Op de beste momenten sleept Anselm Kiefers kunst, nu te zien in Amsterdam, je een parallelle wereld in, op de slechtste is het dwingend als een exhibitionist die je de weg verspert.
schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.
Kleine handreiking voor wie bij het zien van drie sterren denkt: een middelmatige tentoonstelling. Nou, wees gerust. Middelmatigheid is een woord dat zo ver afstaat van alles wat de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer doet, dat we bij zijn kolossale, obsessief gemaakte werken eenvoudigweg de kans niet krijgen ze onbeduidend te vinden. Zoals je een luchtalarm naast je oor niet middelmatig kunt vinden.
Aan Kiefers werk is niet te ontsnappen, als je ervoor staat moet je je ertoe verhouden. Op de beste momenten sleept zijn kunst je een parallelle wereld in, bevrijd van de werkelijkheid, op de slechtste is het dwingend als een exhibitionist die je de weg verspert. Daartussen is het dus laveren in deze megatentoonstelling, verdeeld over twee musea in Amsterdam.
Maar onderga het vooral, want er is een groot contrast tussen Kiefers werk kennen, van plaatjes, en het ervaren. Het zijn eigenlijk geen schilderijen. Eerder een soort sculpturale landschappen; van verf in dikke lagen, geoxideerd koper, stro, zand, bladgoud, bloemen, verbrand hout, roestig metaal, artisjokkenblaadjes, zonnebloempitten – er is zelfs een verdwaalde bezemkop te vinden, mogelijk van de steel gevlogen tijdens het woest aanbrengen van verf. Afhankelijk van smaak en stamina zal de kijker pendelen tussen verwondering en weerzin – een middenweg lijkt uitgesloten.
Het Van Gogh Museum blijkt geknipt voor de metershoge werken; je kunt ze er prima van een afstand bekijken. In het schilderij Das letzte Fuder (de laatste karrenvracht, 2019) ligt de horizon hoog en zijn in de verf diepe groeven getrokken als de geulen in een aardappelveld. Een echo van Van Goghs spel met lijnen, en toch helemaal Kiefer.
Er zit ook een zekere zachtheid in deze werken. In het herfstgezicht Waldsteig (bospad, 2023) is het gespetterde bladgoud een sensitieve toepassing van dit materiaal, dat elders onmatiger is ingezet. Bij deze karaktervolle landschappen voel je even hoe de ene grootmeester zich op eigen wijze verhoudt tot de ander. Maar Sterrennacht (2019), de titel direct gekopieerd van Van Gogh, is vooral een grootschalige herhaling in verf en stro. Wat is hiervan de bedoeling?
De schilderijen van Van Gogh die ertegenover hangen, verzuipen in Kiefers bombarie. De kunstenaars zijn te ongelijksoortig; wat krijg je als een neushoorn geïnspireerd is door een paradijsvogel? Laat ze alsjeblieft zichzelf zijn.
In het Stedelijk ligt de nadruk op Kiefers loden last; geboren in de oorlog, opgegroeid tussen de puinhopen en het zwijgen over de schuld van zijn land. Dat is lange tijd voelbaar geweest in zijn kunstwerken. Daarvan is Innenraum (1981), dat het Stedelijk Museum in de collectie heeft, een indringend voorbeeld. Je voelt oorlog, angst en eenzaamheid. En dat kan elke oorlog zijn. Het werk blijft daarmee actueel. Het schilderij is gebaseerd op een foto van Hitlers Rijkskanselarij, maar je kunt ook associaties krijgen met de gaskamers, of met hedendaagse beelden van de verlaten Sednayagevangenis na het vertrek van Assad uit Syrië.
Kiefer geeft in zijn beste werk beeld aan de impact van zo’n catastrofe. Wie zijn we nog, als mens? Hij lijkt iets te willen bezweren met die enorme schaal en woeste aanpak. Zijn bestaansrecht misschien, als kind met erfschuld, of zijn recht om grip op die kapotte wereld te krijgen.
In de bevlogenheid waarmee hij met materialen te werk gaat, lijkt hij een bezielde bouwvakker, soms een bezeten soldaat, in gevecht met de wereld. Tegelijkertijd is Kiefer als een boekenkast die in een centrifuge is gevallen – er slingert voortdurend iets uit: poëzie, mystiek, filosofie, mythologie of literatuur. Ook hierin lijkt hij als ontworteld mens verwoed verbondenheid te zoeken.
Maar in veelheid kun je ook verdwalen: het recentste werk voelt meer als de holistische zoektocht van een geprivilegieerd mens, dan als een noodlottig zoeken. Sag mir wo die Blumen sind in het Stedelijk, nieuw gemaakt rondom de grote entreetrap, doet meer denken aan de weelderige schilderingen van Gustav Klimt of de apsis van een middeleeuwse kathedraal. Pracht, praal, en o ja, oorlog. Tussen het overweldigende goud en de bloemblaadjes voelen de lijdensthematiek en de verwijzingen naar yoga en filosofie als willekeur. Alsof die monumentaliteit, ooit ingezet om menselijkheid terug te winnen, nu het doel op zich is.
Verbondenheid met Van Gogh
Op zijn 18de vertrekt Anselm Kiefer uit Duitsland, voor het eerst van zijn leven, om een reis te maken in de voetsporen van Vincent van Gogh. Hij bezocht al liftend Nuenen en Zundert, Parijs en Arles, en tekende landschappen en portretten. De tekeningen zijn wat knullig, maar leggen wel Kiefers diepe gevoel van verbondenheid met Van Gogh bloot. Het reisdagboek was de start van Kiefers kunstenaarschap.
Anselm Kiefer: Sag mir wo die Blumen sind
Beeldende kunst
★★★☆☆
Van Gogh Museum en Stedelijk Museum Amsterdam, t/m 9/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant