Frederieke Leeflang stopt als bestuursvoorzitter van de NPO, werd dinsdag bekendgemaakt. Ze lag onder vuur na aanhoudende klachten over haar gedrag en laat de NPO achter in een crisissituatie. Wat zijn de uitdagingen voor haar vervanger?
zijn mediaredacteuren van de Volkskrant.
Dinsdag maakte Frederieke Leeflang haar vertrek bekend als bestuursvoorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), de koepelorganisatie die gaat over de financiën en uitzendtijden van afzonderlijke omroepen. Leeflang is gestruikeld over wat op dit moment het belangrijkste thema is in Hilversum: sociale veiligheid. Dagblad AD en onderzoeksplatform Investico onthulden eind februari dat onder Leeflang een ‘angstcultuur’ zou heersen, iets wat ze zelf tegenspreekt.
Leeflang laat een publieke omroep achter die nog altijd werk probeert te maken van sociale veiligheid. Daarnaast moet de NPO zich schrap zetten voor enorme bezuinigingen en wacht er mogelijk een ingrijpende hervorming van het bestel. Ondertussen vindt er ook een kleine leegloop plaats van tv-talent dat de stroperige besluitvorming bij de publieke omroep beu is.
Voor welke uitdagingen staat de plaatsvervanger van Leeflang? En over welke kwaliteiten moet een nieuwe bestuursvoorzitter van de NPO beschikken?
Sinds de reeks onthullingen in 2022 en 2023 over grensoverschrijdend gedrag op verschillende redactievloeren (The Voice of Holland, De wereld draait door, NOS Sport) hebben omroepen en de NPO het nodige ondernomen om de sociale veiligheid in Hilversum te versterken. Zo moeten leidinggevenden op leiderschapscursussen en is onder meer het Mediapact Respectvol Samenwerken, een branchebreed initiatief voor een sociaal veilige werkomgeving, gesloten.
Toch kan er nog veel meer gebeuren, vindt Mariëtte Hamer, regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Hamer was onafhankelijk adviseur van de commissie-Van Rijn, bekend van het rapport Niets gezien, niets gehoord, niets gedaan, dat een vernietigend beeld schetste van de omroepwereld als een milieu waar (seksuele) intimidatie, fysiek en verbaal geweld en discriminatie schering en inslag zijn.
De NPO en de afzonderlijke omroepen hebben de aanbevelingen uit het rapport – ontwikkel een doortimmerd plan om de sociale veiligheid te waarborgen – ter harte genomen, maar volgens Hamer moeten die plannen ‘van het papier af’.
‘De tijd van alleen maar analyseren en schrijven is voorbij’, schreef Hamer afgelopen november in een brief aan de Tweede Kamer. ‘Het succes van de cultuurverandering hangt immers af van de daadwerkelijke uitvoering.’
Een belangrijke rol hierin ziet Hamer voor de NPO. Die dient ‘een sterke agenderende en stimulerende rol te vervullen in het borgen van een veilige werkcultuur, en het harmoniseren van gedragsnormen binnen de publieke omroep’.
Vanaf 2027 moet de NPO het met 150 miljoen euro minder doen. Een flinke aderlating op een budget dat voor dit jaar nog 996 miljoen bedraagt. De omroepen nemen daar alvast een voorschot op door, in overleg met de NPO, voor 2026 20 miljoen euro te bezuinigen.
‘Laat het kijkerspubliek maar zien en merken hoe de vlag er straks bij hangt en welke programma’s er dan niet meer te zien zijn’, aldus Dominique Weesie, omroepdirecteur van Powned.
Voorstelbaar is dat een bezuiniging van 150 miljoen de onrust en onvrede verder aanwakkert. Aan de nieuwe bestuursvoorzitter van de NPO de taak om dit in goede banen te leiden. Dat kan alleen als diegene niet alleen genoeg draagvlak heeft bij de NPO, maar ook bij de afzonderlijke omroepen, stelden laatstgenoemden deze week in een verklaring. ‘Dit om de impact van de bezuinigingen op de programmering zorgvuldig te kunnen begeleiden.’
Hervorm de publieke omroep grondig, was het advies van de commissie-Van Geel, in het leven geroepen om nieuwe toelating- en verantwoordingscriteria voor omroepen te onderzoeken, in 2023 aan de Tweede Kamer.
Een van de belangrijkste adviezen: verminder het aantal omroepen (mogelijk zouden overblijven: Avrotros, BNNVara, KRO-NCRV, Omroep Max, EO en VPRO), en verzwaar de toetredingsprocedure voor aspirant-omroepen. In een dergelijk bestel zouden omroepen als Ongehoord Nederland en Omroep Zwart niet zomaar uitzendtijd krijgen en zich eerst in een zogenoemde ‘portfoliofase’ inhoudelijk moeten bewijzen. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Eppo Bruins is aan de slag gegaan met de aanbevelingen en komt begin april met een eerste plan voor hervormingen.
‘We weten nog niet met welke plannen de minister precies gaat komen, maar we weten wel welke bouwstenen er liggen voor de hervorming, mogelijk vier of vijf omroepenhuizen’, zegt Jan Slagter, omroepdirecteur van Omroep Max. ‘Aan de nieuwe bestuursvoorzitter de taak om samen met ons, op basis van het plan van de minister, de nieuwe publieke omroep vorm te geven.’
Een terugkerend probleem bij de publieke omroep: tv-makers die hun ideeën niet, of slechts moeizaam van de grond krijgen, omdat ze verstrikt raken in een stroperig bureaucratisch systeem. Programma’s komen tot stand in samenspraak tussen afzonderlijke omroepen en de NPO. Makers kunnen dit als een onduidelijk proces ervaren, waarin niet altijd zicht is op de doorslaggevende of juist belemmerende factoren.
Opvallend voorbeeld van een tv-maker die hier genoeg van had is Thomas Erdbrink (Onze man bij de Taliban), tweevoudig winnaar van de Nipkowschijf, de belangrijkste tv-prijs. Vorig jaar stapte hij over naar de commerciële streamingdienst Videoland (RTL). Ook publiekstrekkers van de publieke omroep als Danny Ghosen (Danny’s wereld) en Arjen Lubach (De avondshow met Arjen Lubach) kozen het afgelopen half jaar uiteindelijk voor een commercieel avontuur.
‘Na Onze man bij de Taliban ben ik wel twintig keer op en neer gereden naar Hilversum om een nieuw programma bij de NPO van de grond te krijgen’, zegt Erdbrink telefonisch. ‘Achttien maanden heeft dat geduurd, ondertussen droogden ook mijn inkomsten op. Toen dacht ik: dan ga ik wel verder kijken.’
Bij RTL trof Erdbrink een heel andere cultuur: binnen twee dagen was een plan voor nieuw tv-programma in kannen en kruiken.
Een nieuwe NPO-bestuursvoorzitter zou wat Erdbrink betreft flink het mes moeten zetten in deze managementlagen; de makers zouden meer centraal moeten staan.
‘Heel plat gezegd: de NPO heeft een puinruimer nodig die orde op zaken stelt en in het woud aan regels en managementfiguren snoeit. De NPO moet het niet hebben van zijn managers, daar kijkt niemand naar, maar van zijn tv-makers.’
Slagter is optimistischer en verwacht na de hervormingen van het bestel – waarin de rol van de NPO kleiner zal zijn – een minder stroperige gang van zaken. ‘Zoals het er nu uitziet, krijgt de NPO dan minder zeggenschap over de programma’s en de omroepen meer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant