In een tijd waarin desinformatie welig tiert, is een krachtige publieke omroep van democratisch levensbelang. Maar om die kwaliteit te bereiken moet de organisatie op de eerste plaats simpeler – met de maker centraal.
De belangrijkste opdracht van Frederieke Leeflang, bestuursvoorzitter van de publieke omroep NPO, was het verbeteren van de werkcultuur, maar in plaats daarvan lijkt ze er zelf aan ten prooi te zijn gevallen. Leeflang zou een ‘angstcultuur’ hebben gecreëerd en moet daarom het veld ruimen.
Het is de voorlopige climax van een lange rij aan presentatoren en omroepbestuurders die hun werk moesten neerleggen vanwege grensoverschrijdend gedrag of het niet optreden daartegen. Het kan zijn dat de omroep een speciale aantrekkingskracht uitoefent op bestuurders en presentatoren die zich graag misdragen, maar het is waarschijnlijker dat het wangedrag voortkomt uit een cultuur, die weer het product is van een verkeerde structuur.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De opvolger van Leeflang in geen enkel opzicht te benijden. De cultuur is verziekt, de organisatie vastgelopen en dan wordt ook het budget nog fors gekort. Om te voorkomen dat van de nieuwe bestuurder het onmogelijke wordt gevraagd, is het verstandig om eerst naar de organisatie van de NPO te kijken.
Het grote euvel van de NPO is de ambivalentie ervan. De organisatie staat met één been nog in de verzuiling, waardoor elk smaldeel in de Nederlandse samenleving een eigen omroep moet hebben, en met het andere in een BBC-achtig model, waarin de omroepen zijn gedegradeerd tot productiehuizen en de overkoepelende NPO bepaalt wat er op televisie komt.
Deze ambivalentie heeft tot een ondoorgrondelijke beslisstructuur geleid, waarin tv-makers, omroepen maar ook NPO-bestuurders, veel te veel tijd kwijt zijn aan elkaar en te weinig aan de kijker. Dat is een recept voor een zieke cultuur.
Het is hoog tijd om te kiezen. Of de omroepen krijgen hun autonomie terug, inclusief vaste zendtijd. Of de omroepen gaan op in één grote publieke omroep met een duidelijke opdracht.
Ook de missie van de NPO is nu ambivalent. Is de publieke omroep op aarde om alle burgers van Nederland in ongeveer gelijke mate te bedienen, omdat iedere burger er via de belastingen immers aan bijdraagt? Of is de omroep vooral op aarde om belangrijke publieke waarden te versterken: hoogwaardige journalistiek, hoogwaardig drama, hoogwaardige muziek en hoogwaardig amusement? In het laatste geval moet de omroep in plaats van te concurreren met de commerciële omroepen vooral nadenken hoe het zich van hen kan onderscheiden.
Juist in de huidige tijd, waarin desinformatie welig tiert en burgers steeds meer in parallelle werkelijkheden leven, is een krachtige, zelfbewuste publieke omroep van levensbelang voor een gezonde democratie. Een omroep die een duidelijk idee heeft welke rol hij in de maatschappij wil spelen. Een omroep die vooral kwaliteit wil leveren en met die kwaliteit zo veel mogelijk Nederlanders wil bereiken, en daarom pluriformiteit hoog in het vaandel heeft staan.
Het is te hopen dat de bezuinigingen die het kabinet doorvoert niet ten koste gaan van de kwaliteit, want dan dreigt een neerwaartse spiraal. Om dat te voorkomen én de cultuur te verbeteren, snakt de publieke omroep naar een drastische versimpeling van de organisatie, waarin de makers weer centraal komen te staan in plaats van managers en omroepbestuurders.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant