Hij komt over als „een naar, arrogant mannetje”, schreef televisierecensent Wilfred Takken op 27 februari in zijn recensie van de documentaireserie De mondkapjesdeal over Sywert van Lienden. Maar het was niet dat „nare mannetje” waarover Van Lienden zich vervolgens bij NRC beklaagde. Dat was over een zin aan het einde van dezelfde recensie: „Volgende week komt de meesteroplichter alsnog zelf voor de camera, om ongetwijfeld welbespraakt en bijna overtuigend zijn zaak te bepleiten.”
Waarom dat ‘meesteroplichter’, wilde Van Lienden weten. Oplichting is een ernstig strafbaar feit. „Hierover dient [...] eerst een rechtbank zich uit te spreken voordat iemand op deze wijze door een krant met groot bereik zou mogen worden betiteld, zou mijn stelling zijn.” Bovendien wees hij op een passage eerder in de recensie, waarin juist stond: „Wat het trio niet deed, volgens betrokkenen, was de staat oplichten.” Hij vroeg om verwijdering van ‘meesteroplichter’ uit de tekst.
Dat weigerde de hoofdredactie op diverse gronden. In de eerste plaats moet de tv-recensie worden beschouwd als een column, met alle bijkomende vrijheden (die zich overigens niet uitstrekken tot het doen van beweringen die feitelijk onjuist zijn). Verder stelde de hoofdredactie dat de aanduiding ‘meesteroplichter’ werd ondersteund door het vonnis van de rechtbank op 5 februari. Die bepaalde in een civiele procedure tegen Van Lienden en diens zakenpartners Camille van Gestel en Bernd Damme dat zij „geen moment transparant” waren geweest over hun commerciële belangen toen zij in 2020 veertig miljoen mondkapjes verkochten aan de Nederlandse overheid. Ook hadden zij, aldus de rechter, bewust verwarring gezaaid. Ze moeten hun winst terugbetalen aan de Stichting Hulptroepen Alliantie. Dat is geen strafrecht, maar wel rechtspraak. Bovendien, stelt de hoofdredactie: „‘Meesteroplichter’ wordt in de spreektaal gebruikt als iemand die er goed in slaagt anderen om de tuin te leiden”. Zo staat het vaker in NRC, vervolgt de hoofdredactie, ook zonder strafrechtelijke veroordeling.
Hier spelen verschillende vragen een rol; we betreden grijs gebied. In hoeverre is een televisierecensie een column? Is een civiele uitspraak voldoende grond om iemand een ‘meesteroplichter’ te noemen?
Dat ‘meesteroplichter’ vaker wordt gebruikt, klopt. De afgelopen vijf jaar werden onder meer schrijver Theo Kars, voetbalbestuurder Sven Mislintat, Ronald Plasterk, producer Frank Farian, de Franse nep-edelman Christophe Rocancourt, de Amerikaanse zakenman David Milton Thomas III, seriemoordenaar Charles Sobhraj, Charles Ponzi en spookvoetballer Bernio Enzo Verhagen zo aangeduid. Waarbij de context nogal verschilt. Soms gaat het om nieuwsverhalen over veroordeelden, maar vaak ook om artikelen over films en documentaires.
Er is een hofleverancier aan meesteroplichters. Columnist Youp van ’t Hek was niet alleen degene die Mislintat en Plasterk zo aanduidde, hij gebruikte de term ook op 31 juli 2021 voor „onze Sywert”. Wat Van Lienden betreft, was dat deel van een langlopende campagne tegen hem. Daar heeft hij eerder aandacht voor gevraagd bij NRC, maar zonder resultaat. Hij zegt „een liefhebber van debat, humor en polemieken” te zijn, waar „een zeker incasseringsvermogen” bij hoort. Maar de formulering in de tv-recensie draagt bij aan een mediadynamiek die „leidt tot reële schade in de levens van mensen, nog voordat een rechter daadwerkelijk een oordeel heeft kunnen vellen.”
Dat de bijdragen van Van ’t Hek (hij noemde Van Lienden ook eens „Oplichter des Vaderlands”) columns zijn, staat buiten discussie, maar geldt dat ook voor een (televisie)recensie? Bij de rubriek ‘Zap’ staat niet dat het een column is. En in de praktijk is die rubriek een mengvorm van verslaglegging, het delen van een kijkervaring en een oordeel. Over de tv, maar in het verlengde daarvan ook over de wereld. Het lijkt mij dat de recensent (ik was dat zelf ook) ruimte toekomt om scherpe of meerduidige woorden te kiezen.
‘Oplichter’ heeft naast een morele een vrij heldere juridische context. Ik kan me niet voorstellen dat NRC in de verslaggeving iemand een oplichter zou noemen die daar (nog; in het geval van Van Lienden moet de strafzaak nog beginnen) niet voor is veroordeeld. De verwijzing naar de civiele zaak overtuigt mij wat dat betreft niet: hoewel hetzelfde gedrag werd beoordeeld, was die procedure niet bedoeld om vast te stellen of men zich aan oplichting schuldig had gemaakt.
Maar zoals een column of recensie geen nieuwsartikel is, is een meesteroplichter ook niet precies een oplichter. ‘Meesteroplichter’ is een dubbelzinnig woord. De term drukt ook een zekere fascinatie, misschien zelfs bewondering uit. Je leest het (ook in NRC) vrijwel alleen voor mensen die op de een of andere manier tot de verbeelding spreken. Meesteroplichters zijn vrijwel altijd beroemd, je kunt betogen dat het voorvoegsel ‘meester’ eerder verwijst naar ‘heel bekend’ dan naar ‘heel bekwaam’.
Verreweg de meeste meesteroplichters huizen in recensies en columns en in die context verwijst het wat mij betreft meer naar een archetype dan naar een juridische status – ook in het geval van de tv-recensie van Wilfred Takken. Die was er zich tijdens het schrijven niet van bewust dat zijn woorden konden worden opgevat als een verwijzing naar een juridische situatie. „Zo’n recensie beschrijft ook de associaties die ik heb bij het kijken.” Hij had zo een andere term kunnen kiezen, zegt hij, en hecht ook niet bijzonder aan ‘meesteroplichter’. Maar het antwoord op de vraag of het er in die context mocht staan is ook wat mij betreft ja. Ook als de auteur van dienst geen cabaretier van beroep is.
Arjen Fortuin
Reacties: ombudsman@nrc.nl
Soms mis ik artikelen in de papieren krant die alleen online zijn gepubliceerd, zoals het verslag van Emilie van Outeren van de toespraak van Trump tot het Amerikaanse Congres (online op 5 maart). Hoe bepaalt de redactie welke artikelen in de papieren krant worden geplaatst en welke niet? Het verslag van de toespraak van Trump lijkt mij belangrijk genoeg voor de papieren krant. Graag zou ik een toelichting willen zien op het digital first beleid. Wat houdt dit beleid in en wat betekent het voor mij als abonnee van de papieren krant? Mis ik belangrijke artikelen als ik niet iedere dag de website raadpleeg?
Johan Bohlmeijer
De lezer heeft gelijk, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Melle Garschagen. „Het verslag van de toespraak van president Trump verscheen op 5 maart zeer vroeg in de ochtend online. Op de redactie is besloten om dat stuk niet 24 uur later alsnog ‘op papier’ te laten verschijnen. Het merendeel van onze abonnees is digitaal en had het stuk dus al gezien of gelezen, in de tussentijd gebeurde er veel nieuws. De krant is inmiddels meer een momentopname dan een volledig overzicht wat zich in het afgelopen etmaal heeft afgespeeld. Tegelijkertijd is dit een goede herinnering dat we daar niet star in moeten worden: sommige gebeurtenissen zijn zo belangrijk dat een stuk na een etmaal nog steeds lezenswaardig is.”
De ombudsman opereert onafhankelijk; zijn oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Wilt u rechtstreeks reageren op artikelen of audioproducties van NRC, dan kunt u een brief van maximaal 200 woorden mailen aan opinie@nrc.nl. Kijk hier voor de bijdragen van ombudsman Sjoerd de Jong (2010-2021).
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.
Wat moet je deze week kijken? Ontvang wekelijks tips voor boeiende programma’s, series en films
Source: NRC