De stroomrekening van Nederlandse huishoudens kan de komende vijftien jaar bijna verdubbelen. De verzwaring van het elektriciteitsnet – nodig voor de energietransitie – kost bijna 200 miljard euro. Burgers en bedrijven moeten die kosten opbrengen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Tot die conclusie komt een ambtelijke werkgroep die dit in opdracht van het kabinet onderzocht. De ambtenaren schatten de kosten van de noodzakelijke versterking van het Nederlandse elektriciteitsnet op 136 tot 253 miljard euro in de periode 2024-2040. Het midden van die bandbreedte is 195 miljard euro, wat neerkomt op ruim 10.000 euro per Nederlander en ongeveer 11 miljard euro per jaar.
De verzwaring van het elektriciteitsnetwerk is noodzakelijk omdat er grote krapte heerst op het stroomnet. In bijna heel Nederland staan bedrijven, en hier en daar ook woonwijken, op een wachtlijst voor een stroomaansluiting. De vraag naar elektriciteit zal komende decennia naar verwachting verdubbelen vanwege de overstap van fossiele energie naar elektriciteit.
Daardoor verdriedubbelen de totale beheerkosten voor het stroomnet (aanleg, exploitatie en onderhoud) bijna, van 7 naar 20 miljard euro per jaar in 2040. Ter vergelijking: de overheid is jaarlijks circa 10 miljard euro kwijt aan het spoor-, auto- en vaarwegennet.
Die investeringskosten kunnen de Nederlandse netbeheerders niet zelf dragen. Zij zullen hun netwerktarieven daarom moeten verhogen en hun klanten de rekening presenteren. Volgens het vrijdag verschenen rapport stijgt de jaarlijkse elektriciteitsrekening van een gemiddeld huishouden van 641 euro in 2024 naar 1.257 euro in 2040. Dit is bij gelijkblijvend stroomverbruik en in prijzen van 2024, dus zonder inflatie. De voorspelde prijsstijging is geheel te wijten aan een toename van de netbeheerkosten.
Daar tegenover staat dat de maatschappelijke kosten van de verstopping van het stroomnet (netcongestie) volgens recente analyses ook tientallen miljarden euro’s per jaar kosten. Zo treedt er economische schade op als bedrijven die willen moderniseren of uitbreiden hun plannen in de ijskast moeten zetten omdat er niet genoeg elektriciteit beschikbaar is. De woningnood wordt verergerd als woonwijken later opgeleverd worden, omdat de projectontwikkelaar moet wachten op de bijbehorende netaansluiting. En ook duurzaamheidsprojecten die broeikasgasemissies van de industrie verlagen zijn afhankelijk van voldoende aanbod van groene stroom.
Alles over politiek vindt u hier.
Van de 195 miljard euro aan benodigde investeringen is 88 miljard bestemd voor de aanleg van windparken op zee. De ambtelijke werkgroep gaat er vanuit dat er in 2040 voor 38 gigawatt aan windturbines in de Noordzee staat. Dat is minder dan de 50 gigawatt die het vorige kabinet als doelstelling formuleerde, maar de ambtenaren denken dat het kabinetsdoel niet realistisch is, gezien het huidige uitroltempo van ‘wind op zee’. Minder windparken aanleggen en meer kerncentrales bouwen maakt voor de netwerkkosten overigens geen verschil.
De ambtenaren doen ook voorstellen om de kosten voor consumenten en bedrijven te verlagen, maar dat blijkt maar beperkt mogelijk. De overheid kan weliswaar investeringssubsidies aan de netbeheerders verstrekken, en de hogere nettarieven voor stroomgebruikers compenseren door bijvoorbeeld de energiebelasting te verlagen. Maar ook dan komt de uiteindelijke rekening toch weer bij de belastingbetalers terecht.
Maximaal 22,5 miljard euro van de kosten van de netverzwaring op land (107 miljard euro) kan de overheid met gerichte maatregelen voorkomen. Meer warmtenetten aanleggen is een van de opties om de elektriciteitsvraag te verminderen. Woningen die van het gas af moeten, kunnen overstappen op elektrische verwarming (een warmtepomp) of een warmtenet. Warmtenetten worden gevoed door restwarmte van bedrijven als afvalverbrandingsinstallaties en biomassacentrales, of met aardwarmte.
Een andere veel geopperde mogelijkheid is het invoeren van flexibele stroomtarieven om elektriciteitsverbruik ‘in de spits’ te ontmoedigen. Het stroomverbruik schommelt enorm over een etmaal, met een grote piek in de vroege avond. Oproepen aan consumenten om geen wasjes te draaien of hun e-auto op te laden op piekmomenten sorteren tot nu toe nauwelijks effect, maar Nederlanders reageren over het algemeen sterk op prijsprikkels.
Meer risico nemen kan ook. Het Nederlandse stroomnet bevat nu een enorme overcapaciteit om leveringszekerheid te garanderen. Slechts 40 procent van de capaciteit wordt daadwerkelijk gebruikt, waarvan 15 procent permanent, 15 procent slechts de helft van de tijd en 10 procent alleen in de piekuren. Van de restcapaciteit is 20 procent gereserveerd om de verwachte groei van het stroomverbruik van bestaande klanten op te vangen.
Maar liefst 40 procent is risicocapaciteit die structureel wordt vrijgehouden om storingen te voorkomen. Als netbeheerders het net zwaarder gaan belasten en op piekmomenten ook de ‘vluchtstrook’ van de risicocapaciteit benutten, kunnen de huidige wachtlijsten voor netaansluitingen snel weggewerkt worden. De keerzijde is dan dat de stroomvoorziening minder betrouwbaar wordt.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant