Als kaartje voor het theater of als betalingswijze voor de straatverkoper: de QR-code is alomtegenwoordig. Hoewel Nederland aanvankelijk sceptisch was over de zwart-witgeblokte code, zijn we sinds corona onvermijdelijk om.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Je hebt trendwatchers en je hebt, tja, mensen die een trend he-le-maal niet zien aankomen. De Canadese schrijver David Rakoff (1964-2012) vertelde ooit in de podcast This American Life over zijn uitzonderlijke talent om níét te zien wat er komen gaat.
Zo werkte hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Japan bij een reclamebureau. Daar werd een computernetwerk gebouwd dat het mogelijk maakte dat expats met elkaar zouden kunnen communiceren. Rakoff: ‘Ik keek om me heen in dat kantoor en ik dacht alleen: welke loser wil nou via een computer met iemand contact onderhouden?’
Hij vond dit zelfs zo’n volslagen hopeloos idee dat hij na een dag zijn ontslag indiende: ‘Ik dacht: tot later suckers, veel succes met jullie ‘netwerk’.’ Wat hij destijds als onzin afserveerde, kennen we nu natuurlijk als het internet.
Ikzelf heb een precieze herinnering aan het moment dat ik overtuigd was dat de QR-code het niet zou gaan redden. Ja, de QR-code. Inmiddels lijken we niet zonder te kunnen. Om naar de bioscoop te gaan is ons kaartje een QR-code, in het theater ook, we laten ze veelvuldig scannen en we scannen ze zelf, bijvoorbeeld in musea voor een audiotour en in een café om te bestellen.
Maar er was een tijd dat we zonder konden. Het was maart 2012 en ik was naar een ludieke cursus gegaan over QR-codes. We leerden daar hoe we die maffe zwart-witgeblokte codes, die pas net waren opgedoken in Nederland, zelf konden ‘ministecken’ (een soort mozaïeken met kunststof).
Met de opgedane kennis deed ik vervolgens niks. Ik werkte als webredacteur voor een kunsttijdschrift en QR-codes in het tijdschrift plaatsen vonden we zonde. Die waren gewoon te lelijk. Ik besloot toen de QR-code gewoon even ‘over te slaan’; die zou vanzelf wel weer uit raken.
In mijn scepsis stond ik niet alleen. Mediaonderzoeker Kristof Michiels vertelde in 2010 aan de Belgische krant De Morgen dat QR-codes eigenlijk toen al achterhaald waren. ‘De QR-codes zijn relatief omslachtig omdat je er steeds een foto van moet maken’, legde hij uit.
Fans waren er natuurlijk ook. Ronald de Groot, die toen bij een digitaal marketingbureau in Utrecht werkte, voorspelde in NRC Handelsblad: ‘2010 wordt het jaar van de QR-code.’ Hij benadrukte het gebruiksgemak: ‘Als ik in de trein zit en een advertentie lees in een krant of tijdschrift met een verwijzing naar een website, ben ik de URL alweer vergeten als ik thuiskom. En op je telefoon ga je geen lange webadressen intikken.’
De Groot was toen al jaren vertrouwd met QR-codes. Een Utrechts makelaarskantoor, een klant van zijn marketingbureau, experimenteerde al in 2008 met een QR-code op huizen die te koop stonden. De meeste Nederlandse kranten publiceerden een jaar later voor het eerst over QR-codes, toen het Utrechts Monumentenfonds de code op monumenten zette. Uit de Volkskrant van februari 2009: ‘De bedoeling is dat de bezoeker zich met het systeem zelf kan redden.’
2010 het jaar van de QR-code? Die voorspelling kwam niet uit. Terugblikkend zegt De Groot: ‘Ik had echt niet verwacht dat het zo lang zou duren voordat QR-codes wijdverbreid zouden worden.’ Die eerste experimenten hadden dan ook niet zo’n groot bereik: ‘Het waren publiciteitsstunts. En het kostte niet zoveel.’ De websites waren er al, en een QR-code maken was gratis. Soms was er alleen wat overtuigingskracht nodig: ‘Het was toen lastig om aan klanten uit te leggen wat je er precies mee kon.’ Nog steeds noemt hij het ‘een fantastische toepassing’.
Dat de innovatie vijftien jaar geleden niet wilde doorzetten had volgens De Groot een aantal redenen. Dat de codes lelijk zijn, noemt hij als eerste. Bovendien had nog lang niet iedereen toen een smartphone. En om de code te scannen was weer een app nodig: ‘Dat was voor mensen ook lastig: welke QR-codescanner moet je dan downloaden?’ Toentertijd werden telefoons voor de Aziatische markt al standaard uitgerust met QR-codescanner, vertelt De Groot. Apple integreerde de scanner pas in 2017 in de iPhone. Let wel: dat is 23 jaar na de ‘uitvinding’ van QR-codes.
Volgens de overlevering was het een potje Go, het bordspel met witte en zwarte steentjes, dat ontwerper Masahiro Hara (69) op het juiste spoor zette. Hara had begin jaren negentig bij het Japanse bedrijf Denso Wave samen met een collega de opdracht om een nieuw codeersysteem te bedenken voor Toyota (het moederbedrijf van Denso Wave).
Omdat een streepjescode, die in één richting wordt uitgelezen (net als bijvoorbeeld deze tekst), maar beperkte informatie kan bevatten, werden dozen met auto-onderdelen in de Toyotafabrieken volgeplakt met meerdere streepjescodes. Die moesten vervolgens allemaal handmatig worden gescand om de benodigde informatie te verkrijgen. Tijdrovend en omslachtig. De uitdaging voor Hara was om een codeersysteem te bedenken dat in meerdere richtingen kan worden uitgelezen.
De zwart-witte steentjes van het spel Go zouden daarbij hebben geholpen. Volgens een betrouwbare bron, namelijk Hara zelf, had hij het spel vaak gespeeld met zijn vader. Elders (bijvoorbeeld in de Britse krant The Guardian) vertelde Hara een aantrekkelijkere versie van dit verhaal, namelijk dat hij een eurekamoment beleefde toen hij in een pauze op werk Go speelde. Het is deze onwaarschijnlijke versie die ik liever geloof.
Hara bedacht iets waardoor zijn nieuwe code in elke richting kon worden gescand: de drie blokjes in de hoeken. Om die ‘positiedetectiepatronen’ voor scanners herkenbaar te maken, bestudeerde Hara op allerhande drukwerk (verpakkingen, tijdschriften, folders) de verhoudingen tussen zwart en wit op plaatjes. Voor de liefhebber: hij kwam uit op 1:1:3:1:1. Het leidt niet tot de mooiste patronen, maar wel tot de herkenbaarste – en dus snel en ondersteboven leesbare – patronen. QR staat dan ook voor ‘quick response’.
Voor de bedenkers van de QR-code was schoonheid geen criterium of vereiste. Het ging in de autofabriek alleen om gebruiksvriendelijkheid. De code was niet bedoeld voor consumenten. ‘Een klant noemde het magie’, vertelde Hara over de eerste fabrieken waar de code werd gebruikt. Dat interview is uit 2022, want sinds de coronapandemie is Hara een veelgevraagd spreker. Dan vertelt hij bijvoorbeeld over dat illustere spelletje Go en dat hij heel trots is dat zijn uitvinding wereldwijd werd gebruikt om mensen te beschermen tijdens de coronapandemie.
Er waren inventieve vormen van vroeg gebruik, zoals al in juni 2020 het initiatief De hoge noot: een biertje waarvan een deel van de opbrengst naar freelancemusici ging. Op het etiket stond een QR-code en wie het scande kreeg een verrassingsoptreden van een Nederlands muziekensemble te zien.
Later kwamen op terrastafels stickers met QR-codes als een vorm van zelfbediening, opdat we elkaar niet ziek zouden maken. Maar de echte Nederlandse entree van de QR-code kwam in juni 2021 in de vorm van de CoronaCheck-app, die digitale vaccinatie- of testbewijzen genereerde in de vorm van QR-codes. Dat jaar kwam in 191 artikelen in de Volkskrant het woord ‘QR-code’ voor. We konden er niet omheen.
Daar was natuurlijk ook verzet tegen. ‘QR gaat te ver’ werd met grote letters op een geluidswal naast de A28 bij Zwolle geschreven. ‘Stop QR’ was een bord waarmee iemand demonstreerde tegen de coronamaatregelen. Het heeft de opmars van de QR-code niet kunnen stuiten.
Denso Wave heeft de code trouwens wel gepatenteerd, maar destijds besloten om dat patent niet uit te oefenen, zodat zo veel mogelijk mensen van de technologie gebruik kunnen maken. In een van zijn recente mediaoptredens grapte Hara: ‘We krijgen geen commissie iedere keer dat een QR-code wordt gescand. Was dat maar waar.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant