Home

Marihuana is streng verboden in Indonesië, maar in de volkskeuken van Atjeh is het nooit ver weg

Drugs Indonesië hanteert hoge straffen voor drugshandel en -gebruik. Maar in de provincie Atjeh is marihuana heel aanwezig. „Jonge mensen zoals ik bakken er tempeh mee.”

Foto Riska Munawarah

Als je voorbij de messenslijper, kipverkopers en de maker van het traditionele hoofddeksel de kopiah bent gelopen, komt de geur van curry je tegemoet. Op de markt van het Atjese dorp Sibreh, een half uur buiten provinciehoofdstad Banda Atjeh, bereidt een handvol koks onder de balken van een rij houten overkappingen in grote pannen hun familierecept. Rund- of geitenvlees gekookt in een saus van „uien, knoflook, tomaat, koriander, chilipepers, gember, gedroogde kokosnoot en kokosmelk”, somt de zestigjarige currykok op. En misschien een speciaal ingrediënt? „Vandaag niet”, reageert de man guitig, terwijl hij door een dampende pan geitencurry roert.

Het ingrediënt, dat hij niet hardop wil noemen, zijn zaadjes en blaadjes van de Cannabis sativa. „Als ik meer dan vier lepels in deze pan zou doen, ja, dan gaan we vliegen”, zegt hij. „Maar als je er maar een klein beetje in doet, dan wordt het vlees zachter en krijgt de smaak meer kleur.”

Aanwezige dorpelingen bevestigen het culinaire gebruik. Een geitenverkoper maakt zich grinnikend uit de voeten. Niemand durft het met zoveel woorden te zeggen, maar bijna overal wordt thuis bij speciale gelegenheden met marihuanablaadjes en zaadjes gekookt. „Het is goed tegen diabetes”, weet een marktbezoekster met een bos uien in haar hand. Ook in haar familie wordt met cannabis gekookt. „Bij de meeste familiegerechten word je niet high hoor”, zegt een jonge uienverkoper naast haar. „Hooguit slaperig.” En de wiettoppen? Worden die ook gebruikt? „Jonge mensen zoals ik bakken er tempeh mee. Als ik met mijn vrienden ga kamperen”, vertelt de uienverkoper, op voorwaarde van anonimiteit.

Want het gebruik, teelt en het verhandelen van wiet is streng verboden in Indonesië. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs. Als je wordt gearresteerd met een zakje wiet kun je vier tot twaalf jaar cel krijgen. Voor drugshandel kun je zelfs de doodstraf krijgen. In de Indonesische deelstaat Atjeh heerst strikte islamitische shariawetgeving, maar juist hier bestaat een eeuwenoude cannabiscultuur. Het is een gangbare theorie dat Nederlanders de Cannabis sativa uit India meenamen en in het Atjese Gayo-berggebied tussen koffieplanten plaatsten om insecten af te weren.

Spierpijn en kiespijn

Volgens historicus Masykur Syafruddin (28), oprichter van Museum Pedir in de regionale hoofdstad Banda Atjeh, teelden Atjeeërs al ver voor de komst van de Nederlanders cannabis. Zorgvuldig legt Syafruddin enkele vergeelde manuscripten voor zich op de grond.

Hij groeide op in een familie van islamitische geleerden en had al vroeg een fascinatie voor eeuwenoude munten en geschriften, die hij sinds zijn tienerjaren verzamelt. Vooral teksten over leefgewoontes vindt hij interessant. „Opium en marihuana waren in de tijd van de sultans heel populair”, vertelt hij. Als smaakmaker, maar vooral als geneesmiddel. „ Ik ben al heel wat recepten tegen spierpijn en kiespijn tegengekomen.”

Historicus Masykur Syafruddin toont een manuscript uit 1870; een importtarieflijst van een Atjese heerser met daarop de tarieven voor cannabis.

Marihuana was in alle lagen van de samenleving geaccepteerd. „Zelfs in de kantlijn van religieuze teksten staan recepten met cannabis-ingrediënten gekrabbeld.”

De historicus, die het oude schrift Jawi beheerst, houdt voorzichtig een manuscript omhoog. De randen van het document zijn in de tijd verkruimeld. „Dit is een importtarieflijst uit 1870 van een Atjese heerser, bedoeld voor de Ottomaanse sultan. Kijk, hier staan de tarieven voor cannabis.” Hij pakt een Nederlands geschiedenisboek uit de jaren twintig uit de kast. „Dankzij jullie werd het illegaal. In 1927 vaardigden de Nederlanders, waar het nota bene nu legaal is, een verbod uit op marihuana. Dat is hier nooit herroepen.”

Medisch gebruik

Terwijl er juist in Atjeh draagvlak is voor legalisering. Zo pleitte hoogleraar biochemie Musri Musman aan de Atjese Syiah Kuala Universiteit meermalen openlijk voor het toestaan van teelt voor medisch gebruik. Hij publiceerde over de helende werking van de component CBD. En hij benadrukte de economische voordelen voor Atjese boeren en ondernemers, bijvoorbeeld als de geteelde hennep kan worden verwerkt in kleding en cosmetica.

Ook onder Atjese politici gaan er stemmen op voor legale teelt. „Vroeger had iedereen wel een of twee cannabisplanten op zijn akker”, vertelt een lokale politicus in Banda Atjeh op een terras, terwijl hij met zijn vork in een bord nasi goreng prikt. „De hennepplant is een natuurvriendelijke pesticide. Ze houdt mieren en insecten tegen.” Heeft zijn familie ook plantjes in de tuin? „Soms kun je er niets aan doen dat de plant op je land groeit. Zaadjes waaien rond”, reageert hij lachend. Ook zijn familie kookt met cannabis. „Mijn moeder legt de zaadjes buiten op een doek te drogen.”

De politicus wil niet met zijn naam in de krant, maar wil wel kwijt dat hij legalisering een goed idee vindt. „Met name met het oog op de economische ontwikkeling van Atjeh. Ik weet dat er meer politici zijn die legalisering zouden toejuichen.”

In 2020 pleitte de Atjese politicus Rafli Kande van de conservatieve moslimpartij PKS openlijk voor het toestaan van cannabisteelt voor medisch gebruik. Omdat Atjese boeren al van oudsher marihuana telen, zou legale export de arme regio economisch vooruit helpen, betoogde hij. Na zijn uitspraken kreeg hij zoveel tegenwind, dat hij zich niet meer over het onderwerp uitspreekt. In 2024 vlamde de discussie opnieuw op.

‘Speciale noedels’

In Banda Atjeh gonsde het van de geruchten. Bepaalde restaurants zouden ‘speciale noedelgerechten’ serveren. Talloze bezoekers stonden in de rij voor een tafel. Net in een periode dat de stad zich opmaakte voor een nationaal sportevenement. De geruchten kwamen ook de Indonesische antidrugspolitie BNN ter ore. Onmiddellijk voerde de eenheid het aantal controles op, waarbij verdachten een drugstest moesten doen.

Volgens de politiechef bleek toen dat een van de mannen die positief testte op THC zonder dat hij het wist in een restaurant een marihuana-gerecht had gegeten. „Het kan toch niet zo zijn dat een argeloze sporter bij een restaurant een maaltijd nuttigt, per ongeluk drugs consumeert, en vervolgens niet door de dopingtest komt”, zei hij op een persconferentie. Sindsdien is de discussie over legalisering van softdrugs opnieuw de kop ingedrukt.

Maar ondanks de toegenomen controles is Atjeh nog steeds een belangrijk knooppunt voor drugshandel. In oktober werd een Atjese bende opgerold die 642 kg gedroogde blaadjes wiet naar Jakarta had vervoerd. Enkele maanden ervoor vernietigde de eenheid 1,3 ton marihuana en 226 kg crystal meth. De politiechef stelde trots dat de eenheid het leven van 1,3 miljoen Indonesische gebruikers had gered.

Terwijl Atjese families achter gesloten deuren hun speciale curryrecepten koken, legt marihuana het als genotsmiddel al enige tijd af tegen methamfetamine, de drug die vanuit Myanmar op grote schaal door heel Zuidoost-Azië wordt verspreid. Volgens cijfers van UNODC, de VN-organisatie voor Drugs en Criminaliteit, werd in 2024 in Oost- en Zuidoost-Azië een recordhoeveelheid van 190 ton methamfetamine in beslag genomen. Volgens onderzoekers is crystal-methgebruik in de hele regio wijdverspreid onder vooral arbeiders, die het middel nemen om wakker te blijven en honger te onderdrukken.

Ook in het Atjese Sibreh vallen steeds meer mensen eraan ten prooi, vertelt de zestigjarige currykok. En meth is veel ontwrichtender dan de marihuana die mensen al eeuwen in hun eten doen, stelt hij. „Gebruikers stelen. Eerst van de familie, daarna van buurtgenoten. Ze breken in om aan geld te komen voor hun shabu [de lokale naam van crystal meth].”

Chrystal meth

In een woonwijk van Banda Atjeh sleutelt een automonteur onder een afdak van golfplaat aan een roestige laadbakwagen. De monteur (45), die alleen anoniem zijn verhaal wil vertellen, heeft als dealer en gebruiker de omslag van marihuana naar crystal meth meegemaakt. „Mijn familie kweekte cannabis in de tuin. Mijn moeder kookte ermee.” Het begon voor hem met af en toe een jointje. Spoedig rookte hij meer wiet dan in de tuin stond. Op zijn achttiende besloot hij zijn eigen planten te telen. Ook ging hij verkopen. „Je kon er veel mee verdienen. Het was zo gemakkelijk. Geen controles, geen politie.” Hij glimlacht bij de herinnering.

Eind jaren negentig, toen de burgeroorlog van de Atjese onafhankelijkheidsbeweging GAM tegen de Indonesische overheid verhevigde, veranderde de situatie. Het Indonesische leger pakte ook de drugsteelt aan, omdat er in die tijd sterke vermoedens waren dat de GAM marihuana verhandelde in ruil voor wapens. „Het werd gevaarlijker. Er kwamen meer wapens in omloop.”

Hevige roes

Na de tsunami in 2004 kwam de monteur voor het eerst in aanraking met methamfetamine. In het kielzog van de internationale hulporganisaties die hielpen met de wederopbouw, stroomden ook miljoenen euro’s hulpgelden Atjeh binnen. Mensen probeerden, vaak in een kwetsbare situatie, hun leven weer op te bouwen. In deze periode zagen drugshandelaren kans om nieuwe clientèle te werven.

„Ik was nieuwsgierig en stak een crystal-methpijp aan”, zegt de monteur. De ervaring was niet te vergelijken met die van wiet. De roes was hevig. „Ik kon dagenlang niet slapen of eten.” De meth kwam uit Maleisië via de kust het land binnen. Al snel werd hij door een meth-bende gerekruteerd om ook te verkopen. „Het geld stroomde binnen. Soms wel 6.000 dollar per dag.” Maar het ging er net zo snel weer uit. „Ik zag anderen kapotgaan. Hun tanden verdwenen, ze gingen raar lopen. Ik besloot te stoppen, voordat ik ook gek zou worden.” Een grijns toont zijn volle gebit.

Hij blowt nog wel af en toe wiet, zegt hij, en is van mening dat wietteelt en -gebruik legaal zouden moeten zijn. „Net als in Nederland.” Telen is nu te gevaarlijk. „De drugspolitie wacht tot de oogsttijd en neemt het dan in beslag. Daarna ‘verdwijnen’ de drugs.” Ook de straffen zijn oneerlijk, stelt de ex-dealer. „Als een meth-dealer wordt opgepakt, is hij zo weer vrij. Dan komt het syndicaat hem vrijkopen. Maar de armsten, de wietrokers, die blijven zitten.”

Onbegaanbaar pad

De Indonesische jurist Aristo Pangaribuan onderschrijft de gebreken in het rechtssysteem, maar ziet de situatie niet snel veranderen. „Elke keer als iemand zich voor legalisering van softdrugs uitspreekt, ontstaat zoveel ophef dat dit pad onbegaanbaar lijkt”, vertelt hij aan de telefoon vanuit Jakarta. „Volgens religieuze opvattingen, en dan doel ik op islamitische én christelijke, zijn alle middelen die je bewustzijn veranderen zondig.”

De hoge straffen leiden tot overvolle gevangenissen. President Prabowo heeft recentelijk 44.000 gevangenen, onder wie een derde drugsveroordeelden, vrijgelaten om de situatie in de gevangenissen te verlichten. Maar de straffen zelf staan niet ter discussie.

Daarbij speelt mee dat het huidige systeem winstgevend is voor de politie, stelt Pangaribuan. „Ze verdienen aan hun arrestaties door verdachten geld af te troggelen.” Of ze steken een deel van de vangst in eigen zak. De afgelopen jaren werden verschillende bendes opgerold, waarbij een politiechef aan het hoofd stond.

Onlangs werden achttien agenten gearresteerd, nadat ze in december op een muziekfestival in Jakarta onschuldige bezoekers beschuldigden van drugsbezit en onmiddellijke betaling eisten om arrestatie af te wenden. De agenten harkten zo’n 140.000 euro binnen.

Speciaal ingrediënt

In restaurant Bardi aan de rand van Banda Atjeh smullen twee vrouwen uit Jakarta van hun pasta. Waarom hebben ze dit restaurant gekozen? „We hoorden dat ze eten met een ‘speciaal ingrediënt’ serveren”, zegt Vindy (42). Boekhouders Novi (26) en Vindy (beiden hebben zoals in Indonesië gebruikelijk is, één naam) zijn voor hun werk enkele dagen in Atjeh. „We wilden die speciale noedels wel eens proberen.” En? Voelen ze al iets? Ze giechelen. „Nog niks!” Desgevraagd zegt de restaurantmanager niets van het gerucht te weten en ontkent dat er drugs in het eten zitten. Bij de uitgang trekt een buurman, die zijn naam niet wil zeggen, de correspondent aan haar mouw. „Natuurlijk zit er niets in het eten. Het is gewoon een slimme pr-stunt.”

Source: NRC

Previous

Next