Ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam is het hoofd van ‘de eerste Amsterdammer’ gereconstrueerd – een vrolijk ogende jongeman die begraven lag onder de Oude Kerk.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
De eerste Amsterdammer stierf mogelijk aan een longontsteking. En voor zijn dood nam hij waarschijnlijk nog de middeleeuwse variant van een aspirientje. ‘We troffen salicylzuur aan bij de botten. Dat is afkomstig uit wilgenbast en werkt koortsverlagend’, zegt fysisch antropoloog Maja D’Hollesy. ‘Dus we denken dat hij dat destijds als medicijn heeft genomen.’
Tot 6 juli is het gezicht van deze ‘eerste Amsterdammer’ te zien in het Amsterdamse Stadsarchief. Skeletten-deskundige D’Hollesy (Universiteit van Amsterdam) reconstrueerde het gezicht van de twintiger in het kader van de 750ste verjaardag van de stad. Het resultaat is een vriendelijk ogende krullenbol met een brede kaak en neus. ‘Het DNA-onderzoek naar de botten leverde helaas niks op. Dus zijn haar- en oogkleur moest ik zelf invullen, maar op basis van de schedel kon ik de kaak, mond, ogen en neus reconstrueren.’
Het bovenlichaam van de man werd al in 1963 gevonden. Hij was begraven in een ‘boomkist’, de uitgeholde stam van een eikenboom. ‘Dat was in de twaalfde eeuw in de mode’, zegt stadsarcheoloog Ranjith Jayasena. De kist lag drie meter diep in de grond en werd ontdekt tijdens renovatie- en funderingswerkzaamheden in de Oude Kerk. Waarschijnlijk stond er op die plek een houten kerkje met een begraafplaats. ‘De grond onder de Oude Kerk moet dus vol liggen met graven van de eerste generatie Amsterdammers.’
Deze mensen waren waarschijnlijk afkomstig uit nabijgelegen dorpen, zoals Diemen en Ouderkerk aan de Amstel. Ze streken er neer na de Allerheiligenvloed van 1 november 1170. Voor die tijd was het gebied dat nu Amsterdam is, te drassig om te bewonen. Door die gigantische storm veranderde het landschap blijvend, en werd Amsterdam een interessante plek. ‘Door de storm ontstond er een betere waterverbinding met de Zuiderzee en de Noordzee’, aldus de stadsarcheoloog.
Jarenlang gebeurde er weinig met het skelet van de eerste Amsterdammer. Maar in het kader van het Amsterdamse jubeljaar en de tentoonstelling De geboorte van de stad werden de botten onlangs alsnog onderzocht. ‘We willen historische duiding geven aan hoe de stad begon en laten zien hoe de eerste Amsterdammers leefden’, zegt Jayasena.
Het project begon met een kleine tegenslag: de schedel van deze eerste Amsterdammer bleek kwijt. ‘We hebben in allerlei depots gezocht, maar hem nergens kunnen vinden’, zegt Jayasena. ‘De schedel is in de jaren zestig opgestuurd naar een instituut voor onderzoek, en daarna verdwenen.’ Wel vond de stadsarcheoloog foto’s van de schedel. ‘En we hadden het geluk dat er nog ander botmateriaal was. Dat bood mogelijkheden voor nieuw onderzoek.’
Zo is inmiddels duidelijk dat de man waarschijnlijk 25 jaar oud is geworden en stierf tussen 1150 en 1215. Het lijkt erop dat hij last had van tandvleesontsteking en waarschijnlijk 1,72 meter lang was. Bovendien blijkt uit isotopen-onderzoek dat deze Amsterdammer graag vlees at. Jayasena: ‘We hadden eigenlijk vis verwacht bij iemand die woonde aan de Amstelmonding.’
Hoe de man heette, is niet te achterhalen. Dat mogen bezoekers van de tentoonstelling in het Stadsarchief bepalen. Ze kunnen kiezen uit Adam, Nico, Pier, Alewijn of Otto.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant