Snelheid, flexibiliteit en bereidheid waren kernwoorden in het Tweede Kamerdebat over het bevorderen van de eigen en de Oekraïense veiligheid. Daarbij werden door VVD én GroenLinks-PvdA zelfs taboes op Europese kernwapens losgelaten.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
In het besef van de ‘historische tijden’ die Europa meemaakt en waarin ook de veiligheid van Nederland op het spel staat, toonde de Tweede Kamer zich woensdag bereid het kabinet een ruim en flexibel mandaat mee te geven om de Europese pogingen te ondersteunen om de eigen en de Oekraïense veiligheid zoveel mogelijk te bevorderen.
De leider van de grootste oppositiepartij GroenLinks-PvdA, Frans Timmermans, zette daarbij aan het begin van het debat de toon door aan te geven de situatie ‘te ernstig’ te vinden ‘om zaken politiek te gaan scherpslijpen’. Opvallend was dat verschillende grote partijen zich flexibel opstelden op punten waar ze normaliter wellicht de hakken in het zand zouden hebben gezet.
Zo zei Timmermans dat zijn partij nu bereid is voorstellen voor financiële en materiele steun aan Oekraïne te steunen – ook als de PVV hiertegen is. Hij hield wel de eis van PVV-steun staande voor een eventuele Nederlandse deelname aan een toekomstige militaire macht in Oekraïne. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het kabinet besluit troepen te sturen zonder steun van hele kabinet.’
Dilan Yesilgöz (VVD) hamerde tevens op flexibiliteit en snelheid. Flexibiliteit krijgt het kabinet wat betreft de pogingen in de coalitie van bereidwilligen zoveel mogelijk mee te praten, zonder daarbij op voorhand bepaalde ideeën uit te sluiten. Snelheid betekent dat niet op de voorjaarsnota (die meestal in april uitkomt) hoeft te worden gewacht om nadere uitspraken te doen over de plannen voor hogere defensie-uitgaven.
Hiertoe uitgedaagd door coalitiegenoot BBB, zei Yesilgöz nog steeds tegenstander te zijn van eurobonds, maar ze zei ook dat ze ‘vervolgens met de realiteit’ te maken heeft: ‘Een oorlog op ons continent die dreigt te escaleren. Dan zeg ik: ik beheers mij om dat mee te geven aan dit kabinet, want er staat nu iets groters op het spel: onze vrijheid, onze veiligheid. Dan zeg ik: doe wat nodig is om aan tafel te komen, dan zien we daarna waarmee u terugkomt.’
Ook Geert Wilders, fractieleider van de grootste coalitiepartij PVV, benadrukte dat de ‘premier niet aan de ketting ligt’. De PVV blijft faliekant tegen Nederlandse militairen in Oekraïne. De vraag van de oppositie of hij ook extra financiële steun voor Oekraïne wil toezeggen, beantwoordde hij ontwijkend: Nederland behoort nu immers al tot de koplopers in Europa op dat gebied. Wel herhaalde hij voorstander te zijn van het inzetten van bevroren Russische tegoeden om Oekraïne te steunen.
Wilders toonde zich groot voorstander van het bevorderen van lijmpogingen tussen Zelensky en Trump – al denkt hij ook het zijne van wat er in het Witte Huis is gebeurd en onderstreepte hij dat ‘er maar één agressor in deze oorlog is, en dat is Rusland’. Dat Zelensky weer betrokken wordt bij de vredesonderhandelingen levert volgens Wilders de beste kans op vrede en op spoedig herstel van Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne. ‘Ik ben ontzettend bang dat Zelensky niet aan tafel komt te zitten’, zei Wilders. ‘Stel je voor dat Trump met Poetin alleen gaat praten, dat is mijn nachtmerrie. We moeten alles doen om hem aan tafel te krijgen.’
In het begin van het debat, toen pas vijf fractieleiders hadden gesproken, hamerde Wilders vooral op de noodzaak dat Zelensky wordt betrokken bij de vredesbesprekingen, terwijl Timmermans onderstreepte dat het resultaat van die onderhandelingen wel een duurzame en rechtvaardige vrede moet zijn. ‘Doorvechten is mooi, maar vrede is beter’, zei Wilders. ‘Er is op dit moment geen alternatief voor Trump.’ Daartegenover stelde Timmermans dat hij ‘onpasselijk’ wordt van het ‘valse frame dat Poetin vrede wil – hij wil geen vrede, hij wil Oekraïne van de kaart vegen’.
Dat onder druk alles vloeibaar wordt, bleek ook uit het feit dat de VVD én GroenLinks-PvdA te berde brachten dat de veiligheidssituatie in Europa, en de onzekerheid over hoe deze zich zal ontwikkelen, ertoe nopen om ook in Europees verband te spreken over de Franse en Britse kernwapens. ‘De enige manier om te zorgen dat Poetin geen bedreiging blijft, is te laten zien dat we elke vorm van escalatie kunnen domineren’, zei Timmermans. ‘Als we niet meer onder de Amerikaanse nucleaire paraplu zullen vallen, zullen wij ook moeten vragen: is er een alternatief aanwezig?’ Ook Yesilgöz sprak over ‘taboes loslaten over nucleaire afschrikking, samen met het VK en Frankrijk’.
Pieter Omtzigt kwam niet uit zijn loopgraaf over eurobonds, de plannen om de begrotingsregels ruimer te maken of de EU-plannen voor gemeenschappelijke schulden, maar op één punt bewees hij ook dat standpunten snel kunnen schuiven. Hij vroeg het kabinet wat nodig is om de VS als bondgenoot te houden en naar ‘een plan B als dat niet lukt’. Daartoe uitgenodigd door Rob Jetten (D66), verduidelijkte hij: ‘Mijn vraag over plan B is wat er gebeurt op het moment dat Amerika die backstop (voor Europese troepen in Oekraine, red.) niet levert? En ik had niet gedacht dat ik deze zin ooit zou uitspreken in deze Kamer.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant