Home

NS lijdt nog steeds verlies, treinkaartjes dreigen flink duurder te worden

De NS zit nog steeds in de financiële problemen. Het spoorbedrijf boekte vorig jaar een nettoverlies van 141 miljoen euro. Sinds de coronapandemie pakken minder reizigers de trein, waardoor de vervoerder treinkaartjes mogelijk een stuk duurder moet maken.

is economieredacteur van de Volkskrant.

Een grote prijsverhoging van de treinkaartjes zweeft nog boven de markt, blijkt uit het woensdag gepresenteerde jaarverslag. Dat was voor 2024 ook zo, maar dat wendde het kabinet af door de NS eenmalig 120 miljoen euro te geven. Begin dit jaar werden de kaartjes wel 6 procent duurder, maar volgens NS was dit het dubbele geweest als het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat niet opnieuw geld had bijgelegd.

Daarmee loopt de prijsstijging achter op de inflatie. Volgens de NS zou een kaartje eigenlijk 9 procent duurder moeten zijn dan nu het geval is. Het spoorbedrijf hoopt structurele afspraken met het kabinet te maken om te voorkomen dat een dergelijke stijging volgend jaar wordt doorgevoerd.

Inflatie

Ook de NS is immers door de inflatie geraakt: de kosten voor personeel, materiaal en energie stegen vorig jaar flink. Daarnaast moest het spoorbedrijf ruim 533 miljoen euro betalen aan het ministerie en ProRail om van het spoor gebruik te mogen maken, 15 procent meer dan een jaar eerder. Bovendien was het bedrijf, waarvan de staat de enige aandeelhouder is, relatief veel geld kwijt aan alternatief vervoer door de vele werkzaamheden.

‘Ondanks al onze inspanningen is het financieel resultaat onvoldoende voor een financieel gezond NS’, concludeert president-directeur Wouter Koolmees.

Dinsdag- en donderdagdrukte

Wel ziet hij lichtpuntjes. Zo reden er vorig jaar 1.500 meer treinen per week dan het jaar ervoor. Dat vertaalde zich overigens niet in een hogere kans op een zitplek in de spits, mede doordat het moeilijk is voor de NS om zich aan te passen op het reispatroon van forenzen sinds de coronapandemie. Op dinsdag en donderdag trekken zij massaal naar hun werk, de overige werkdagen is de spits relatief rustiger dankzij de thuiswerkers.

Bijna 90 procent van de reizigers kwam vorig jaar op tijd aan, net als in 2023. Voor reizigers in de hogesnelheidstreinen tussen Amsterdam, Brussel en Parijs was dat een ander verhaal: van hen kwam zo’n 70 procent op tijd op de plaats van bestemming. De NS verklaart dit mede doordat de treinen door constructiefouten in spoorviaducten lang niet zo hard mogen rijden als de bedoeling is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next