Home

Hoe werken die importtarieven? ‘Trumps hele idee van wereldhandel berust op misverstand’

Het was dus niet alleen maar bluf. Maandag besloot Donald Trump dat de importtarieven voor Canada en Mexico er echt komen. China krijgt 10 procent boven op hetzelfde percentage dat hij eerder al oplegde. ‘Trump loopt met olifantenpoten door de wereldhandel.’

is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.

Hoe werken de importtarieven?

Importtarieven zijn een eeuwenoude vorm van belasting op elk product dat ergens een grens overgaat. De importerende partij betaalt een bedrag of percentage van de waarde van de goederen. Het geld vloeit direct naar de innende instantie. In dit geval dus de Amerikaanse schatkist.

Het percentage dat de regering Trump noemt, wordt geheven op de prijs waarvoor de importerende partij de producten in het buitenland heeft gekocht. Omdat zo’n importeur ook nog winst moet maken en transportkosten heeft, zal de impact van een importtarief voor de eindgebruiker minder groot zijn dan het opgelegde percentage.

Een kort rekenvoorbeeld: een Amerikaanse autoverkoper die in het buitenland een auto aankoopt voor 20 duizend dollar zet die misschien voor 30 duizend dollar in Amerikaanse showrooms. Door een heffing van 25 procent wordt het importeren van die auto 5.000 dollar duurder. Ervan uitgaande dat de winstmarge en overige kosten gelijk blijven moet de prijs in de showroom nu 35 duizend euro worden, een prijsstijging van 16,7 procent.

‘Domste uit de geschiedenis’

Kelderende beurzen, afkeer van Amerikaanse producten: reacties op Trumps handelsoorlog

In de praktijk is de impact behoorlijk lastig te berekenen omdat er in het productieproces, zeker tussen buurlanden, vaak veel onderdelen verschillende keren de grens overgaan.

Zo bezien is een importtarief dus vooral nadelig voor de inwoners van het land dat de heffing oplegt.

Zeker. Er is immers een belangrijke reden waarom zij die goederen importeren: ofwel omdat het land ze zelf niet kan produceren, ofwel omdat de buitenlandse goederen beter of goedkoper zijn.

In het eerste geval blijft de import dus gewoon doorgaan en gaan alleen de prijzen omhoog. Die rekening wordt dus betaald door de consumenten in het land dat de goederen importeert.

In het tweede geval bestaat de kans dat het product uiteindelijk duurder wordt. Dit kan bijvoorbeeld snel gebeuren met landbouwproducten. Als Chinees varkensvlees duurder wordt dan vlees uit de VS, profiteren de Amerikaanse boeren, is het idee. Maar het betekent dus nog steeds dat producten duurder worden.

Zeker doordat de werkloosheid in de VS laag is, zal het voor Amerikaanse bedrijven ook duur zijn om aan de groeiende vraag tegemoet te komen. Wat de prijzen van ‘Made in America’ verder zal opstuwen.

Dit is de reden waarom macro-economen zich wereldwijd de haren uit het hoofd trekken bij de tarieven die Trump oplegt. ‘Zijn hele idee van wereldhandel en tarieven berust op een groot misverstand’, vat de Groningse hoogleraar macro-economie Steven Brakman de situatie samen. ‘Amerika draait al goed. Hij jaagt met dit soort tarieven vooral de prijzen in zijn eigen land omhoog. En dus de inflatie.’

Maar hebben de economieën van landen die naar de VS exporteren er ook onder te lijden?

Ja. Een deel van de exporterende bedrijven zal uit de markt geprijsd worden door Amerikaanse bedrijven. Hun omzet loopt dus terug. Daar komt bij dat de landen die de VS heffingen oplegt ook met tegenmaatregelen komen. Daar heeft vervolgens dus ook de bevolking in die landen last van.

Het centrale probleem is dat Trump wereldhandel ten onrechte als een zero sum game beschouwd, waarbij hij ervan uitgaat dat de VS verliezen als het meer importeert dan het exporteert. De werkelijkheid is veel complexer. Naast de goederen zijn er namelijk ook nog diensten, een veel minder makkelijk te kwantificeren onderdeel van de welvaart in de wereld. En voor de VS speelt ook nog mee dat het een unieke positie heeft dankzij de dollar, die geldt als de wereldwijde reservemunt. Die munt stelt de Amerikanen in staat enigszins boven hun stand te leven.

Macro-economische studies tonen overtuigend aan dat vrije wereldhandel in principe goed is voor welvaartsstijging overal ter wereld. Dat die handel nu met tarieven wordt belemmerd heeft dus ook overal economische impact. En opgeteld is die impact negatief.

Heeft Trump dan wel een punt als hij zegt dat andere landen de VS ‘oneerlijk’ behandelen?

In sommige gevallen misschien wel. Zoals wanneer China met staatssteun auto’s en staal onder de kostprijs produceert en in de VS verkoopt. Dat is ‘dumping’, oneerlijke concurrentie en die is verboden in het wereldhandelsakkoord. Om die reden heeft Europa vorig jaar ook importtarieven op Chinese elektrische auto’s ingevoerd om zo de eigen auto-industrie te beschermen. Maar zolang er geen sprake is van staatssteun, is handel in principe niet oneerlijk.

Mag Trump die tarieven eigenlijk zomaar opwerpen?

Als president heeft Trump binnen de VS de eenzijdige bevoegdheid om handelstarieven in te stellen. Maar de Wereldhandelsorganisatie (WTO) schrijft voor dat je niet bepaalde landen ongunstiger tarieven mag opleggen dan andere landen, tenzij het een maatregel is om dumping te voorkomen. Zoals de EU dus heeft gedaan met Chinese auto’s.

Maar in het geval van Canada en Mexico gebruikt Trump het argument van staatssteun eigenlijk niet. Hij komt met de tarieven als straf voor de drug fentanyl die via de noord- en zuidgrenzen de VS zou binnenkomen.

Daarmee handelt hij in strijd met de internationale afspraken rond vrijhandel. China heeft ook al een klacht ingediend bij de WTO wegens de nieuwste heffingen. Maar of dat veel indruk maakt, valt te bezien. De WTO functioneert momenteel eigenlijk niet omdat de VS benoemingen blokkeren in de commissie die geschillen moet beoordelen.

Bovendien heeft de WTO alleen macht als de landen die het vrijhandelsverdrag hebben ondertekend, zich ook gewoon aan uitspraken houden. Dat is bij Trump allesbehalve zeker.

Brakman: ‘Trump loopt met olifantenpoten door de wereldhandel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next