Onze verre voorouders maakten anderhalf miljoen jaar geleden al zwaar gereedschap uit de pootbotten van nijlpaarden en olifanten. Dat is liefst een miljoen jaar eerder dan experts tot dusver aannamen, en toont dat de ‘steentijd’ veelzijdiger was dan verwacht.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Dat althans volgt uit de ontdekking, in Tanzania, van een soort prehistorische werkplaats met daarin rondslingerend ook 27 stukken oergereedschap van bot. De botten zijn uitgebreid bewerkt met scherpe stenen, kennelijk om ze geschikt te maken als stevige ‘powertools’, nemen de Spaanse ontdekkers ervan aan.
Het gaat dan ook om zware pootbotten van onder meer nijlpaarden en olifanten. Ideaal om extra kracht te zetten, waar het met kleinere vuistbijlen niet wilde lukken, opperen de wetenschappers, die de botten woensdag beschrijven in vakblad Nature.
Waarschijnlijk werden ze gebruikt als prehistorisch slagersgereedschap, mailt archeoloog Ignacio de la Torre van de Spaanse onderzoeksorganisatie CSIC desgevraagd. ‘Omdat deze botwerktuigen zijn gevonden in verband met dierlijke resten die door vroege mensen werden gegeten, leiden we af dat de botartefacten werden gebruikt om de karkassen van dieren te verwerken, wat snijden en hakken inhield.’
Tot dusver gingen archeologen ervan uit dat de mens pas grofweg 400 duizend jaar geleden de vaardigheid ontwikkelde om gereedschap uit bot te maken. Nu en dan vond men wel verdacht ogende botten die ouder lijken, maar de datering was altijd een probleem. Kennelijk deden onze verre voorouders het vooral met aangescherpte stenen, een praktijk die zo’n 3,5 miljoen jaar teruggaat, toen onze voorouders nog rechtop lopende apen waren.
Totdat een team onder leiding van De la Torre een laag versteende modder opgroef vol botresten in de vermaarde prehistorische vindplaats Olduvai Gorge, aan de rand van wat eens een groot meer was. Liefst 22.832 fossielen, peuterden de archeologen ‘met schroevendraaiers, tandartsgereedschap en houten stokken’ uit de tot wel 6 meter dikke plak zandsteen, zo schrijft de groep.
Daaronder duizenden botten en botjes van reptielen, vissen, vogels en kleinere zoogdieren. Maar dus ook bijna dertig uitvoerig bewerkte pootbotten, in afmeting uiteenlopend van het formaat van een hobbymes, tot dat van een forse klopboor. Grote voorwerpen, zeker als je bedenkt dat de makers waarschijnlijk Homo erectussen waren, oermensen niet groter dan een kind uit de brugklas.
Een ‘solide’ onderzoek, reageert desgevraagd hoogleraar oude steentijd Wil Roebroeks (Universiteit Leiden). De ontdekking hing al enige tijd in de lucht, denkt hij. Zo beschreef het Spaanse team vijf jaar geleden al zes vermoedelijke werktuigen van bot, die in de jaren zestig uit dezelfde Olduvai Gorge werden opgediept, toen door de vermaarde Britse onderzoeker Mary Leakey.
Of neem de naar schatting 1,4 miljoen jaar oude ‘vuistbijl van Konso’, uit Ethiopië. ‘Gemaakt uit het dijbeen van een nijlpaard, en uitstekend bewaard gebleven’, aldus Roebroeks. Alleen was daarvan de datering weer niet waterdicht.
Roebroeks denkt dat de nieuwe botvondsten het topje van de ijsberg zijn, maar dat het meeste oergereedschap gemaakt van bot allang is vergaan. ‘Mijn stelling zou zijn dat benen artefacten veel breder verspreid zijn in tijd en ruimte, maar slechts op enkele plekken zichtbaar zijn, onder gunstige conserveringsomstandigheden. Net zoals in feite met houttechnologie het geval is.’
Misschien – ‘maar nu speculeer ik ook’, benadrukt Roebroeks – zijn de talloze scherpe en puntige stenen waaraan de steentijd zijn naam ontleent ‘niets anders dan wegwerpmesjes die ze in een houten of benen houder stopten’, zo oppert hij. ‘En van die organische component, die waarschijnlijk belangrijker was en langer mee ging dat de wegwerpmesjes, is vrijwel niets bewaard.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant