Na de fatale steekpartij in januari waarbij een patiënt een bewoner in het nabijgelegen Den Dolder doodstak, is de stemming in het dorp verhard: de forensische klinieken van Fivoor moeten weg. Wat doet dat met patiënten?
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Het is vrijdag 3 januari in de ochtend als Tom (38) het nieuws hoort. Hij en de andere patiënten van de forensisch psychiatrische kliniek Fivoor moeten voorlopig binnen blijven, is de boodschap. Want een dag eerder is een 76-jarige bewoner van het nabijgelegen Den Dolder doodgestoken, op klaarlichte dag. De verdachte is een psychiatrisch patiënt van Fivoor, die op onbegeleid verlof was.
Zelf is Tom, die vanwege zijn verleden niet met zijn echte naam in de krant wil, ook weleens neergestoken. Maar dat vindt de dertiger minder erg. ‘Ik heb jarenlang op straat geleefd, ik stal alles wat los en vast zat. Mijn leven draaide om cocaïne, cocaïne en nog eens cocaïne.’ Vlak voordat hij werd neergestoken, had hij drugs gestolen van een dealer. ‘Dan kun je een reactie verwachten. Maar deze mevrouw werd uit het niets doodgestoken, ze was een willekeurig slachtoffer. Dat maakt het heel heftig.’
Dus heeft de voormalig veelpleger er wel begrip voor dat Fivoor de dagen na het fatale steekincident alle patiënten binnenhield. Dat geldt niet voor iedereen. ‘Sommige patiënten vonden het onterecht: de verdachte was die avond al gepakt en zij hadden zelf niets misdaan’, zegt Tom. ‘Maar ik begrijp wel dat het dorp na zoiets heftigs even niet op ons zit te wachten.’
Inmiddels mogen de patiënten, die onder meer kampen met verslaving, persoonlijkheidsproblematiek, een verstandelijke beperking of een opeenstapeling daarvan, allang weer naar buiten. Al wil de kliniek wel dat ze het dorp, met name in de avonduren, zo veel mogelijk mijden. ‘Normaal gesproken liep ik altijd door de straat waar die mevrouw is doodgestoken.’ Tegenwoordig loopt Tom door het bos, zodat minder dorpsbewoners hem zien.
Bovendien is hij, net als andere patiënten, zelf ook alerter geworden. Zo waarschuwde hij zijn vriendin onlangs. ‘Ik dacht: dit kan haar ook overkomen.’ Het is een gedachte waarvan hij schrok. ‘Ik vind dat we niet moeten blijven hangen in angst. Maar ook ik heb mijn vriendin gevraagd om in een grote boog om verdachte types te lopen.’
Angst, verdriet en boosheid. Het zijn niet alleen emoties waarmee het dorp Den Dolder worstelt. Ook de patiënten en het personeel van de drie nabijgelegen klinieken van Fivoor zoeken nog altijd naar een manier om ermee om te gaan. ‘Zo’n verschrikkelijk steekincident heeft veel impact. Op allerlei niveaus’, zegt Niels Mudde. Hij is teammanager patiëntenzorg en realiseert zich sinds 2 januari des te meer ‘dat je uiteindelijk niet in iemands hoofd kunt kijken’. Over de zaak zelf kan hij niets zeggen. Daar wordt onderzoek naar gedaan. ‘Als behandelaar moet je het doen met de informatie die je over een patiënt hebt. We kunnen niet alles voorspellen, dat is inherent aan het werk.’
Het steekincident brengt bovendien nare herinneringen naar boven uit 2017. ‘De tijd van Michael P. en Anne Faber’, zegt Mudde. Na de moord op Anne Faber kregen medewerkers van Fivoor bedreigingen. P. was een patiënt van Fivoor toen hij Anne Faber tijdens onbegeleid verlof ontvoerde en doodde.
Ook ditmaal klinkt er, met name op sociale media, veel kritiek. Zo kreeg Fivoor het verzoek om patiënten ‘herkenbaar’ naar buiten te sturen, of hen voor verlof te fouilleren. ‘En er zijn mensen die patiënten het liefst levenslang opsluiten’, zegt sociotherapeut Mininhã, die niet met haar achternaam in de krant wil. ‘Of die ons behandelaren de schuld geven.’
Bovendien is de discussie over een verhuizing weer in volle hevigheid opgelaaid. Als het aan de gemeente ligt, moet Fivoor zo snel mogelijk weg uit Den Dolder. Hoewel er al jaren plannen liggen om in 2027 te vertrekken, is het nog altijd de vraag of dat gaat lukken. Uit een woensdagavond gepubliceerd onderzoek blijkt dat andere gemeenten niet staan te springen om de kliniek te huisvesten. Dat betekent dat het dorp en de instelling voor forensische en intensieve psychiatrie voorlopig nog tot elkaar zijn veroordeeld, en – opnieuw – naar een manier moeten zoeken om zich tot elkaar te verhouden.
Om die reden stuurde Fivoor afgelopen weken buurtcoaches vaker op pad. ‘We zijn er om te luisteren. Ik begrijp natuurlijk best dat mensen zich rot en onveilig voelen’, zegt buurtcoach Erik. In zijn lichtblauwe Fivoor-jas is hij een opvallende verschijning in de dorpskern. ‘Bewoners vonden dat we herkenbaarder moesten zijn, dus we hebben sinds kort nieuwe jassen.’
Volgens hem is de sfeer minder grimmig dan in 2017. Al kreeg hij afgelopen weken wel zo nu en dan ‘een hele nare ziekte’ naar zijn hoofd geslingerd. ‘Maar als je een praatje maakt, rustig naar de bewoners luistert, gaat het meestal wel goed. Ik probeer vervolgens uit te leggen wat Fivoor doet en dat de meeste patiënten mensen zijn die veel pech hebben gehad in het leven.’
Momenteel verblijven er in het bosrijke gebied bij Den Dolder ongeveer 110 patiënten, verspreid over drie klinieken. Het gaat veelal om mensen met wie de reguliere ggz zich geen raad weet. Velen van hen hebben een zogeheten zorgmachtiging, het zijn zorgmijders die door de civiele rechter gedwongen naar de kliniek zijn gestuurd voor hun eigen veiligheid of die van anderen. Maar er zijn ook patiënten die een delict hebben gepleegd en daarna bij Fivoor zijn beland. In de meeste gevallen gaat het om diefstal, mishandeling, bedreiging of brandstichting.
Het doel van de behandeling is om patiënten te laten terugkeren in de samenleving. Hoe de behandeling er precies uitziet, verschilt per persoon. Zo heeft de voormalig veelpleger Tom als dagbesteding een tijd gewerkt in het eetcafé nabij Fivoor. Inmiddels werkt hij 40 uur per week buiten de kliniek. ‘Ik ben nu aan het eind van een werkdag veel te moe om aan drugs te denken.’
Zo’n volle werkweek is lang niet voor iedereen haalbaar, maar voor iedere patiënt geldt dat hij of zij uiteindelijk op verlof mag. Het begint, in kleine stapjes, onder begeleiding. ‘Want het is voor ons ook belangrijk om te zien hoe iemand reageert op de buitenwereld’, zegt Laurette Goedhard, directeur patiëntenzorg. ‘Stel: je hebt een patiënt die wordt behandeld voor verslaving en je ziet hem in de supermarkt meteen naar de drank kijken, dan is dat voor ons een belangrijk signaal.’
Daarom kijkt ze dan ook met een dubbel gevoel naar een andere maatregel die Fivoor heeft genomen. De kliniek heeft sinds deze week ‘officieel’ een eigen, kleine, supermarkt. Hierdoor hoeven patiënten minder vaak het dorp in. ‘Dat is fijn voor het dorp, maar het nadeel is dat patiënten minder ervaring opdoen met echte situaties en onbekende personen’, zegt Jolien, die normaliter teammanager bedrijfsvoering is, maar inmiddels ook tijdelijk werkt als supermarktmanager.
‘Die carrièrewending had ik ook niet verwacht’, zegt Jolien, terwijl een paar patiënten voorzichtig rondkijken. Eentje is hier alleen om snel shag te kopen. Maar twee andere vrouwelijke patiënten kijken uitgebreid rond. Handig, zeggen ze na een tijdje. Al missen ze nog wel wat in het assortiment. ‘Je zou ook ontharingscrème moeten verkopen’, zeggen ze tegen Jolien. ‘En van die cranberrykoekjes met witte chocola. Die zijn zo lekker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant