Na de dood van hun 16-jarige zoon Mees vonden Arjan en Anemoon troost in de natuur op Terschelling. Het bracht ze op het idee om een rouwpad uit te stippelen op het eiland, een soort pelgrimspad voor mensen die ook kampen met verlies en verdriet.
interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine
Arjan Berkhuysen (55, zelfstandig ondernemer, voormalig directeur Waddenvereniging): ‘Mees was 6 toen we op Terschelling kwamen wonen. Een vrolijk, blij ventje dat hier in het dorp naar de basisschool ging. En daarna, elke dag met de boot, naar het vwo in Harlingen, waar hij een leuke vriendenclub had. Hij wilde geneeskunde gaan studeren. Hij is weleens brak thuisgekomen na een nachtje Harlingen. Dan vroeg ik: heb je gedronken? Zei hij onschuldig: nee, hoor. Dat was niet helemaal waar, haha.’
Anemoon Elzinga (53, museummedewerker): ‘Hij was heel sociaal, maar kon ook zijn eigen weg gaan. Op de lagere school ging iedereen op voetbal, maar hij ging surfen.’
Arjan: ‘Op de boot terug na school hielp hij andere kinderen met hun huiswerk.’
Anemoon, lachend: ‘Hij wist precies wat je wel en niet moest leren.’
Arjan: ‘Collega’s van me stonden eens te worstelen met het opzetten van een barbecue, toen kwam hij aangelopen en vroeg: kan ik helpen? Zo was Mees. Behulpzaam. Dat hoor je dan achteraf, hè.’
Anemoon: ‘’s Avonds aan tafel kregen we soms college over het nieuws. Hij was echt leergierig, als 16-jarige al volgde hij alles.’
Arjan: ‘Omdat het zo’n voorspoedige, leuke vent was, was de schok misschien nog groter, of is het raar dat ik dat zeg? Je verwacht het niet.’
Anemoon: ‘Hij had een vriend weggebracht naar de boot en is op weg naar huis aangereden door een auto. Een ambulancebroeder zei meteen: het ziet er niet goed uit. Hij had de slechtste score.’
Arjan: ‘Hij is naar het ziekenhuis in Groningen gebracht, maar er was geen redden aan. De volgende ochtend is hij van de beademing gehaald.’
Anemoon: ‘Dan zit je terug op de boot met je kind in een kist.’
Arjan: ‘Dat was bizar. Afschuwelijk.‘
Anemoon: ‘Het was ook heel oer. Het was een klein bootje, we moesten de kist goed vasthouden op het bonkende water.’
Arjan: ‘Hier op Terschelling stonden vrienden en buren al klaar om van alles te doen. Er werd koffie gezet, er waren al bloemen en kaarten. Dan merk je de kracht van zo’n kleine gemeenschap. Er valt zoveel te regelen, je wordt even geleefd.’
Anemoon: ‘Maar ook gedragen. Het was afschuwelijk en liefdevol tegelijk.’
Arjan: ‘Je wordt meteen keihard teruggeworpen op de essentie. Alle opsmuk verdwijnt. Het gaat om –’
Anemoon: ‘Liefde. De mensen met wie je bent.’
Arjan: ‘En om wat we zijn: onderdeel van al het leven om ons heen. De natuur. Dat ís de essentie.’
Anemoon: ‘Ik voelde voor alles en iedereen liefde in die periode. Er was ook wel boosheid, maar die kwam later pas.’
Arjan: ‘We mochten niet verdwijnen in ons verdriet. Je hebt maar een beperkte hoeveelheid energie, die moest niet naar negativiteit gaan, maar naar onze dochter Lente, naar de mensen om ons heen. Daarom ook hebben we ervoor gekozen om veel over Mees te praten, maar niet veel over zijn ongeluk.’
Anemoon: ‘Mees was veel méér dan het ongeluk.’
Arjan: ‘Het hielp om de natuur in te gaan. Dat helpt nog steeds. En hier op Terschelling kan dat heel goed. Het landschap verandert continu, alleen het getij al, en op de een of andere manier is dat troostrijk.’
Anemoon: ‘Zie ik een jonge boom die dood is, dan denk ik: o ja, ook jónge bomen gaan dood. Dat is de natuur. De natuur heeft geen oordeel, die vindt er niks van als ik loop te huilen in de duinen.’
Arjan: ‘Ik heb woedend staan stampen in het zand, dan ben je daarna kapot, dat helpt. Of ik kan zitten snikken in een duinpan, komt er een roodborstje en zeg ik: hallo. Dan maak je ineens contact. Ha, een roodborst, die is óók in de wereld.’
Anemoon: ‘Dan ben je even uit je eigen verhaal. Je kunt uitzoomen, het helpt om te weten dat je deel uitmaakt van iets groters.’
Arjan: ‘Vroeger was de bandbreedte waarin ik leefde veel smaller, toen ging het voornamelijk om: als ik maar gelukkig ben. Nu is gelukkig zijn niet meer leidend. Er zíjn, daar gaat het om, ook met al je ellende en verdriet. Dat geeft ook ruimte, op een gekke manier.’
Anemoon: ‘Ik weet niet waar ik de ruimte had kunnen vinden voor mijn rouw als we nog in Utrecht hadden gewoond. We hebben uren, dagen gewandeld hier op Terschelling, we wilden niet meer stoppen. Toen kwamen we op het idee om een rouwpad uit te stippelen. Een soort pelgrimspad voor mensen die ook kampen met verlies en verdriet.’
Arjan: ‘Het moest geen Mees-pad worden.’
Anemoon: ‘Nee, het is breder. We hebben het de Walk of Grief genoemd. In vijf etappen loop je het eiland rond, je komt op plekken waarvan zelfs Terschellingers zeggen: wauw, wat mooi, ik ben hier nog nooit geweest. Er is een routegidsje bij met verhalen en vragen, zoals: waar loop je voor, wat ben je nog meer verloren?’
Arjan: ‘Wij zijn niet alleen Mees verloren, ook de viereenheid die we vormden met ons gezin. Nog dezelfde avond zijn we de tafel anders gaan dekken; in plaats van vier borden twee tegenover elkaar en een op de kop. Je krijgt het nooit meer heel.’
Anemoon: ‘Ik verloor ook mijn baan als uitvaartbegeleider. Tenminste, ik koos er zelf voor om daarmee te stoppen. Niet omdat ik het verdriet van anderen er niet bij kon hebben, ik vind het juist fijn om met lotgenoten te praten. Maar niet meer in die baan, waarvoor je ’s nachts uit je bed kunt worden gebeld.’
Arjan: ‘Nee, dat gaf te veel stress, terwijl het maken van de Walk of Grief juist rust gaf. Niet dat het weinig werk was: toen we er twee jaar geleden mee begonnen, hadden we nooit kunnen bedenken hoeveel uren erin zouden gaan zitten. In de teksten voor het routeboekje, in het verzamelen van betekenisvolle plekken waar de wandeling langs moest leiden, in het logisch verbinden van alle paden. We hebben het eiland platgelopen.’
Anemoon: ‘Natuurlijk kom je langs de eenzame boom. Een zeeden die hier op Terschelling een begrip is, daar bleken al veel mensen te komen om te rouwen. We hebben er ons logo van gemaakt, een insigne dat je aan je rugzak kunt hangen, zoals de Jacobsschelp dat is bij Santiago de Compostela. Herken je hem bij de ander, dan kun je in gesprek gaan. En heb je daar geen zin in, dan stop je hem in je tas.’
Arjan: ‘Wij werden er zelf heel vrolijk van om al wandelend iets te maken. En we hopen dat anderen er iets aan hebben. Je kunt zeggen: waarom een rouwpad, mensen kunnen toch zelf wel gaan wandelen in de natuur?’
Anemoon: ‘Maar we hebben zelf gemerkt hoe fijn het is als anderen het even van je overnemen als je wordt opgeslokt door verdriet. Vriendinnen die zeiden: je bent jarig, we hebben een taart voor je gebakken en die komen we opeten vanmiddag. Zo is de Walk of Grief ook bedoeld: instapklaar.’
Arjan: ‘We hebben onszelf er ook mee geholpen door dat pad te maken. Expressie in plaats van depressie. Met bloed, zweet en tranen iets creëren, dat is gewoon mooi.’
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant