Er wordt de komende jaren een haast onvoorstelbaar groot bedrag geïnvesteerd in het Nederlandse stroomnet. Dat is nodig voor de verduurzaming, maar zorgt er ook voor dat de energierekening oploopt. Het kabinet ontvangt vrijdag een belangrijk advies over wie die rekening moet betalen.
Dat alles duurder wordt, merken we in de supermarkt. Maar voor de netbeheerders die het Nederlandse stroomnet onderhouden, is het verschil nog even een tikje groter. Tot 2015 gaven zij ongeveer 1 miljard euro per jaar uit aan het aanleggen van kabels en transformatorstations, maar de komende jaren komt dat bedrag boven de 10 miljard euro uit.
"Dit is de vijfde keer dat ik de jaarcijfers presenteer. En dit is de vijfde keer dat ik kan vertellen dat we een record aan investeringen hebben gedaan", zei directeur Maarten Otto van netbeheerder Alliander deze week. Hij voorziet voorlopig nog geen eind aan de records.
De netbeheerders zijn van plan om tussen 2024 en 2040 ongeveer 200 miljard euro te investeren om de Nederlandse duurzaamheidsambities waar te maken, bleek eind vorig jaar uit berekeningen van accountant PwC. Met minder geld lukt het niet om de stroom van alle nieuwe windmolens, zonnepanelen en kerncentrales naar miljoenen laadpalen, inductiekookplaten en duurzame fabrieken te krijgen.
De kosten van niets doen zijn nog hoger, blijk uit onderzoeken van adviesbureaus Ecorys en BCG. De economische schade van het overvolle stroomnet komt volgens hen al neer op 10 miljard tot 40 miljard euro per jaar. Dat komt doordat bedrijven niet kunnen starten of uitbreiden, woningbouw wordt vertraagd of duurzame elektriciteit 'weggegooid' moet worden.
Nu betalen burgers en bedrijven de investeringen in het stroomnet via de energierekening. Tien jaar geleden kwam dat voor een huishouden neer op ongeveer twee tientjes per maand. Dat bedrag is inmiddels verdubbeld. En netbeheerders waarschuwen dat de tarieven de komende jaren met zo'n 5 procent per jaar blijven oplopen.
Niet alleen huishoudens voelen dat in de portemonnee; ook bedrijven klagen steen en been over de hoge netkosten. Voor de energie-intensieve industrie gold tot 2024 nog een flinke korting, maar die is op last van toezichthouder ACM afgeschaft. De korting gaf bepaalde bedrijven een oneerlijk voordeel en legde extra kosten neer bij andere bedrijven en huishoudens, oordeelde de ACM.
De zware industrie waarschuwt sindsdien dat het niet aantrekkelijk is om fabrieken over te schakelen van fossiele brandstoffen naar elektriciteit. Blijven de energiekosten hier hoog, dan dreigt volgens brancheverenigingen de de-industrialisering van Europa.
Het vorige kabinet gaf een groep ambtenaren van verschillende ministeries daarom al de opdracht om onderzoek te doen naar de ontploffende kosten van het stroomnet. De hamvraag: hoe houden we de overgang naar groene stroom betaalbaar?
Vrijdagmiddag wordt duidelijk welke mogelijkheden de ambtenaren zien. In de Haagse wandelgangen werden de afgelopen tijd al verschillende mogelijkheden besproken. Eén daarvan is om de investeringen deels uit de staatskas te betalen.
"Je kan zeggen: 'We zitten nu in een bijzondere situatie, met grote extra investeringen die tijdelijk zijn'", zegt econoom Pieter Boot van het Centre for International Energy Policy. "Als dat nieuwe elektriciteitsnet er eenmaal is, en we maken allemaal gebruik van windenergie van zee, dan gaat de elektriciteitsrekening waarschijnlijk weer omlaag. Dus laat de Staat dat tijdelijke probleem voor zijn rekening nemen."
Het is een optie met een bonte groep aanhangers: werkgeversorganisatie VNO-NCW en grote industriële bedrijven pleiten ervoor, omdat het hun kosten kan drukken. Maar ook GroenLinks-PvdA-Kamerlid Suzanne Kröger noemde het in een recent Kamerdebat als mogelijke manier om de netkosten "behapbaar" te houden voor burgers.
VVD-Kamerlid Silvio Erkens vreest juist dat het een "heel dure route" wordt en ziet meer in een specifieke steunregeling voor de industrie. Ook pleit hij voor een boekhoudkundige ingreep: door de investeringen in het stroomnet over een langere periode af te betalen via de nettarieven, kunnen de jaarlijkse kosten omlaag.
Het is de vraag of dat ook daadwerkelijk kan, want de huidige methode houdt rekening met de verwachte levensduur van de kabels en elektriciteitsstations. "Ik zie daar weinig ruimte", zegt financieel directeur Walter Bien van Alliander. "Dan leg je eigenlijk de rekening bij een toekomstige generatie neer."
Het kabinet komt hoe dan ook voor een lastig verdelingsvraagstuk te staan. Gaat de rekening naar burgers óf bedrijven? Moet de zware industrie worden ontzien, of juist het mkb? Is het verantwoord om de rekening (deels) naar een volgende generatie door te schuiven? Wat de keuze ook wordt, iemand zal de portemonnee moeten trekken.
Source: Nu.nl economisch