Nog steeds figureert ze in het publieke debat, Hedy d’Ancona, die net weer een boek publiceerde met als titel dé feministische leus: ‘Het persoonlijke is politiek’. De Amsterdamse feminist (87) was mede-oprichter van Man-Vrouw-Maatschappij (MVM), maandblad Opzij, staatssecretaris, minister, lid van het Europees Parlement en is als PvdA-vrouw nog onafgebroken actief, schrijvend, optredend en vooral: inspirerend.
Waarom is het, vijftig jaar nadat de Verenigde Naties voor het eerst een ‘Jaar van de Vrouw’ lanceerden, belangrijk voor u zaterdag 8 maart deel te nemen aan de Feminist March, op Internationale Vrouwendag?
‘Het is zaak dat we zaterdag, mannen én vrouwen, laten zien dat we staan voor onze waarden, zoals gendergelijkheid. Het moet een protestmars zijn tegen de aantasting van die waarde. Want het gebeurt altijd weer: waar de populisten aan de macht komen, wordt geknabbeld aan het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, en het begint altijd met het morrelen aan het abortusrecht. Internationaal vooral, met name in de VS, maar je ziet het ook hier met dat plan van populistische partijen om vrouwen te verplichten hun motivatie voor een abortus te laten registreren.
‘Het zoemt rond dat men geslachtsvoorkeuren heeft, en daarom abortussen laat uitvoeren. Lariekoek, geen dokter die het tegenkomt, maar zulke desinformatie gaat wel rond. Net als dat gezeur over kinderen die worden ‘aangezet’ tot transgender: nepnieuws, maar kennelijk is er een verlangen naar het verleden, toen alles zogenaamd ‘beter’ was. Achteromkijken en terugverlangen, dat is typerend voor het populisme.’
Toen u in 1968 MVM mede oprichtte en later de politiek inging, was de stemming een stuk optimistischer?
‘Vanaf 1975 werd emancipatie regeringsbeleid en ik zag toen, als staatssecretaris, op internationale congressen veel vormen van vrouwenonderdrukking en -achterstand. Elders dacht men vaak dat het met de vrouwenrechten in het Westen wel snor zat. Niet dus. Nederland zat nooit in de voorhoede en is nog steeds niet erg geëmancipeerd. Het is geweldig dat de onderwijsachterstand van vrouwen hier is gedraaid naar een voorsprong, maar dat heeft geen gelijke tred gehouden met de gelijke betaling van werk en macht en invloed. De loonkloof is er nog steeds: vrouwen werken per jaar een maand gratis. Nederland heeft ook nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad; ik hoopte op Sigrid Kaag, maar die is weggepest.
‘Wat ik nu mis, is de drang om dingen te willen veranderen. Ik zie wel veel feministische vrouwen, maar geen feministische beweging. Ik tref evenmin visie bij de overheid, bij werkgevers of vakbond. Terwijl, je kunt zo veel! Als we het normaal vinden dat kinderen vanaf 4 jaar gratis naar school gaan, waarom dan niet vanaf 2 jaar? Of neem de richtlijn die uit Europa onderweg is: werkgevers moeten voortaan aantonen in hun jaarverslag dat ze niet discrimineren in de beloning, anders krijgen ze een boete of erger. Zó simpel, die omkering van de bewijslast. Maar het is als met zoveel in Nederland : het moet worden afgedwongen vanuit Europa en pas dán gaat Nederland om.’
In 1967 verscheen het Onbehagen van de vrouw, het essay van Joke Kool-Smit dat geldt als (mede)aanjager van de tweede feministische golf. Vergeleken met de situatie van toen is er toch veel veranderd?
‘Het is absoluut zo dat met feministische actiegroepen als MVM en Dolle Mina het taboe is doorbroken dat je als vrouw gelukkig moet zijn als huisvrouw met kinderen thuis. Vrouwen die dat niet waren, destijds heel veel en van allerlei snit, dachten dat aan henzelf lag. Dat er iets mis met ze was. Die onuitgesproken, verboden onvrede bleek dus niet individueel te zijn. Dat was een enorme opluchting en gaf de energie voor een maatschappelijke beweging.
‘Zo ontstond ook het idee om werk en zorg eerlijk te verdelen tussen mannen en vrouwen. Er werd gedacht aan een 5-urige werkdag, voor iedereen. Dat nu wordt neergekeken op ‘deeltijdprinsesjes’ is dom en denigrerend. Maatschappelijk hebben we de verdeling van werk en zorg gewoon nog steeds niet goed geregeld, en er ontbreekt de organisatorische denkkracht om dat te veranderen. Ik noem maar iets: als het in de zorg niet loont om per werknemer, vaak een vrouw, twee uur extra te werken, dan moet je het belastingsysteem toch veranderen? Of wíl je het personeelstekort daar niet oplossen?’
Zijn er naast het feit dat vrouwen massaal zijn gaan werken en mannen – ook – meer gaan zorgen, nog meer pluspunten op te noemen?
‘De MeToo-beweging heeft grensoverschrijdend gedrag op de kaart gezet, of het nu gaat om machts- of seksueel misbruik. Dat was een bominslag. Dat inzicht en de genomen maatregelen zijn absoluut vooruitgang. Maar dat vrouwen in de publieke ruimte nog steeds niet veilig zijn of zich voelen, is niet oké. Op scholen in Osdorp, waar ik soms een praatje hou, hoor ik meisjes zeggen dat ze ’s avonds na het uitgaan in het centrum van Amsterdam niet alleen naar huis durven fietsen. Dan zeg ik: dat is toch raar? Dat mannen buiten de baas zijn? En dan zie je zo’n klas denken, meisjes en jongens: mmm, eigenlijk wel. Dat bewustzijn moet je blijven voeden.’
Wat stemt u tevreden na meer dan een halve eeuw emancipatie?
‘Ik ben blij dat we, sámen met andere politici en vele ambtenaren, tot de Algemene wet gelijke behandeling zijn gekomen die, na een voortraject dat al in 1980 begon, in 1994 in werking trad. Nederland was internationaal weer zéér laat, maar het was een mijlpaal en ik was ontroerd daar bij te zijn. Als minister van Cultuur heb ik op de valreep het Olympisch Stadion op de monumentenlijst gekregen, waardoor de sloop niet doorging en Amsterdam-Zuid is behoed voor architectonische verwoesting. Ook aan de aankoop van Rembrandts Portret van Johannes Wtenbogaert heb ik bijgedragen, dat hangt in het Rijksmuseum.’
Macht is leuk hè?
‘Soms wel, ja. Het is fijn als je gedreven bent, en dat was ik ook voor het toegankelijk maken van schoonheid voor veel mensen, dat je dingen voor elkaar kunt krijgen. Maar dan moet je er wel hard achteraan gaan.’
Hoe nu verder?
‘Het is belangrijk als je macht hebt, om een toekomstvisie te hebben. Maar als het populisme iets ontbeert, is het dat. Populisme en feminisme zijn niet met elkaar te verenigen, ze verdragen elkaar niet. Ik zou zeggen, jonge vrouwen kunnen, áls ze willen, met de digitale middelen nu veel voor elkaar krijgen, meer dan wij toen, met onze postzegels en enveloppen.’
Over de auteur
Hedy d’Ancona is feminist en oud-politica voor de PvdA.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant