisen voldoen, vreest ze. Het laat het college wel erg weinig manouvreerruimte. ‘Misschien zal het niet gaan zoals u zou willen’, voorspelt de burgemeester. ‘We zullen hier nog vaak over spreken.

De spiegelwand maakt de danszaal op het oog nog groter. Het is half augustus en de projectleider leidt rond in het voormalige cultuurcentrum. Het pand in hartje Deurne leek een van de weinige eigen gemeentelijke gebouwen die in aanmerking kwamen voor herbestemming tot asiel­opvang.

Leek. Want nog voordat de gemeenteraad erover heeft ­gehoord, is de optie alweer afgevallen.

‘Ik wilde er echt creatief mee omgaan’, zegt de projectleider. Die balie kon eruit, wijst hij, zodat er een open woonruimte zou ontstaan. Het COA heeft er ook ‘serieus naar gekeken’. ‘Ze liepen hier met vijf man rond.’

Onverbiddelijk

Maar de conclusie was onverbiddelijk: kan niet. Het aantal slaapvertrekken zou te beperkt zijn. De workshopruimte waar nog een whiteboard staat: daar kun je toch acht bedden kwijt? Maar de witte kamer zonder ramen heeft geen direct daglicht. ‘Dat is volgens het Bouwbesluit wel verplicht.’

Ondertussen lopen de landelijke kosten voor asielopvang enorm op, volgens het COA-jaarverslag: van 1,6- naar 2,7 miljard. Bij gebrek aan reguliere opvangplekken moet de organisatie dure noodgrepen doen: hotelkamers en cruiseschepen afhuren.

‘Het was heel mooi geweest om te kunnen laten zien: we doen het zelf, met een eigen pand, midden in Deurne’, verzucht de Deurnese projectleider. ‘Waarschijnlijk mag ik over een paar maanden aan de gemeenteraad uitleggen dat het echt een stuk moeilijker is dan zij denken.’

Kansrijker lijkt een stuk weiland buiten Deurne, dat door een plaatselijke hovenier is aangeboden. Er zouden flexunits kunnen worden neergezet; volgens de 1 procent-regel is er plek voor dertig asielzoekers.

Spagaat

‘Maar de reactie van het COA luidde: ‘We hebben er serieus naar gekeken en gaan een plan uitwerken voor honderd mensen’’, zegt de projectleider. Zie hier zijn spagaat: in opdracht van de gemeenteraad is hij aan de slag met het Deurnese model. ‘Maar ik moet in mijn achterhoofd houden: wat is voor het COA werkbaar?’

Daarover is Boudine Spies, ‘vastgoedregisseur’ bij het COA in Noord-Brabant, gedecideerd. Zij bekeek het oude gemeentekantoor in het centrum. ‘Tweederde van de vertrekken had geen direct daglicht. En het gebouw geen buitenruimte, alleen een stoep, in een winkelstraat: dat is vragen om problemen.’

Een verbouwing kan veel oplossen, weet Spies uit ervaring. ‘Maar uiteindelijk is het een rekensom.’

Dat geldt ook voor het weiland bij de hovenier, waar volgens het Deurnese model dertig vluchtelingen opgevangen mochten worden, maar het COA meteen inzette op minimaal honderd personen. Spies: ‘Het kost ons veel meer tijd en energie, voor relatief weinig plekken.’ Ook zijn voorzieningen zoals zorg en beveiliging lastig te organiseren. ‘We willen de wens van kleinschalige opvang faciliteren. Maar er is wel een grens.’

Mission impossible

In Deurne komt de gemeentelijke projectleider meer en meer tot de conclusie dat hij bezig is met een ‘mission impossible’. In de spreidingswet staat weliswaar de mogelijkheid dat gemeenten de opvang ook zelf mogen exploiteren. Maar daarover is nog veel onduidelijk. Bovendien, zegt de projectleider: ‘We kunnen wel COA’tje spelen, maar we zijn het COA niet. Ik moet het hier bijna in m’n eentje doen.’

Het is inmiddels midden december en Willy Bankers kan er kort over zijn: het gaat ‘supergoed’ met de dertig minderjarige vluchtelingen die sinds twee maanden net buiten Liessel worden opgevangen. De man met hoed is eigenaar van Verswinkel B.O.P. (‘Bankers Optimale Producten’) in het hart van het dorp.

Vooraf, weet Bankers, maken mensen zich altijd zorgen. ‘Zeker in een dorp als dit zijn we weinig gewend. Maar eenmaal zo ver, loopt het wel los.’

Klachten

Er waren wel wat klachten. Bijvoorbeeld dat de jongeren in het donker zonder verlichting over het Zand fietsten of liepen. ‘Net als Nederlandse jeugd. Maar nu hebben ze fluoriserende hesjes, dus dat is opgelost.’

Niet dat de ingebruikname van de opvang zonder spanningen verliep, vertellen locatiemanager Brigitte Didier en haar adjunct Renate Knoops later die middag op locatie. Op de dag van de opening werd bij het gemeentehuis een dreigbrief bezorgd. De boodschap, enigszins gestileerd: het tot slaapvertrekken omgebouwde stallencomplex zou in brand gestoken worden omdat de gemeente er vreemdelingen had opgevangen.

De drie beveiligingscamera’s die de gemeente vervolgens plaatste, zijn inmiddels verwijderd. Wel is het terrein nog steeds afgesloten met twee flinke slagbomen. Twee beveiligers houden de wacht.

Tijdens de open dag in november kwamen bijna tweehonderd Liesselnaren een kijkje nemen (terwijl elders in het dorp het prinsenbal losbarstte). Een meisje van 12 vroeg of ze ‘hen’ ook echt te zien kreeg. Toen iemand uitlegde dat ze net van een van de jongens een toegangsbandje had gekregen, was haar reactie: ‘Het zijn net gewone mensen.’

Contact

Vanuit het dorp, zegt Didier, zijn er geen klachten. Maar contact komt nog niet echt van de grond. Er is een gesprek geweest met verenigingen, met voetbalclub RKSV Liessel wordt binnenkort doorgepraat. Als de jongens op maandag hun weekgeld hebben gekregen, gaan ze op dinsdag meestal naar Helmond, om halalvlees te kopen. ‘Dat hebben ze hier in Liessel niet.’

De verdieping boven het kantoorgedeelte was oorspronkelijk bedoeld voor de opvang van meisjes. Die staat nu leeg. Zelf vinden ze dertig jongeren een mooi aantal voor de intensieve begeleiding en persoonlijk contact. Bovendien, zegt Didier: ‘De gemeente zou moeten instemmen met uitbreiding, en dat zie ik niet gebeuren.’

Ook nieuwe kleinschalige locaties komen in Deurne niet van de grond. In de plannen die provincies voor 1 december 2024 moesten inleveren voor de landelijke spreidingswet, tekent Deurne voor 191 langdurige opvangplekken. Maar waar die komen, is nog onduidelijk.

Wel kondigt het college in november aan de zogeheten Tijdelijke Grootschalige Opvang (voorheen crisisnoodopvang) voor 150 personen over te willen nemen van buurgemeente Heeze-Leende, voor een half jaar.

Ontploft

En dan ontploft de zaak plots, zoals in Deurne al twee keer eerder gebeurde. Op woensdag 22 januari 2025 krijgen omwonenden een brief met de mededeling dat het gemeentebestuur van plan is tijdelijke opvang te organiseren op het terrein van de hovenier voor 168 vluchtelingen – veel meer dan de dertig volgens de 1-procentsnorm.

Als omwonenden op het gemeentehuis worden bijgepraat, gaat het helemaal mis. Omdat burgemeester Buter niet wil uitsluiten dat de tijdelijke opvang een permanente wordt, lopen de vijftig genodigden boos weg.

Ook raadsleden voelen zich – weer – overvallen en niet serieus genomen. Maar bovenal: al dat praten over kleinschalige opvang lijkt voor niets te zijn geweest., nu de eerste locatie waar de gemeente mee komt weer ‘gewoon’ een grote is.

De onvrede loopt dwars door de coalitie. ‘We hebben toch niet voor niets al die avonden vergaderd?’, vraagt Janke van Dijk zich hardop af. Ook Mariëlle Biemans is not amused. ‘We hebben hard gewerkt aan een alternatief model. Maar steeds gooit het COA roet in het eten.’

Crisis

Duurzame kleinschalige opvang had volgens haar juist een alternatief moeten zijn voor ‘het perverse systeem van gesleep met mensen’. ‘Het COA heeft het steeds over een onhaalbare businesscase, maar die tijdelijke opvang kost 4 miljoen.’

De volgende dag is het crisis in de Deurnese gemeentepolitiek. Het gemeentebestuur blijkt zelfs al een vergunning te hebben aangevraagd voor de opvanglocatie bij de hovenier. Als die niet wordt ingetrokken en het plan niet van tafel gaat, zeggen meerdere raadsleden, is een motie van wantrouwen onvermijdelijk.

Dan bereikt het gemeentehuis het bericht dat de hovenier zich terugtrekt. Hij zou bedreigd zijn en ziet het plan vanwege alle ophef niet meer zitten.

Raadslid Benny Munsters is er zeker van: als het gemeentebestuur het Deurnese model serieus had genomen, was het nooit zover gekomen. ‘Onze aanpak moest een situatie als deze juist voorkomen. En nu herhaalt de geschiedenis zich en zijn inwoners weer boos.’ Frank van Tilburg concludeert: ‘Vandaag hebben we in Deurne dertig opvangplekken verloren.’

Onderzoek

Deze week wordt een onderzoek van consultancybureau Berenschot verwacht naar de gang van zaken rond de ­opvanglocatie bij de hovenier. De vraag die daarboven zweeft, is of het Deurnese model nog wel levensvatbaar is.

Volgens het gemeentebestuur is ‘uit de praktijk’ gebleken dat het niet lukt de asielopgave van Deurne te realiseren volgens alle vereisten van het Deurnese model. Maar daar is niet iedereen van overtuigd. En zo eensgezind als de gemeenteraad aanvankelijk was, zo groot is de verdeeldheid nu.

‘Wij hebben altijd gezegd: de uitgangspunten zijn mooi, maar het beleid moet zich in de praktijk gaan bewijzen’, zegt Bram van Neerven van de grootste coalitiepartij (Deurne DOE). Volgens hem heeft het gemeentebestuur getracht er het beste van te maken. ‘Maar dat is helaas niet gelukt. Wij hebben liever aangepast beleid dat wel werkt dan een dode letter.’

Veel andere raadsleden vinden dat het Deurnese model geen kans heeft gekregen zich te bewijzen. ‘Het is domweg niet geprobeerd’, zegt Frank van Tilburg. ‘De burgemeester heeft het nooit zien zitten.’ Ook Mariëlle Biemans is teleurgesteld. ‘We gaven het college een hulpmiddel, maar dat leek het enkel als last te ervaren.’

Toch wil Van Tilburg wil de moed nog niet opgeven. ‘Ik weet zeker dat je er iets moois van kunt maken. Maar dan moet je er wel in geloven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next